Politieke partijen moeten zeggen met wie zij in een coalitie willen

De flexibiliteit van partijen bij de coalitievorming laat de kiezers in verbijstering achter. Tien jaar na de moord op Pim Fortuyn weet de kiezer nog steeds niet waar hij aan toe is.

Als ik op 6 mei 2002 door een collega van de Haagse redactie word gebeld, is Fortuyn nog in leven. Op de radio hoor ik dat een radioverslaggever heeft gezien dat het dode lichaam van Fortuyn wordt afgedekt met een wit laken. Een politieke moord, realiseer ik mij onmiddellijk, gericht op beïnvloeding van de democratische gang van zaken. De aanslag had tot doel het uit de weg ruimen van de belangrijkste uitdager van de gevestigde politiek, negen dagen voor de verkiezingen van de Tweede Kamer.


De sociaal-democraat Wim Kok had tien weken eerder, aan de vooravond van de gemeenteraadsverkiezingen van 6 maart, Pim Fortuyn nog beschuldigd van het aanzetten tot haat, discriminatie en het zaaien van tweedracht onder de bevolking. 'Asociaal', noemde de minister-president de Rotterdamse politicus die met Leefbaar Rotterdam 17 van de 45 zetels zou bemachtigen. Een cordon sanitaire zoals rond Filip Dewinter van het Vlaams Belang, dat leek weldenkend Nederland de enige juiste aanpak.


Maar na de moord en de verkiezingsoverwinning van de fortuynisten op 15 mei 2002 (de LPF werd met 26 Kamerzetels de tweede partij) is 'demoniseren' geen optie meer. De nieuwe christen-democratische premier Jan Peter Balkenende schakelt over op een andere tactiek: haal de fortuynisten binnenboord en maak hen medeverantwoordelijk - en daarmee onschadelijk.


Het was de tactiek van de accommodatie uit de roerige jaren zestig en zeventig. Toen had de politieke elite zich snel aangepast aan het verlangen van de kiezers zich te bevrijden uit de bestaande gezagsverhoudingen. Zij miste de innerlijke overtuiging om de confrontatie met 'nieuwe vormen en gedachten' aan te gaan. Door de opposanten tegemoet te komen en hen uit te nodigen aan het bestuur deel te nemen, probeerde de elite de revolte van de jongeren, vrouwen en andere activisten te absorberen en haar positie veilig te stellen. Met redelijk succes. Nu, in 2002, volgden de liberalen van de VVD en de christen-democraten van het CDA dezelfde werkwijze.


Bevoogding en betutteling

Dat betekende dat het programma van Fortuyn niet langer genegeerd kon worden. Die agenda had Fortuyn de tien jaren daarvoor ontwikkeld. In 1992 verscheen bij uitgeverij Bruna van de hand van 'een zoon van het Volk van Nederland', Wilhelmus S.P. Fortuyn, het pamflet Aan het Volk van Nederland. Binnen zeven maanden waren er twintigduizend exemplaren van verkocht. Fortuyn: 'Er is een gebrek aan goede ideeën, aan goede en aansprekende mensen en aan politieke regie van het noodzakelijke debat met de bevolking. Niemand geeft aan de publieke zaak nog enige leiding. Politici willen daar ook niet meer op worden aangesproken. Op zijn best wordt er op de winkel gepast en wij worden geacht dat goed te vinden. Niets is echter minder waar.'


De politici en de ambtenaren bevoogdden en betuttelden de bevolking, duwden het volk grootschalige hervormingen door de strot (zoals de scholengemeenschappe en de gemeentelijke herindeling). Ze wantrouwden het vakmanschap van de gewone onderwijzer, verpleegster en politieagent. Van de 150 duizend ambtenaren die het rijk in dienst had, moesten er binnen twee jaar 50 duizend worden ontslagen.


Als columnist van Elsevier richtte Fortuyn zich vanaf 1994 tot een massapubliek. Een kwart van de lezersbrieven aan het weekblad bestond uit fanmail voor Fortuyn. Hij kreeg uitnodigingen om te spreken in alle uithoeken van het land, vooral voor kleine zelfstandigen en ondernemers. In wisselwerking met zijn publiek scherpte hij zijn programma aan. In 1997 kwam Fortuyn met het bevestigende antwoord op de vraag die hij zich al jaren eerder stelde: Nederland is vol. De asielzoekers waren geen vluchtelingen meer, maar kapitaalkrachtige, calculerende vreemdelingen die gebruik maakten van een nieuwe, internationale, illegale en florerende bedrijfstak: de vluchtelingenindustrie.


Baantjes van de elite

Fortuyn maakte geen onderscheid tussen gematigde moslims en radicale moslims. Het lossnijden van de banden met het geloof, de familie en het land van herkomst was volgens hem de enige manier om succesvol te integreren. Voor dit standpunt was geen enkele andere politicus te porren, maar een flink deel (29 procent in het jaar 2000) van de bevolking was het met Fortuyn eens.


Volkstribuun Pim Fortuyn wist de verkiezingen van 2002 een nieuwe urgentie mee te geven door het politiseren van een verdonkeremaande 'agenda van onderop'. Hij was de enige bondgenoot voor ruim anderhalf miljoen kiezers die zich stoorden aan de wachtlijsten in de zorg, falende publieke dienstverlening, de onveiligheid op straat, aan multiculturele spanningen, maar ook aan de vriendjespolitiek van een gesloten politieke klasse.


Fortuyn in 2002: 'Het is de cultuur van het poldermodel waar wij ons tegen keren. Een gesloten cultuur die buitenstaanders buiten de orde verklaart en nieuwe belangen niet onderkent. Een grote groep mensen in Nederland zegt: CDA, PvdA of VVD, het is allemaal één pot nat. Zij maken deel uit van die elite waarvan mensen intuïtief of intellectueel zien dat die opengebroken moet worden. Het is de elite die het kiezen van de burgemeester en de minister-president heeft tegengehouden. Omdat het om hun baantjes gaat.'


Het exploiteren van de kloof tussen de ontvoogde kiezers en de paternalistische elite - dat was het grote project van Pim Fortuyn geweest. Het overbruggen van die kloof was de opdracht waarvoor een nieuwe politieke generatie zich gesteld zag.


Het CDA en meer nog de VVD leken die boodschap goed begrepen te hebben. Met Rita Verdonk als minister van Vreemdelingenzaken zochten asielzoekers niet langer hun heil in Nederland en werden hoge eisen gesteld aan gezinshereniging. De VVD kwam met een Liberaal Manifest dat een warm pleidooi voor meer directe burgerinvloed was, met een gekozen burgemeester, een gekozen kabinetsformateur en een raadgevend referendum. Partijleider Van Aartsen: 'Ik ben er diep van overtuigd dat we die kant op moeten. De Fortuyn-revolte heeft aangetoond dat we een probleem met de inertie van onze democratie hebben.'


Het kabinet-Balkenende kwam met een wetsvoorstel om de benoemde burgemeester uit de Grondwet te schrappen. In een bloedstollend debat in de Eerste Kamer, voorjaar 2005, torpedeerde PvdA-senator Ed van Thijn deze eerste stap naar een gekozen burgemeester. In september 2007 verklaarde minister Guusje ter Horst (PvdA): 'De vraag is of zo'n figuur past in de Nederlandse cultuur. Na Fortuyn dachten we even van wel. Ik ook, maar nu de rust - schijnbaar of niet - is weergekeerd doet het verstand dat ook.' Let op het woordje 'verstand'. Kennelijk vinden alleen dwazen het een goed idee als de inwoners van een gemeente zelf hun burgemeester mogen kiezen na een verkiezingsstrijd die openstaat voor iedereen die zich kandidaat wil stellen.


Het referendum dan? Met veel moeite besloot het Nederlandse parlement tot een experiment. Op 1 juni 2005 kwamen de Nederlanders massaal naar de stembus om zich uit te spreken over de Europese Grondwet. Twee van de drie burgers gaven het verkeerde antwoord; ze zeiden nee. Dat viel vies tegen, want bijna alle partijen hadden campagne gevoerd vóór de Europese Grondwet. Het CDA nam zich heilig voor het losgeslagen volk nooit meer zulke verregaande inspraak te geven met zulke ingrijpende gevolgen. Tijdens de verkiezingen van 2006 beloofde de PvdA een referendum over het nieuwe, bijgestelde Europese Verdrag. Maar die belofte bleek niets waard toen de PvdA van Wouter Bos met het CDA van Balkenende een regering ging vormen.


Verbijsterende flexibiliteit

Fortuyn leek na een jaar of vier al vergeten. Als vanouds herleefde de opvatting in Haagse kringen dat iedereen toch het meest gebaat is bij nette mensen in het landsbestuur, die elkaar goed kennen en heel goed weten wat goed is voor de natie. Kamerlid Jan Schinkelshoek van het CDA verzuchtte in 2008, toen de kredietcrisis in volle hevigheid was losgebarsten: 'Je moet er toch niet aan denken dat in tijden als deze allerlei politieke avonturiers en populistische rattenvangers het voor het zeggen hebben.'


Nog geen twee jaar later besluit het CDA-congres in zee te gaan met Geert Wilders als 'gedoogpartner' voor een minderheidscoalitie met de VVD. Wilders is nog steeds een éénmanspartij, maar zijn fractie in de Kamer is inmiddels groter dan die van het CDA. En de kredietcrisis heeft zich inmiddels verdiept tot een crisis van de Europese Unie.


Het is de vloek van de coalitiepolitiek. Het Nederlandse stelsel van evenredige vertegenwoordiging dwingt de politieke partijen ertoe bij coalitievorming een flexibiliteit ten toon te spreiden die de kiezers met verbijstering achterlaat. Geen enkele partij wordt in zo'n stelsel groot genoeg om zijn verkiezingsbeloften te kunnen omzetten in regeringsbeleid. Het gevolg is dat het programma waarmee een partij de verkiezingsstrijd aangaat niet meer is dan een reclamefolder.


De echte oplossing is een ander kiesstelsel, een mix van de gang van zaken in landen als Engeland, Frankrijk of Duitsland, waar grote partijen floreren, de minister-president wordt gekozen en volksvertegenwoordigers zich in hun eigen kiesdistrict moeten verantwoorden.


Maar het zou al mooi zijn als elke partij in de aanloop tot de Tweede Kamerverkiezingen van 12 september een bijsluiter bij zijn programma levert: dit is bespreekbaar en dat niet, hier hebben we onze ideeën aangepast aan de nieuwe situatie, daar zijn we bereid tot een compromis, dit zijn de plussen van onze voorstellen, dat zijn de minnen. En vooral graag van tevoren de kaarten op tafel leggen: we gaan met die club wel en met die club niet regeren.


HANS WANSINK


is redacteur van de Volkskrant.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden