Opinie

Politieke elite controleert zichzelf

Laat Donner op zijn post. Met een open sollicitatieprocedure voor de Raad van State toont het kabinet wat goed bestuur is.

Piet Hein Donner.Beeld anp

Als we de geluiden uit Den Haag en de berichtgeving mogen geloven, heet de aanstaande vicevoorzitter van de Raad van State Donner. Diens benoeming lijkt al bijna een vaststaand feit, zeker nu Donner niet zelf de benoemingspro cedure gaat leiden. Dat is merkwaardig, want die eventuele benoeming roept pittige vragen op.

Toen we onze studenten bestuurskunde vroegen hoe zij over een benoeming van Donner denken, kregen we de volgende reacties: "Gaat hij straks adviseren over zijn eigen wetsvoorstellen? Gaat hij recht spreken over zijn eigen maatregelen? Benoemt hij zichzelf?"

En: "Kan hij onafhankelijk adviseren aan een kabinet dat hijzelf gevormd heeft en waarvan hijzelf lid was?" In het publieke debat blijven antwoorden op deze relevante vragen vooralsnog uit. En inmiddels is de benoeming een politiek spel tussen oppositie (zie de motie van Cohen) en coalitie (denk aan de woorden van CDA-voorzitter Peetoom en premier Rutte). Ons lijkt die benoeming daarvoor te belangrijk.

Immers, we hebben het hier over de benoeming van de feitelijke voorzitter van een uiterst belangrijk instituut. De Raad van State kan zijn werk als adviseur en rechter alleen goed doen, als zijn onafhankelijkheid buiten kijf staat. Immers: "De Raad is onafhankelijk adviseur van de regering over wetgeving en bestuur", zo is op zijn website te lezen.

De onafhankelijkheid van de Raad van State raakt aan een belangrijk aspect van good governance: goed bestuur is gebaat met checks and balances. De kwaliteit van het bestuur wordt beter door een stelsel van macht en tegenmacht. Onafhankelijke instituties als de Algemene Rekenkamer en de Raad van State horen bij dat systeem.

Maar, en hier zit de crux, checks and balances ontstaan niet automatisch. De belangrijkste politieke actoren hebben hen vol overtuiging in het leven geroepen en gehandhaafd. Goed besturen betekent ook: het organiseren van controle en tegenmacht, ook als dat leidt tot articulatie van andere meningen. Het kabinet (en zeker de minister van binnenlandse zaken) en de volksvertegenwoordiging hebben hier een grote verantwoordelijkheid. Goed bestuur vergt terughoudendheid.

Partij- en persoonlijke belangen mogen het kwetsbare systeem van macht en tegenmacht niet in de weg staan. Doen ze dat wel, dan is het risico groot dat Nederland afglijdt naar een praktijk van politieke benoemingen, zelfs bij adviesorganen (die daarmee vrijwel overbodig worden) en bij de hoogste rechters (die daardoor politiek verdacht worden). Dat zullen het kabinet en zijn minister van binnenlandse zaken niet op hun geweten willen hebben (zo stelden wij, hoopvol, onze studenten enigszins gerust).

Regering en politieke partijen moeten deze onafhankelijkheid respecteren, zowel feitelijk als in de beeldvorming. Maar dat kan niet als een zittende minister benoemd wordt tot vicevoorzitter van de Raad van State. Premier Rutte ziet geen probleem in een dergelijke overstap, maar dat lijkt ons onmogelijk vol te houden.

Nu bestaat de Raad van State uiteraard niet alleen uit een vicevoorzitter; andere leden zouden de onafhankelijkheid van advisering en rechtspraak kunnen bewaken. Maar helpt een dergelijke nuancering in de beeldvorming? Wie komt dat even met grote overtuigingskracht uitleggen? Donner zal het gezicht van de Raad van State zijn; hij is tevens een sterk geprofileerd politicus. Als minister hoorde hij pal achter zijn voorstellen te staan; en dat stond hij ook. Is het niet beter als een ander even slagvaardig wijst op de gebreken van die voorstellen?

Het is te hopen dat het kabinet de moed heeft alsnog een echte open selectieprocedure te starten, met een stevige profielschets. Dan is voor eenieder duidelijk wat de aanstaande vicevoorzitter zou moeten kunnen. Vervolgens kunnen allerlei personen solliciteren; niet per se gewezen politici (of zelfs alleen CDA-politici). Dat zou best eens tot verrassingen kunnen leiden.

Maar wie niet zoekt, zal nooit de beste kandidaat vinden. Het zou Donner sieren publiekelijk te verklaren dat hijzelf géén kandidaat is. Hij is dat aan de Raad van State, aan zijn functie en aan zijn stand verplicht. Zolang Donners kandidatuur mogelijk is, zullen er zich waarschijnlijk weinig andere serieuze kandidaten melden.

Als het kabinet Donner benoemt, dan hebben critici (cynici?) misschien toch gelijk; namelijk dat de politieke elite de benoeming van dergelijke 'mooie' posten liever niet uit handen geeft. Wij hopen dat het kabinet de andere weg zal kiezen: voor de kritische kwaliteit van onafhankelijke advisering en rechtspraak, tegen (de beeldvorming van) vriendjespolitiek. Het zou een voorbeeld van goed bestuur zijn.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden