'Poolse Vergangenheitsbewältigung'

Zelden word je zo indringend met het probleem van de omgang met het verleden ge­confronteerd als aan de Pools-Duitse grens in Silezië. Dat merkte Thomas von der Dunk op tijdens zijn vakantie in Polen.

© ANP Duitse soldaten halen in 1939 een slagboom op de Poolse grens om.

Sommige oplettende lezertjes - om even een uitdrukking van wijlen Marten Toonder te lenen - zullen het op grond van de toenemende tijde­loos­heid van mijn laatste columns vast al vermoed hebben: de afgelopen vier weken was ik weg. Vandaar dat u mijn commentaar op concrete gebeur­te­nissen een tijdje heeft moeten missen.

Alledaagse actualiteit
Maar in de loop van het jaar verzamel je ook altijd genoeg algemenere thema's op wat grotere afstand van de alledaagse actualiteit om aandacht aan te besteden. Bijko­mend voordeel: je kunt ze dus ook wat langer van te voren schrijven, zodat je, wanneer je 's zomers in den vreemde rondtrekt (ik doe niet aan een Henk & Ingrid-twee weken-verblijf in stacara­vans), niet voortdurend naar internet­cafés of wifiverbindingen hoeft uit te kijken teneinde bij het wereldge­beuren aan te haken.

Als ik weg ben, ben ik ook inderdaad weg, en dringt - zeker als ik in een land vertoef waarvan ik de taal niet spreek en dus de krantenkoppen niet lees - het nieuws nauwelijks tot mij door. Dat is, in het licht van de permanente bereikbaarheidshysterie waaraan de moderne westerse samenle­ving ten prooi gevallen is (even een dagje geen mobiel telefooncontact en er breekt bij menig hedendaags huisgezin paniek aan het thuisfront uit), vast erg ouder­wets, maar ik ben nu eenmaal erg ouderwets. Maar dat wist u ongetwijfeld al.

Ook al heb ik wel het paard als vervoers­middel voor de motor
ingewis­seld: daar hecht ik aan. Bijkomend voordeel: mijn mobieltje kán overdag niet eens aan, want zelfs handsfree bellen is er op de motor niet bij. En ach, twintig jaar geleden had nog niemand daarvan gehoord, en die primitieve toestand heeft de mensheid eeuwenlang mentaal ook redelijk overleefd.

Bij mijn terugkeer in de internetbewoonde wereld ­bleek in elk geval - een hele geruststelling, zeker achteraf gezien de inmiddels ook tot mij doorgedrongen gebrekki­ge rekenkunsten van Mark Rutte inzake Griekse steunfondsen - de euro nog te bestaan.

Ik kreeg althans in Zgorze­lec aan de Pools-Duitse grens voor mijn resteren­de zloty's gewoon de vertrouwde munten en biljetten terug zonder de waarschuwing dat het intussen helaas om fakegeld zou gaan. In elk geval werden ze honderd kilometer verderop in Saksen zowel in het pension als het restau­rant zonder zichtbaar wenkbrauwgefrons door de desbetreffende uitbaters geac­cepteerd.

Mijn reis voerde naar en door Silezië, het 'beruchte' industriegebied van Katowice inclusief. Dat valt overigens, na alle horrorverhalen die reisgidsen ophangen, best mee (en in twee dagen krijg je daar echt wel een indruk van, ik ben in alle twaalf grote steden geweest): een wat sjofeler en romme­liger uitvoering van het Ruhrgebied, meer niet. De Engelse Midlands en de Waalse Borinage vond ik eigenlijk veel deprime­render.

Samengeknepen billen
Zelden word je zo indringend met het probleem van de omgang met het verleden ge­confronteerd als juist in Silezië. Hoe vooral het alom aanwe­zi­ge Duitse culturele erfgoed te behandelen, dat de Polen er dag in dag uit aan herinnert dat zij hier in 1945 nieuwkomers waren? Waar de samen­geknepen billen aangaande pijnlijk historische episodes zich bij ons kunnen beperken tot wat gedoe rond een enkel monument voor Van Heutsz of Coen, kan een Pool geen kerk betreden zonder dat Duitse verleden aan te raken.

Silezië mag dan al 66 jaar tot Polen behoren, de hele oudere gebouwde omge­ving blijft natuurlijk zo Duits van karakter als maar kan; de belang­rijkste Poolse bijdrage aan de binnensteden die nu als touristische trekpleis­ter fungeren, bestaat uit afzichtelijke flats uit de naoorlog­se commu­nistische wederopbouwtijd. Eigen nieuwbouw na 1989 is er inmiddels ook wel - maar vooral heeft men zich de laatste twee decennia gericht op het herbou­wen of opknappen van wat in 1945 verwoest was dan wel nadien verwaar­loosd werd. M.a.w.: op de Duitse erfenis.

De gotische kerken, de middeleeuwse kastelen, de barokke landhui­zen, de renaissance woonhuis­gevels aan het marktplein, om van de straten vol Gründerzeit-huizen (uit de decennia na de Duitse Reichsgrün­dung van 1871 toen net als elders in Europa de steden enorm expan­deerden) maar te zwijgen: die zijn immers even 'Pools' als de Egypti­sche pyramides Ara­bisch zijn, of de hune­bedden een product van de Neder­landse cultuur.

Zeker voor de, juist door die enorme stedelijke expansie, in het straat­beeld dominante late negentiende eeuw geldt dat: dat was de periode van het nationalisme, en dus ook van de nationalistisch geïmpreg­neerde (bouw)kunst bij uitstek. Je komt er neoromaanse en neogoti­sche kerken tegen die zo uit het Keulse Rijnland lijken overgeplant en inder­daad blijkt de verantwoordelij­ke architect daar dan vandaan geko­men.

Verdreven
De huidige bewoners verhouden zich historisch tot hun bebouwde omge­ving zo'n beetje zoals dat na de Grote Volksverhuizing voor de Germanen en de door hen (eveneens vaak in ruïneu­ze toestand!) overge­nomen steden van het ineenge­zegen Romeinse Rijk moet hebben gegolden. Want ook in het Silezische geval - en dat is het essentiële verschil met de Elzas, die in 1918 zonder veel demografische consequen­ties van Duits weer Frans werd - ging het in 1945 om een grote volksverhui­zing, ditmaal van hoger­hand afgedwongen: de Duitse bevolking werd verdreven, en door Poolse Heimat­ver­triebe­nen vervangen: Polen die door de Russen uit het door hen nu geannexeer­de ooste­lijke deel van het vooroorlogse Polen werden gegooid.

Lang voelden deze zich in de hen toegewezen Silezische steden evenzeer ontheemd als de daaruit verdreven Duitsers in de westelijke Bonds­repu­bliek. Gevoegd bij de decennialange onzekerheid (tot de definitieve Duitse erken­ning van de Oder-Neisse-grens door Helmut Kohl) of zij daar ook wel duurzaam konden blijven, hebben zij Silezië pas na decennia als hun nieuwe Heimat geadopteerd.

Hoe als Polen om te gaan met de overal zo nadrukkelijk aanwezige Duitse erfenis? In de communistische tijd heeft men lang kramp­achtig het Duitse verleden als zodanig ontkend, door te doen alsof Silezië eigenlijk zo'n beetje altijd Pools was geweest. Ik beschik nog over een reisgids uit de jaren zeventig, waarin het hele Duitse Keizerrijk en de Weimarrepu­bliek worden doodgezwegen. Dienovereenkomstig tref je in sommige steden ook nog monumenten aan die de 'terugkeer' van de Poolse 'westgebieden' bij het moederland in 1945 moeten vieren.

Nu liep inderdaad ooit, voor het begin van de Duitse oostkolonisatie, de grens tussen het woongebied van de Slaven en Germa­nen zo'n beetje langs de huidige Pools-Duitse grens, en kon Silezië inderdaad als Pools gelden. Maar uit die tijd is weinig tastbaars meer over. Vanaf het midden van de twaalfde eeuw al was Silezië een min of meer zelfstandig hertogdom. Nu kun je daarmee bij het poli­tiek gewens­te hineininterpretieren natuurlijk nog alle kanten op, maar daarna was het toch echt twee eeuwen Bo­heems, vervolgens twee eeuwen Habs­bur­gs en totslot twee eeuwen Prui­sisch/Duits - en dat heeft alle­maal veel meer zichtbare sporen achtergelaten dan het Poolse oerbegin.

Naamgeving
Het probleem begon in 1945 al meteen bij de naamgeving: alleen voor de allergrootste steden zullen al eigen Poolse namen hebben bestaan, maar voor alle andere plaatsen, tot het kleinste dorp toe, moesten die verzonnen worden. Zgorzelec was ooit gewoon de oostelijke helft van het (grotendeels op de westelijke Neisse-oever gelegen en dus Duits gebleven) Görlitz.

Dat was de meest simpele oplossing: men verbaster­de de oude Duitse naam zodanig dat hij Poolser klonk. Guben werd Gubin, Glogau Glogow. Of men ging letterlijk vertalen. Grünberg veranderde zo in Zielona Gora, Hirschberg in Jelenia Gora. Soms wist men nog de naam van een vergeten Slavi­sche oernederzet­ting uit de buurt op te duikelen.

Maar wat te doen met de nieuwe industrie­steden in Oppersilezië? Een van hen had in 1919 ter ere van de veldmaar­schalk en latere rijkspresi­dent de naam Hindenburg gekre­gen. En een ander, al na Eerste Wereldoor­log noodgedwongen aan het nieuwe Polen afgestaan, heette naar de grote Pruisische staatshoogovens ter plekke Königs­hütte. Dat werd eerst letterlijk omgezet in Krolewska Huta, maar vervol­gens koos men toch - om elke herinnering aan de Hohenzol­lerns uit te wissen - voor het van alle monar­chale smetten vrije 'Chorzow'. Daarbij ontging háár tenmin­ste nog het lot van Katowice, dat tussen 1953 en 1956 als communistische modelstad naar de naam Stalinogrod luisteren moest. Daarnaast blijven onze Nederlandse omdooppraktijken toch tot een enkele foute straatnaam beperkt.

Maar de gebouwde Duitse omgeving laat zich niet door even omdopen wegredeneren. Veel functionele gebouwen waren natuurlijk voor herge­bruik geschikt: scholen, postkantoren, gemeentehuizen konden probleem­loos door het Poolse equivalent van de Duitse instantie worden geadop­teerd.

Ook protestantse Duitse kerken gingen nu in katholieke Poolse handen over, en als het om katholieke Duitse kerken ging, werd meestal ook de oude pa­troon­heilige gehandhaafd: apostelen en (pre)middeleeuwse martela­ren waren zelden nationaal besmet. Hetzelfde gold voor oude kastelen: met ridders en rovers kan iedere Europese natie wel uit de voeten.

Problematisch
Bij de landgoederen van de Pruisische junkers lag dat echter al problema­ti­scher - en dat gold vanzelfsprekend helemaal voor de nationalistische monumen­tencultus van de negentiende eeuw. Op Bismarckstandbeelden zat in 1945 geen Pool te wachten: die zijn dan ook allemaal weg. Het Mauso­leum van Blücher - de grote Pruisische militaire tegenspeler van Napole­on - bestaat daarentegen nog wel, zij het in vervallen toestand. Over het hoofd gezien bij de naoorlogse anti-Duitse beeldenstorm, omdat het zo afgelegen in een klein dorpje lag?

Maar wat te doen met de door de Pruisische archi­tect Schinkel ontwor­pen pompeuze obelisk - met Duitse én Russische tekst - in Bolesla­wiec/Bunzlau ter ere van Kutusow, Blüchers Russi­sche collega, die in 1813 ter plekke aan zijn wonden be­zweek? De Russi­sche zeges van toen bezegel­den ook het lot van Polen: voor een eeuw tot een Russi­sche satrapie gedegra­deerd. Maar de Russen waren vanaf 1945 natuurlijk wel het grote broeder­volk dat voor de 'terug­keer' van de 'West­poolse' gebieden inclusief dat hele Bolesla­wiec bij het Poolse moederland hadden gezorgd.

Die obelisk staat er dus nog steeds. Overi­gens niet op de oorsponkelijke plek, het centrale marktplein, maar meer aan de rand van de stad. Alleen vond díe verhuizing al in 1893 plaats, omdat de Duitsers toen zelf de Russen na hun militaire pact met Erbfeind Frankrijk niet meer zo lustten....

De huidige Poolse omgang met het Duitse verleden verschilt van plaats tot plaats. Soms wordt er totaal niet moeilijk over gedaan, en wordt op tekst­bordjes bij be­zienswaardigheden het Duitse verleden zonder omwe­gen uitgelegd, waarbij in de Duitse tekst de stad soms ook bij de Duitse naam wordt genoemd. Elders wordt nog krampachtig naar tussenoplossingen gezocht. Veel van deze verklarende tekstborden zijn pas in deze eeuw aangebracht: die meer ontspannen omgang is duidelijk van recenter datum.

Momenteel lijken de Polen meer mentale problemen te hebben met de Russen dan met de Duitsers. Niet alleen omdat Moskou - anders dan Ber­lijn - de eigen vroegere wandaden jegens Polen slechts half (of gewoon nog niet) onder ogen wil zien. Ook zijn de Polen in één opzicht even pragma­tisch als de Nederlanders, waar na 1945 eendere anti-Duitse sentimenten beston­den en toen ook pogingen zijn gedaan om de Duitse culture­le invloed te minimaliseren (bijvoorbeeld door Duits als school­vak af te schaffen): de Duitsers brengen nu eenmaal als toeristen veel geld in de la. En waar de beurs profijtelijk spreekt, zwijgt zelfs het diepst gekwetste koop­mans­hart.

Thomas von der Dunk

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden