Poort

Op het terras van café-restaurant De Gelderse Poort, op de dijk bij Millingen aan de Rijn is, zo schat ik, de helft van de rustende fietsers Duits. Sowieso is het op deze zeldzaam mooie zomerdag, begin augustus, een drukte van belang op de dijk. En dat gaat zo door tot aan Nijmegen, zo'n twintig kilometer verderop.


Dat was dertig jaar geleden wel anders. Ik kwam hier nogal eens, om te voetballen. Ik woonde aan de overkant van de Waal, in Bemmel, dus moest je soms, op zaterdag en later op zondag, naar Millingen, naar Leuth of naar Ooij. Ik herinner me akkers en weilanden, saaie dorpjes, de dijk. En ergens midden in de leegte en verlatenheid was een voetbalveld, waar het meestal waaide en regende.


Behalve voetballers zag je hier nauwelijks bezoekers. En wat, achteraf gezien, vooral opvalt is dat alles en iedereen met de rug naar de rivier leefde.


Dat was aan de overkant niet veel anders; de Waal, daar moest je overheen als je in Nijmegen moest zijn. Zelfs vissen of zwemmen kon niet meer in de rivier, omdat het water te smerig was.


Het is onvoorstelbaar hoe snel dat is veranderd. Overal in de Gelderse Poort, een gebied dat loopt vanaf de grens bij Tolkamer tot aan Arnhem langs de Rijn en Nijmegen langs de Waal, werden sinds de jaren negentig binnendijken doorgestoken, er werden nevengeulen gegraven in de rivieren, het schoner wordende rivierwater kon bij hoog water over de voormalige akkers en weilanden stromen en er werden grote grazers losgelaten. Daarna zou spontaan van alles gaan groeien, bloeien en leven, zo was de gedachte. Niet langer was natuurbescherming alleen maar krampachtig behouden wat er was, er viel ook wat te winnen, juist in het zo typisch Nederlandse rivierenlandschap, waar het water voor dynamiek kan zorgen.


Die veronderstellingen blijken te kloppen. Of het nu gaat om vogels, vissen, amfibieën, planten, libellen of bevers, het gaat sinds het begin van deze eeuw vrij radicaal de goede kant op.


Er is ook kritiek. Vanwege het gebrek aan intensief maaibeheer zouden sommige zeldzame plantjes kunnen verdwijnen. Maar die kritiek zinkt voorlopig weg in een zee van nieuwe plantenrijkdom.


Zelf heb ik vandaag, vergeefs, gezocht naar de zwarte ooievaar. In de dagen voor en na mijn bezoek werd hij vaak gezien. Het is het toppunt van symboliek, de terugkeer van de zwarte ooievaar, dit jaar, naar de Millingerwaard. De zwarte ooievaar is de gidssoort voor gezonde riviernatuur, omdat hij behoefte heeft aan de combinatie van ooibos, water en moerasland. Het oorspronkelijke plan voor het herstel van de riviernatuur, uit 1985, heette niet voor niets Plan Ooievaar.


Een radicaal plan, dat zomaar werd en wordt uitgevoerd. Niet vanwege een collectieve vlaag van natuurliefde, maar vooral vanwege veiligheid. Na het extreem hoge water in 1995 was het duidelijk dat de rivieren weer meer de ruimte moesten krijgen. En de beheerders, meestal Staatsbosbeheer, en de uitvoerder ARK Natuurontwikkeling, werkten samen met kleiwinners. Dat maakte het plan betaalbaar. Daarna ontdekte de recreatiesector het gebied. Sommige boeren gingen weg, andere zetten hun streekproducten af in de opkomende horeca.


Het gevolg: nieuw leven. Niet alleen voor plantjes en dieren, maar ook voor mensen. De Gelderse Poort trekt nu tienduizenden bezoekers in de zomer. Onder wie een aanzienlijk percentage Duitsers. Er zijn fiets- en voetveerpontjes gekomen, over de Waal en de Rijn, de uiterwaarden zijn op allerlei manieren te doorkruisen, hier en daar is een prettig horecapunt, er zijn rivierstrandjes, er kan gezwommen worden.


De rivier is, kortom, weer omarmd.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden