Pools wonder naast Wit-Russische nachtmerrie

De kloof tussen de nieuwe rijken in Oost-Europa (Polen, Hongarije en Tsjechië) en de armen (Oekraïne, Roemenië, Wit-Rusland, Rusland) is diep....

ACHTER LENINS RUG rijst een wand vol ramen op. Vensters in het gelid, die doods, streng en somber voor zich uitstaren zonder iets te zien, lijkt het - alleen de rug van Lenin. Passanten letten er niet op, die lopen haastig verder door de druilsneeuw en de wind.

Maar Domasj Semjon voelt zich bekeken. Hij voelt de ogen en oren van Grodno achter die hoge vensters gluren, en vraagt of we niet te lang en niet te opvallend op het stadhuisplein willen verblijven. 'Iedereen kent me hier', zegt hij en hij knikt naar boven.

Niet zo lang geleden zetelde Semjon zelf achter die ramen. Hij heerste daarboven over het gebouw, over het plein, over de stad en later zelfs over heel de provincie Grodno. Semjon was burgemeester en daarna (in het andere grote gebouw, aan Lenins rechterhand) gouverneur van de provincie.

Vorig jaar werd hij tot een nog hoger ambt geroepen: hij werd lid van het presidium van het parlement van het nog jonge, onafhankelijke Wit-Rusland. En nu is Semjon niks meer. Hij is een paria, sinds president Aleksandr Loekasjenko een jaar geleden het gekozen parlement ontbond en verving door een marionettenparlement. Niemand durft hem sindsdien meer werk te geven. Semjon is niet bang. Maar Semjon voelt zich wel bekeken.

Het is makkelijk om je in Grodno bekeken te voelen. Hele zwermen agenten bevolken de stad. Soms wordt per trein een nieuwe troep aangevoerd, vermoedelijk uit Minsk, waar naar verluidt nog veel meer agenten de straat beheersen. Maar ook in Grodno staan agenten op straathoeken, je ziet hoe ze pasfoto's vergelijken met gezichten van passanten.

Ze lummelen in de Spotline-disco, machinepistool in de hand, ze roken sigaretten in verduisterde auto's. Gewone agenten, agenten van de douane, van het leger, van een arrestatieteam of van een van de vele speciale milities die de afgelopen jaren door Loekasjenko zijn opgericht: mannen in groene uniformen, witte uniformen, blauwe uniformen, zwarte uniformen, battle-dress, commando-overalls. En natuurlijk ook de agenten zonder uniform - die hier nog altijd KGB'ers heten, en die 's avonds na de verhoren bier drinken in restaurant 'Belostok'.

Belostok is Wit-Russisch voor Bialystok, de naam van de Poolse tweelingzusterstad pal aan de overkant van de grens. Voor de oorlog lagen Bialystok en Grodno allebei in Polen, waren ze allebei voor 60 tot 70 procent joods en bestond de bevolking verder uit een mengelmoes van Duitsers, Litouwers, Tataren, Polen en Wit-Russen: afspiegeling van een geschiedenis waarin grenzen voortdurend verschoven en de steden beurtelings - soms samen, soms apart - in Polen, Litouwen, Wit-Rusland, Rusland of Duitsland kwamen te liggen. Dezelfde 'Pogonja', de ridder te paard, siert het oude wapen van Wit-Rusland, het stadswapen van Bialystok en het wapen van Litouwen.

Na de oorlog waren er geen joden meer in Grodno en Bialystok. Bialystok was Pools en vulde de lege huizen met Polen, Grodno werd Russisch en werd bevolkt met Wit-Russen, Russen, Litouwers, Oekraïeners, Oezbeken, Mongolen en al die andere mensen die Jozef Stalin wilde samensmelten tot de 'Homo Sovieticus'.

Beide steden veranderden daardoor, maar niet te veel. Het bleven tweelingzusters. Zelfs tien jaar geleden leken ze nog veel op elkaar: het achterlijke Bialystok, de meest oostelijke stad van Polen waar je een dag in de rij kon staan voor een paar schoenen of bananen, en Grodno, de meest Poolse stad van Rusland, waar het leven al niet veel anders was.

Nu zijn ze nog altijd even groot - allebei tellen ze ongeveer 300 duizend inwoners - maar dat is de enige overeenkomst tussen de twee. Als ze nog steeds in hetzelfde land gelegen hadden - zeggen de mensen in Grodno - dan zouden Grodno en Bialystok nu nog steeds niet van elkaar te onderscheiden zijn geweest. Maar de afgelopen paar jaar hebben tussen Grodno en Bialystok een kloof geslagen die dieper is dan de sleuf die de hele rest van de geschiedenis had weten te graven.

De Lipowa (Lindenlaan) in Bialystok wordt binnenkort autovrij. De winkelstraat bloeit - hier kun je de rijkere Wit-Russen treffen. De Polen zelf gaan liever naar Warschau, drie uur rijden hier vandaan, voor iets moois. Maar van de overkant van de grens bekeken is zelfs deze Poolse versie van Eindhoven al het paradijs.

Wat valt er te vertellen over een stad als Eindhoven, als je net in Grodno bent geweest?

Op zondag stromen de kerken vol tot er niemand meer bij kan, en dat niet een keer, maar twee of drie keer achter elkaar, ook al heeft elk van die kerken de afmetingen van een kathedraal. Op straten zonder gaten rijden nieuwe Polski Fiats of staan soms zelfs in kleine files voor stoplichten die echt werken. Een ordelijker, vreedzamer, schoner en braver oord dan Bialystok op zondag zal moeilijk te vinden zijn.

De eerste politieagent in Bialystok vertoont zich pas na ruim een halve dag, in de verte. Normaal is dat niet iets waar een mens op let, maar na een paar dagen Grodno en twee intimiderende arrestaties gaat iedereen zich een beetje bekeken voelen - en dan gaat het onwillekeurig opvallen als er eindelijk eens niet gekeken wordt.

Wat je in Bialystok ervaart, dat is 'het Poolse wonder', zegt een jonge Poolse trots. Maar volgens Domasj Semjon is het eerder omgekeerd: wat je voelt is de Wit-Russische nachtmerrie.

De nachtmerrie die Loekasjenko heet en die zijn land bestuurt zoals hij in vroeger jaren een collectieve kippenboerderij bestuurde: per decreet. Elke week vaardigt hij nieuwe uit, zoals het 'decreet op de arbeidsdiscipline' dat zware straffen zet op drinken op het werk. Of de 'wet op de staatsveiligheid' en al die andere wetten die van Wit-Rusland een totalitaire politiestaat dreigen te maken.

Loekasjenko benoemt en ontslaat burgemeesters, rechters, directeuren en hogere ambtenaren. Zijn alomtegenwoordige politie intimideert tegenstanders, en houdt ze in de gaten. Ook vanachter de ramen aan het stadhuisplein, waar demonstreren volgens de nieuwe 'wet op bijeenkomsten en demonstraties' verboden is.

Semjon kan worden opgepakt als eenmansdemonstratie. Hij heeft immers als een van de eersten 'Charta '97' ondertekend, een petitie tegen Loekasjenko en zijn politiestaat. Er zijn pas 5200 handtekeningen binnen. Dat moeten er een miljoen worden, hoopt Semjon. En dan zal Loekasjenko inzien dat zijn politiek tot niets leidt. 'Wit-Rusland zal een democratische staat worden', zegt hij. Vraag is alleen nog: wanneer, en hoe hij zonder geld en zonder werk de tussenliggende tijd doorkomt. 'Misschien zal ik toch gedwongen worden te emigreren.'

Waarheen? 'Naar Polen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden