Poort tot Braziliaans walhalla zit verstopt

Na de verwoestende aardbeving die hun land vier jaar geleden trof, stelde Brazilië zijn grenzen open voor Haïtianen. Die komen in groten getale, maar een beleid ontbreekt.

BRASILÉIA - In een half open gebouw in het Braziliaanse grensdorpje Brasiléia liggen honderden Haïtianen op beschimmelde matrassen te wachten op een verblijfsvergunning. De toiletten van het asielzoekerscentrum stromen over van de uitwerpselen, overal liggen plassen vuil water en grote horden muggen trotseren de indringende stank rondom de wasplaats.


Ruim 1.200 migranten, voornamelijk jonge Haïtiaanse mannen, verblijven in het opvangcentrum, gelegen in het Amazonegebied aan de grens met Bolivia en Peru. Het kamp kan maximaal driehonderd personen herbergen, maar is structureel overbevolkt. Bij het uitdelen van voedsel breken regelmatig vechtpartijen uit en sinds kort wordt de militaire politie ingeschakeld om de lange rijen wachtenden in bedwang te houden.


De regering van deelstaat Acre luidde twee weken geleden de noodklok bij de federale regering en opperde zelfs de grenzen te sluiten. Damião Borges (54), werkzaam voor het deelstaatministerie van Justitie en coördinator van het opvangcentrum, zit met de handen in het haar. 'Dagelijks kloppen zo'n zeventig nieuwe migranten aan onze deur', zegt hij. 'Dat is drie keer zoveel als een paar maanden terug.'


Acre vraagt meer geld van de federale overheid, meer opvangplaatsen en een nationaal plan om de vluchtelingenstroom in goede banen te leiden. De federale regering liet weten de grenzen niet te sluiten, maar de zaak serieus te nemen. Het beloofde maatregelenpakket laat vooralsnog echter op zich wachten.


Vier jaar geleden werd Haïti getroffen door een aardbeving die aan honderdduizenden Haïtianen het leven kostte en anderhalf miljoen anderen dakloos maakte. Brazilië besloot twee jaar later om op humanitaire gronden verblijfs- en werkvergunningen te verstrekken aan Haïtianen en verleende generaal pardon aan de paar duizend die al in het land waren.


Aanvankelijk zou het gaan om 1.200 visa per jaar, maar afgelopen mei liet de regering die limiet los. Het woord ging snel rond op het straatarme eiland: alleen al bij de grensovergang in Acre kwamen vorig jaar zo'n elfduizend Haïtianen het land binnen, vijf keer zo veel als het jaar daarvoor.


'Er is geen werk in Haïti', zegt Joseph Lominique (38), die verveeld zit te kijken naar het geduw en geschreeuw rondom de voedseluitgifte. Met zijn lange, magere vingers pulkt hij stukjes schuim uit de gaten in zijn matras. 'Ik heb een dochter van 1 jaar oud, mijn vrouw is zwanger van de tweede', zegt hij na een lange stilte. 'Ik ben hiernaartoe gekomen om geld te verdienen.'


Het is de bedoeling dat de Haïtianen het papierwerk regelen in eigen land, bij de Braziliaanse ambassade in Port-au-Prince. De meesten vinden dat echter te lang duren en gaan zonder visum op pad.


Ze nemen een bus naar de Dominicaanse Republiek en van daaruit het vliegtuig naar Ecuador, een land dat zonder moeilijke vragen te stellen toeristenvisa verstrekt. Vervolgens steken ze illegaal de grens over naar Peru, waar mensensmokkelaars hen via de Andes en de Peruaanse Amazone naar Brazilië brengen. De reis kost in totaal zo'n 3.000 dollar.


Bij het ochtendgloren arriveren de migranten op de brug die Peru met Brazilië verbindt. Ze zijn uitgeput. 'Het laatste stuk is het zwaarst', zegt Tony Savelus (27) die sinds twee weken onderweg is. 'Peruanen zijn ratten, ze hebben alles gestolen.' Omstanders vallen hem bij: 'De Peruaanse politie eist 400 dollar smeergeld en verkracht de vrouwen', zegt een oudere man. 'Wie zich verzet, wordt gedeporteerd', vult een ander aan.


Vanaf de grens is het nog 100 kilometer naar het asielzoekerscentrum. Daar kijken de al aanwezige migranten met lede ogen toe hoe de nieuw gearriveerden een plek zoeken tussen de koffers, aftandse matrassen en kartonnen dozen.


Veel van de nieuwkomers zijn Haïtianen uit de Dominicaanse Republiek, waar de spanningen de laatste maanden hoog zijn opgelopen. 'Dominicanen zijn racisten', zegt Jean Phanord (30), die zijn Haïtiaanse vrouw en drie kinderen in de Dominicaanse hoofdstad Santo Domingo achterliet om geld te verdienen in Brazilië. 'Ze behandelen ons als honden.'


De Dominicaanse bevolking beschuldigt de Haïtianen ervan alle banen in te pikken en vreest dat de steeds grotere Haïtiaanse gemeenschap uit is op de macht in het land. Eind september besloot het Dominicaanse hooggerechtshof dat buitenlanders die na 1929 in het land zijn komen wonen niet langer recht hebben op de Dominicaanse nationaliteit. Ook hun nabestaanden vallen onder de wet. Tweehonderdduizend Dominicanen, het merendeel van Haïtiaanse afkomst, verliezen hierdoor hun nationaliteit.


Het aantal racistische moorden op Haïtianen neemt sindsdien toe en in november werden 346 Haïtianen gerepatrieerd omdat ze het risico liepen gelyncht te worden door woedende Dominicanen. Ook Jean Abellard (28), die sinds zijn 13de in Santo Domingo woonde, is gevlucht voor het geweld. 'Ze komen met machetes de huizen in om onze baby's te vermoorden', beweert hij stellig.


Abellard heeft zijn verblijfspapieren al rond en wacht nu op de komst van een vriend. 'Die heeft familie in Curitiba', legt hij uit. 'Daar hebben ze Haïtianen nodig voor de bouw van een voetbalstadion.'


Van de bijna dertigduizend Haïtianen die inmiddels in Brazilië wonen, werkt de meerderheid in de bouw. Ze verdienen gemiddeld tussen de 250 en 300 euro per maand, al zijn er de afgelopen twee jaar ook ruim honderd Haïtianen uit slavernij-achtige omstandigheden gered.


In het kamp wachten de migranten drie tot zes weken tot hun papieren op orde zijn. Wie dan nog geld heeft, neemt een bus naar de welvarende steden in het zuiden van het land. De rest blijft wachten tot werkgevers hen komen rekruteren.


'Het probleem is dat er de laatste tijd heel weinig bedrijven komen', zegt Borges. Hij houdt een schuin oog op zijn medewerkers, die even verderop nieuwe matrassen uitdelen en met grote moeite de duwende massa in bedwang houden. 'De federale regering zou de werkverschaffing moeten coördineren om zo de doorstroom aan de grens te bevorderen.'


In september besloot Brazilië ook aan Syriërs humanitaire visa te verstrekken. Die komen nog niet in groten getale, maar Borges houdt zijn hart nu al vast. 'Het is goed dat we onze deuren openen voor mensen in nood', zegt hij. 'Maar het ontbreekt Brazilië aan een goed gedefinieerd vluchtelingenbeleid.'


De Haïtianen klagen steen en been over de leefomstandigheden in het opvangcentrum, maar zijn vol vertrouwen over de toekomst. 'Zodra ik werk heb, laat ik mijn vrouw en kinderen overkomen', zegt Phanord. Hij kent niemand in Brazilië maar gaat ervan uit dat er binnenkort een bedrijf langskomt dat hem contracteert. 'Brazilië is een rijk land', zegt hij met twinkelende ogen. 'Ik ga hier veel geld verdienen.'


Driekwart Haïtianen moet leven van minder dan 2 dollar per dag

In 2035 zijn er geen arme landen meer in Latijns-Amerika, voorspelde Bill Gates vorige maand optimistisch. Alleen over Haïti, het armste land van het westelijk halfrond, had de multimiljonair zo zijn twijfels.


Deze maand is het vier jaar geleden dat Haïti werd getroffen door een aardbeving die hoofdstad Port-au-Prince volledig in puin legde. Er vielen honderdduizenden doden en ruim anderhalf miljoen Haïtianen raakten dakloos. Tot overmaat van ramp brak er een cholera-epidemie uit die zich in rap tempo over het land verspreidde.


De internationale hulpacties die volgden zijn fel bekritiseerd vanwege de inefficiënte besteding van geld en een gebrek aan samenwerking met lokale organisaties. Desondanks heeft ruim 80 procent van de ontheemde Haïtianen inmiddels een nieuw dak boven het hoofd. De cholera is afgenomen, er is bijna 300 kilometer aan nieuwe wegen gebouwd en een groot deel van het puin is opgeruimd. Dat neemt niet weg dat nog steeds driekwart van de bevolking moet rondkomen van minder dan 2 dollar per dag.


President Michel Martelly van Haïti, die in 2010 is aangetreden, beloofde de armoede te bestrijden en buitenlandse investeringen en toerisme te bevorderen. Hij slaagt daar slechts mondjesmaat in. Haïti staat bovendien nog altijd in de top-twintig van meest corrupte landen ter wereld.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden