Politieke moord achtervolgt Obama

Donderdag was het precies veertig jaar geleden dat presidentskandidaat Bobby Kennedy werd neergeschoten door een gestoorde Palestijn.

Van onze correspondent Philippe Remarque

De 42-jarige Bobby was de broer van de vermoorde president John F. Kennedy. Hij vierde net zijn overwinning in de voorverkiezing van Californië, die de Democratische nominatie binnen handbereik bracht. Een etmaal later stierf hij.

Het is natuurlijk toeval dat Barack Obama in 2008 precies rond dit jubileum de Democratische nominatie zekerstelt. Maar verschillende commentatoren grepen deze week de samenloop aan om Obama te vergelijken met Bobby Kennedy, eveneens behept met jeugd, charisma en idealisme.

Maar de vergelijking die zich nog eerder opdringt, wordt in de Amerikaanse media niet getrokken: dat Obama als kandidaat van de verandering in veler ogen ook gevaar loopt te worden vermoord.

‘Ik maak me zo’n zorgen over zijn veiligheid’, zei een vrouwelijke toehoorder bij een toespraak in een vrijwel onbeveiligde school in New Hampshire.

Een zwarte aanhanger in South Carolina was explicieter: ‘Hij kan zo worden neergeschoten door een blanke extremist. Ze hebben Martin Luther King ook te pakken genomen.’

Het is bijna macaber, het rijtje grote namen in de Amerikaanse geschiedenis met wie Obama zich in zijn toespraken identificeert: Lincoln, JFK en King, alle drie doodgeschoten. De nabestaanden van JFK hebben Obama aangewezen als voortzetter van de Kennedy-zaak.

Beschermd wordt Obama wel. Na de moord op Bobby Kennedy besloot het Congres bescherming door de geheime dienst uit te breiden naar alle presidentskandidaten. Obama kreeg die bescherming in mei 2007, het vroegst van alle kandidaten. Dat was omdat hij zulke grote menigten trekt. Obama gaf met tegenzin toe, na aandringen van bevriende senatoren.

Bij een kleine bijeenkomst van Obama werden onlangs zelfs de journalistentassen door politiehonden besnuffeld. Maar bij een grote toespraak in de buitenlucht, zoals in Austin begin maart, had een scherpschutter zo kunnen toeslaan.

Zelf zegt de kandidaat dat niemand zich zorgen hoeft te maken omdat hij de ‘beste beveiliging ter wereld’ heeft. Slechts een keer sprak hij erover, met The New York Times: ‘Ik denk dat iedereen die besluit presidentskandidaat te worden, erkent dat daar risico’s aan kleven, zoals alles risico’s heeft.’

Obama wees de krant erop dat King noch Robert Kennedy bescherming van de geheime dienst had. Toen hij in maart met zijn karavaan langs de plaats in Dallas reed waar JFK werd vermoord, dacht hij naar eigen zeggen slechts aan zijn opkomende verkoudheid. ‘Ik dacht: ik moet mijn neus snuiten voordat ik bij de zaal ben.’

Hillary Clinton veroorzaakte onlangs een storm toen ze zei: ‘We herinneren ons allemaal dat Bobby Kennedy werd vermoord in juni in Californië.’ De uitspraak werd begrepen als een toespeling dat Obama hetzelfde zou kunnen overkomen, terwijl zij slechts wilde betogen dat voorverkiezingen vaak tot in juni duren.

Zo gevoelig ligt de kwestie in Amerika. In de media lijkt er een taboe op te heersen, alsof het noemen ervan mensen op een idee zou brengen.

Al zijn de politieke moorden van toen vier decennia oud, het trauma is er nog steeds.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden