Polka's in het luie land van de Peel Rowwen Hèze verovert stad en land met soundtrack van het dorpsleven

Een éénogige kluizenaar, die de bewoners van het Limburgse dorp America de stuipen op het lijf joeg: een halve eeuw na zijn dood leeft dorpslegende Ruwe Hesen nog voort in de naam van de lokale popgroep....

AMIGOS, polka-brothers and -sisters! A long time ago, back in the deep deep dark forests of central Europe, people worked hard to stay alive. But in the evening they had their beer, they had their polkas, they had their friends and everything was wonderful!

(Flaco Jimenez op The Moon is Mine van Flaco Jimenez en Rowwen Hèze.)

Op het plein voor de Heilige Jozefkerk draait een jochie rondjes met zijn mountain-bike. Heel even gaat zijn hand van het stuur. En Jack Poels groet terug. Jack Poels, die aan gindse kant van de spoorlijn woont, net buiten het dorp, en een ommetje sightseeing verschaft in zijn grote Volvo.

Hij is zanger/componist (en vormgever) van de band die op het T-shirt van het kereltje staat gedrukt: Rowwen Hèze. Bekend van Bestel mar, Pinkpop, 't Roeie klied en Roskilde. Onderscheiden met de Zilveren Harp van Conamus en het klumpke van de plaatselijke carnavalsvereniging. Waar Rowwen Hèze speelt, deinen de massa's: vooraan de vaste aanhang die alles woord voor woord meezingt, daarachter een pogo-ende menigte en dan een klein segment van bedaarde luisteraars.

Want hun hits mogen dan de indruk wekken dat het altijd carnaval is in Limburg, Rowwen Hèze kan ook heel subtiel uit de hoek komen met een pijnlijk schuchter trompetje en een amechtig jankende accordeon - vooral die accordeon.

Ze zijn met zes man sterk. Heb je een beetje mazzel, dan tref je ze wel: op donderdagavond na het oefenen aan de bar bij 'Jantje', ook wel Boëms Jeu geheten - het stamcafé aan de Pastoor Jeukenstraat.

Zoals je in America geheid tegen Rowwen Hèze oploopt, ontkom je bij Rowwen Hèze niet aan America.

Over de oorsprong van de dorpsnaam doen twee lezingen de ronde. America zou een samentrekking zijn van am Erica: Duitse bijenhouders die sinds het begin van de vorige eeuw massaal naar de Noordlimburgse heide kwamen, noemden het zo. Tegenwoordig is men eerder geneigd te denken dat America naar Amerika is vernoemd. De boeren en veenwerkers die destijds naar de nog nauwelijks ontgonnen Peel trokken, wachtte immers een avontuur vergelijkbaar met dat van de pioniers in het 'wilde Westen'.

In het dorp aan de Peelrand, gemeente Horst, spreekt men over Amerika als 'groot America' en gaat Gemekkeluk zat, de blaaskapel die beter drinkt dan speelt, gekleed in een geinig uniform van stars and stripes. Maar daar houdt de vereenzelviging met de naamgenoot wel mee op.

America is Limburgs land. Lui land, zingt Poels in meer dan één liedje; liedjes die op hun beste momenten kunnen concurreren met Het Dorp van Wim Sonneveld en Le plat pays van Jacques Brel. Over 't luie land waar de werme règen valt, de hemel veurroej (vuurrood) kan zijn en het geliefkoos in het gras wordt onderbroken door di stront fanfaar, als het tegenzit.

Soms dan keumt d'r enne rea genboog

soms ruukt 't d'r verbrand

soms dan denkte bij owzelf:

heer is vul mier an de hand.

(uit: Goud)

Vroeger, toen het gezin Poels nog 'achter op de Zwarte Plak' woonde, twee minuten fietsen verderop, speelde Sjak achter het huis op de heide. Aan de rand van de Peel.

'Sommige vriendjes durfden er veel verder in te gaan. Ik niet. Je kende de verhalen over de veenbranden. Je hoorde wel eens dat er mensen verdronken. Ik heb het landschap ook nooit als mooi ervaren. Eerder als eng en bedreigend: de uitgestrektheid ervan, alsof je midden in het water staat.'

Bezienswaardigheid op het plein voor de Heilige Jozefkerk is het monument: Leven en vrij zijn. Dorpstaferelen moeten de inkepingen op de zuil voorstellen. 'Geschonken aan de Americaanse gemeenschap door CV De Turftreiers, 12 november 1994.' Poels zet er zijn auto niet stil uit eerbied of esthetisch genoegen. Het is de schenker van het ding, de carnavalsvereniging, waar een verhaal aan kleeft.

Dat zat zo. Voor een 'zittingsavond' van de Turftreiers had hij een fijn nummer geschreven: Nix stront nix. Met een kritische tekst over de altoos gespannen verhouding tussen kerkdorp America en de grote gemeente Horst. Wìj de lasten van een vuilstortplaats en een bungalowpark, zìj de lusten van de belasting-opbrengst, was de strekking. Daar werden de Turftreiers allesbehalve vrolijk van: stel dat de gemeenteraad van Horst boos werd en de subsidiekraan van de carnavalsvereniging dichtdraaide. Was Rowwen Hèze mischien bereid Nix stront nix als instrumentaaltje op de zittingsavond ten gehore te brengen?

Poels schreef een venijnig stuk in een plaatselijk krantje, waarin hij voor de toekomst nog louter carnavalsliedjes voorspelde 'die niet verder gaan dan tralala en hupsakee'. Elk plaatselijk krantje in de buurt kreeg er lucht van, de regionale pers dook er met het volle gewicht op en zelfs Van gewest tot gewest kwam naar America om een clipje op te nemen met Rowwen Hèze.

Poels: 'We waren amper uit de oefenruimte en meteen op tv. Het is zoals Johnny Rotten zei: als ze je gaan verbieden, zit je goed. Achteraf gezien is het fantastische pr geweest, maar toen waren we echt verbolgen.' Het werd een rel, het werd een familiekwestie ('ik heb ooms bij de Turftreiers') en het liep volkomen uit de hand. De vrede werd pas getekend toen de carnavalsvereniging de band drie jaar geleden voor een optreden in haar feesttent vroeg.

Het zit in de aard van het beestje: 'Hard werken, veel klagen, overal meteen de zwarte kant van zien en elk excuus aangrijpen om eens flink uit de band te springen.' Maar Poels gaat tegenwoordig liever skiën of naar Parijs met carnaval.

Schuin tegenover hem aan de Zwarte Plakweg woont Martîn Rongen, de drummer van Rowwen Hèze. Geboren in Horst, dat wel. Hij is de kleinzoon van meister Rongen, historische figuur in America: aanjager van het toneel- en muziekleven en oprichter van St. Caecilia, de formidabele fanfare (tweevoudig wereldkampioen).

Martîn, part-timer bij de Edah in Horst, speelt graag voor amateur-historicus. Dat zijn boekenkast uitpuilt van de werken van Toon Kortooms heeft daar weinig mee te maken, dat is de hobby van zijn vriendin. Maar als het gaat om wetenswaardigheden die de persoon Rowwen Hèze betreffen: 'Ruwe Hesen', bijnaam van Christiaan Hesen (1853-1947), éénogige kluizenaar, paranormaal begaafd, die een plaggenhut bewoonde achter op de Zwarte Plak en de Americanen de stuipen op het lijf joeg, dan loopt Martîn het hardst.

TROMPETTIST Jack Haegens (deeltijdbaan in de bouw) en gitarist Theo Joosten wonen in het dorp. En bassist Jan Philipsen (werkzaam bij een elektronicabedrijf) en accordeonist Tren van Enckevort een paar kilometer verder in Sevenum. Tren, beroepsmuzikant sinds de lagere school, repetitor van het Sevenumse klaroenjachtcorps en met zijn vijfentwintig jaar de jongste van de band, heeft er een verkreukelde boerderij gekocht, even voorbij het huis van zijn ouders, die hij eigenhandig verbouwt.

Poels (37): 'Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik ergens anders mijn schade moest gaan inhalen. Alles was hier.'

Van zijn vader, ms-patient, kan hij zich weinig herinneren: een schim in een rolstoel. Zijn moeder is niet bepaald van het benepen katholieke soort; ze wantrouwde de clerus, eerder dan dat ze het zondagse lof en de hemel bezong. In Venlo zat hij op de leao en in Eindhoven op de Grafische School, maar de 'vriendjes' (waarvan sommige aardig bedreven waren in het 'boertje pesten') kwamen na schooltijd toch liever naar America.

Tex-mex, rock, Oostenrijkse hoempa, Ierse folk: Rowwen Hèze heeft het allemaal in huis en toch klinkt het voor alles 'eigen', plaatsbepaald. Ook Rob van Donselaar, de producer van de onlangs verschenen cd Zondag in 't Zuiden, hoorde het meteen, zegt Poels: die verankering van de muziek in de omgeving. Maar waar het nou aan ligt, hij weet het niet precies. Of het zou 'de sfeer van fanfare en Tanze mit mir in den Morgen' moeten zijn.

Plaatjes draaide hij middagen, avonden lang in het jongerencentrum Cartouche. In het onbewoonde huis naast dat van de melkboer was het onderkomen van de gang, het 'American Racing Team': een man of zeven en allemaal een rooie Kreidler Florett. 'Dat huis hadden we voor onszelf. Er stond een bankstel in, een installatie met Bob Dylan, en een deur als tafel. Die deur moest je zien rond te drinken met lege flesjes. Zuipen om je tijd te verdoen, je hoefde er niet eens de brommer voor op. Zo vonden we onszelf hele kerels. En 's ochtends liep je bij de melkboer binnen voor een boterham en dan werd je langzaam wakker.'

Het keurslijf van 'muziekmaken in een pak' heeft Poels nooit aangestaan. Maar als soundtrack van het dorpsleven is er geen ontsnappen aan. Bij mooi weer hoor je 's avonds na het werk de mensen achter het open raam oefenen. St. Caecilia draaft op bij muziekconcoursen, begrafenissen, carnaval, bruiloften èn Allerheiligen.

'Als die inzetten op het kerkhof, gebeurt er wat. . . Muisstil en dan die lage tonen: alsof de wereld onder je vandaan wordt gespeeld, alsof het elk moment afgelopen kan zijn. . . Ik ga er niet meer heen.'

Wie eenmaal bij de fanfare zit, loopt er niet zo gemakkelijk weer weg. Jack Haegens, de trompettist van Rowwen Hèze, heeft er já-ren over gedaan voordat hij zich durfde af te melden omdat het lidmaatschap niet langer te combineren viel met de band; zijn hele familie was bij de fanfare geweest.

Poels: 'Hij zegt altijd dat het was alsof hij van de dokter te horen had gekregen dat het goedaardig was. Zo opgelucht was hij. Maar zijn vader was woest.'

Heej speulde marse walse

't makte 'm ni oet

als heej bloos

kwaam d'r geluk oet zien toet

(uit: Fanfaar)

Voor vermaak op de oudejaarsavond, vaste prik in het jongerencentrum, schreef Poels al teksten in dialect. Als zanger van de plaatselijk onwijs beroemde rockband Bad Edge (op 27 mei weer in originele bezetting bijeen, voor de 75-jarige voetbalclub) hield hij het echter bij de Engelse taal. Forced myself to take a shot, het was niet zijn tekst, maar hij zong het, met moeite. 'Jongens, als het woord speed viel, dan zetten we het al op een lopen. Wij, broekjes uit de Peel. En dan een shot nemen'

Toen Bad Edge in 1983 aan zijn einde kwam, tegelijk met zijn verkering, en 'Theo en Jan' (toen bassist en gitarist van The Legendary Texas Four, nu van Rowwen Hèze) hem voor hun nieuwe band vroegen, zei hij: best, maar dan wil ik dat we ook De Toet en De Peel in brand opnemen. Twee mooie liedjes die hij nog had liggen.

'Ik weet nog dat ik op een keer naar huis fietste, ik zat op de lagere school, en een intens rooie gloed aan de hemel ontwaarde; boven het land hing een vage mist. Ik schrok. Ik dacht echt dat de Peel in brand stond en dat ons huis door vlammen werd opgegeten. Ik heb de longen uit mijn lijf gefietst, zo bang was ik.'

En 's oaves laat de hoar nog naat

nog efkes en nar bed

de raam wiet oap genne sloap

en d'n hemel was veurroej

mist hing op 't land

's oaves laat da stong de piel in brand

Wat?! Was Poels nou van de rockmuziek of niet? Maar ze wilden hem er graag bij hebben. 'En het viel nog tegen ook om die nummers ingestudeerd te krijgen. De eerste uitvoering van De Peel in brand was reggae. Dat zat niet bepaald in onze rock-motoriek. En een polka was ook heel anders dan we gewend waren.'

HET HEEFT hem wat praten gekost om de rockers van hun hang-ups af te helpen: trompet en accordeon, hartstikke mooi, maar meer iets voor 'ouwe lullen', daar hield je als gezonde jongen uit de Peel niet van en als je er wat voor voelde dan zei je dat zeker niet hardop.

Maar Poels was er zelf ook niet helemaal vrij van. Los Lobos bijvoorbeeld, dat kon hij pas vrijuit waarderen, toen hij in OOR las dat ook Keith Richards die muziek hartstikke mooi vindt. Had hij niet de moeite genomen een cd van Flaco Jimenez te beluisteren, naar aanleiding van een lovende recensie, dan leefde hij misschien nu nog in de veronderstelling dat het hier een 'ontiegelijk ruige rockband' betrof.

Flaco! Getekende man uit San Antonio, die Jack in mateloosheid - bier en spelen - veruit overtreft en in Tren een fellow-accordeonist vond. Hij had hèn, de jongens van Rowwen Hèze, na afloop van een concert bij zich geroepen met het voorstel 'eens iets samen te doen'. Toch vreemd eigenlijk dat de polka, van oorsprong 'muziek van de buren', via zo'n grote omweg, want meegenomen door Pools-Duitse immigranten naar Texas, weer bij hen in Limburg Anschluss vond.

Flaco Jimenez stond als gast bovenaan het verlanglijstje voor het slotconcert van de Amsterdamse Uitmarkt op de Dam in 1992. Samen namen ze in het Limburgs/Engels/Spaans The moon is mine op; Ischa Meijer hoorde het in een taxi op de radio, zo gaat de mare, en wist meteen: die jongens moet ik in mijn programma hebben. 'Wat was ik zenuwachtig. Ik heb zelfs van de zenuwen zitten te liegen.' Terwijl Ischa zo zijn best deed, heel aardig was en op ontroerende wijze Flaco's tekst vertolkte in The moon is mine.

Als Poels voor één band warm loopt, dan is het wel voor The Pogues ('de kortste weg naar het hart'). Van horen zeggen kwam het bericht dat Pogues-zanger Shane McGowan Rowwen Hèzes uitvoering van Malle Babbe hoorde en prompt besloot er een vertaling van te laten maken. Eervol, jazeker, en helemaal als je weet dat Boudewijn de Groot, producer van Rowwen Hèze (1991) en Station America (1993), niet verrukt was van hun versie op Als de rook is verdwenen. . . (een eerbetoon aan Boudewijn de Groot door diverse artiesten).

'Martîn opperde dat hij ten opzichte van ons extra kritisch is. Zoals de onderwijzer die zijn eigen zoon in de klas heeft. Het zou kunnen.'

Aan de voordeur verschijnt een vrouw met een bundel frisgewassen gordijnen over de arm. Ze wil van Jack weten hoe ze de vetlaag van zijn schilderij in de Bondszaal moet boenen: het Peellandschap dat de gehele achterwand beslaat. Want de Bondszaal, repetitielokaal van de fanfare en dè gelegenheid voor feesten en partijen in America (erg geschikt voor een cd-presentatie), wordt opgeknapt.

Gewoon met een sopje dus. En Poels zet Canciones de mi padre van Linda Ronstadt nog maar een streepje zachter. 'Als je het schilderij ziet, het is te flauw voor woorden. Een vennetje en een berkeboompje, heel herkenbaar.

'Ik heb gedacht toen ze me vroegen: ik kan hier wel voor mezelf gaan staan freaken en er iets abstracts van maken, maar ik doe de mensen een groter plezier met mooie mist op de achtergrond en mooie wolken in de lucht. Hetzelfde geldt misschien wel voor de liedjes die ik schrijf.'

Rowwen Hèze: Zondag in 't Zuiden. HKM 200 2064 (CNR).

Vanavond speelt Rowwen Hèze in Escharen (Feesttent), zaterdag in Uitgeest (Feesttent), zondag op het strandfestival in Hamont, België.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden