Polsstokhoogspringer in een ontwikkelingsland

Met een sprong van 5,75 meter plaatste Christian Tamminga zich op de valreep voor de WK atletiek. De 27-jarige polsstokhoogspringer zal vandaag hoger moeten zweven, wil hij de finale halen....

Polsstokhoogspringers zijn statistici, ze houden alles bij. Twee weken geleden sprong Christian Tamminga in Tel Aviv naar 5,75 meter, waarna hij de lat op 5,82 meter liet leggen. 'Als ik die afstand had gehaald, dan had ik een wereldrecord gevestigd voor springers van mijn lengte.'

Tamminga is 1,72 meter lang, het 'wereldrecord' voor polsstokhoogspringers onder de 1,75 meter staat op 5,81 meter, vandaar. 'Maar het is natuurlijk een grap van springers onder elkaar. Je moet zoiets niet al te serieus nemen.'

Het 'echte' Nederlandse record heeft hij al lange tijd in zijn bezit. In 1998, tijdens de Nacht van Hechtel, sprong hij naar 5,76 meter. Drie jaar later haalt de Hagenaar met moeite 5,75 meter.

Tamminga: 'De progressie is er sindsdien uit, ik heb door blessures lang lopen kwakkelen. En 1998 was voor mij een topjaar, toen liep alles vanzelf.' Hij verbeterde het nationaal record driemaal, trapsgewijs ging het met steeds slechts één poging van 5,66 meter, via 5,70 meter naar 5,76.

Na 1998 braken voor Tamminga magere jaren aan, jaren van blessures en geëxperimenteer met aanloop en stokken, het waren jaren waarin hij zonder trainer door het leven stapte.

In 1998 had hij het nodige geleerd van Sergej Boebka ('ik trainde in Monaco, hij gaf me handige tips'), nadien moest hij het zelf uitvinden.

Sinds kort heeft hij weer een vaste trainer, de Rus Kogan, met wie hij het uitstekend kan vinden. 'Er is een taalbarrière, maar we begrijpen elkaar uitstekend.'

Zijn keuze voor Kogan, die in Israël ook Alexander Averbukh (springt 5,90 meter) bijstaat, en die Radion Gataulin naar 6,03 meter begeleidde, ligt voor de hand. 'In Nederland zijn er geen goede coaches. Ik heb ze geprobeerd, maar altijd bleek dat ik veel verder was dan zij.'

Toch meent Tamminga dat Nederland aardig meedoet, 'met drie atleten die rond de 5,70 meter springen'. En dat tegen de stroom in, want voor polsstokhoogspringers is Nederland een ontwikkelingsland.

'In Nederland ontbreekt de infrastructuur. Dat is de reden dat iedereen naar het buitenland vertrekt. Ik ga naar Israël, Monique de Wilt en Rens Blom trainen altijd in Duitsland.'

De recente 5,75 meter in Tel Aviv, de sprong die hem naar Edmonton hielp, bevestigt dat hij weer 'op de goede weg' zit. 'Ik heb na de Olympische Spelen, die ik niet haalde, mijn sportieve leven geëvalueerd. Ik ga zeker door tot 2004, wellicht 2008. Dan ben ik pas 34 jaar.'

'Ook al kan ik dit leventje eigenlijk alleen maar volhouden omdat mijn vriendin Karin me ondersteunt. Zij werkt.' Een finaleplaats deze week, met de daarbij behorende - financiële - NOCNSF-status zou hem dan ook zeer welkom zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden