Politiek rijdt RIOD lelijk in de wielen

De discussie over Srebrenica heeft zorgwekkende effecten op het lopende onderzoek van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie. Volgens J.H.C Blom staat zowel het prestige van de onderzoekers als de kwaliteit van het onderzoek op het spel....

DE HUIDIGE ophef over Srebrenica lijkt als twee druppels water op de situatie in 1996. Ook toen was er sprake van een aanhoudende stroom onthullingen en quasi-onthullingen. Ook toen was er sprake van politieke en maatschappelijke bezorgdheid en verontwaardiging.

Uiteindelijk leidde dit, toen andere opties niet haalbaar bleken, tot een verzoek van het kabinet aan het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie om een breed opgezet onderzoek uit te voeren naar de gebeurtenissen voor, tijdens en na de val van de enclave Srebrenica.

Daarbij werd gevraagd alle relevante feiten te ordenen en te interpreteren en in een samenhangend verslag te presenteren. Een meerderheid van de Kamer ging daarmee akkoord en het RIOD kreeg alle steun toegezegd bij de uitvoering van zijn ongetwijfeld moeilijke taak.

Dat alles lijkt nu volkomen te zijn vergeten.

Daarin speelt misschien mee dat het RIOD, in overleg met de opdrachtgever, destijds heeft besloten geen mededelingen naar buiten te doen over het verloop van het onderzoek of tussentijdse conclusies en bevindingen te publiceren. De vrees daarbij was dat op basis van mogelijkerwijs nog onvolledige of nog niet geheel rijpe bevindingen, publiciteit zou worden veroorzaakt die contra-productief zou werken.

Het RIOD meent nog steeds dat rust de beste garantie is voor een optimaal resultaat, juist ook vanwege de emotionele lading en de complexiteit van het onderwerp. De gebeurtenissen nu, waarbij verklaringen en tegenverklaringen, geruchten en feiten, over elkaar heen buitelen, illustreren maar al te duidelijk waar het RIOD bang voor was.

Vanwege deze zelfde omstandigheden treedt het RIOD nu naar buiten. De verbazing bij het RIOD over de ontwikkeling van de publieke discussie over Srebrenica is omgeslagen in grote bezorgdheid over de effecten die dit alles heeft op het verloop en de voortgang van het onderzoek.

Het onderzoek speelt in de discussie geen rol, of wordt gezien als een instrument dat zich naar believen voor andere doeleinden, zoals een parlementaire enquête, laat inzetten. Ook lijkt de onuitgesproken gedachte te leven dat de onderwerpen die nu (en trouwens ook in het verleden) in het nieuws zijn, aan de aandacht van het RIOD voorbij gaan.

Dat laatste is geenszins het geval. De huidige ontwikkelingen, met name de wens nieuwe onderzoeken te starten, leveren onbedoeld grote problemen op voor het RIOD-onderzoek.

Het prestige en vertrouwen dat de RIOD-onderzoekers in binnen- en buitenland hebben opgebouwd, dreigt nu te worden ondermijnd en daarmee de kwaliteit van het onderzoek zelf. De indruk zou kunnen ontstaan dat in Nederland zelf dit onderzoek niet langer serieus wordt genomen.

Met het oog op de risico's daarvan wil ik hier een uiteenzetting geven over de wijze waarop het RIOD tot nu toe de opdracht heeft ingevuld. Er is uitgegaan van een drietal niveaus van onderzoek en analyse: internationaal, nationaal en lokaal, waarbij onder het laatste wordt verstaan de regio voormalig Joegoslavië en in het bijzonder Bosnië.

Zoals al aan het begin van het onderzoek in 1996 werd verwacht, is de informatiewinning op internationaal niveau niet gemakkelijk. Ongeclausuleerde toegang tot archieven blijkt een probleem. Desondanks is het RIOD er in geslaagd met een aantal landen en internationale organisaties werkafspraken te maken over de toegang tot informatie (die uiteraard kritisch zal worden gewogen).

Op nationaal niveau heeft het kabinet, met instemming van het parlement, het RIOD alle mogelijke medewerking toegezegd waaronder een onbeperkte toegang tot alle relevante overheidsarchieven en de ontheffing van geheimhoudingsplicht jegens het RIOD bij alle betrokkenen.

Op basis daarvan heeft het RIOD zeer uitgebreid archiefonderzoek uitgevoerd en tot nu toe ruim honderdvijftig interviews gehouden in binnen- en buitenland. Het archiefonderzoek bij Buitenlandse Zaken en met name bij Defensie bleek zeer tijdrovend, omdat door de aard van deze organisatie de informatie verbrokkeld is opgeslagen.

Desondanks is er, onder andere met de medewerking van Defensiepersoneel, zeer veel informatie boven water gehaald die zich leent voor verder onderzoek en analyse. Alle kwesties waar nu aandacht in de publieke discussie voor wordt gevraagd, zijn het RIOD bekend, onder andere als uitkomst van het diepgravende archiefonderzoek bij en met medewerking van Defensie.

Daarbij gaat het onder andere om zaken die de besluitvorming tot de uitzending van Dutchbat betreffen, het verblijf van Dutchbat in Srebrenica en de val, alsmede zeer veel gegevens die een - volgens een eerste indruk - nieuw licht werpen op de wijze waarop met de nasleep van de val is omgesprongen.

Het RIOD kent deze nasleep een belangrijke plaats toe in het onderzoek en het eindrapport. Dat betekent onder andere aandacht voor vragen naar eventuele pogingen om bepaalde zaken in de doofpot te stoppen en mogelijke manipulatie van feiten bij de samenstelling van het debriefings rapport. In dat kader past ook aandacht voor een analyse van de interne procedures en verhoudingen binnen het defensie-apparaat, zoals de verhouding tussen de Koninklijke Landmacht en de politieke leiding.

Naar aanleiding van een blijkbaar her en der levend misverstand: ook gebeurtenissen en handelingen die mogelijkerwijs strafrechtelijke implicaties hebben, maken deel uit van het onderzoek, ook al heeft het onderzoek niet als zodanig tot doel strafbare feiten op te sporen.

Zo zal bijvoorbeeld de omstreden scheiding van mannen, vrouwen en kinderen bij de compound van Dutchbat in Potocari zo precies mogelijk worden gereconstrueerd en geanalyseerd. Daarbij zal zowel aandacht worden geschonken aan de context van die situatie en de eventuele keuzes en dilemma's waarvoor soldaten zich gesteld zagen, als aan de vraag of Dutchbat-militairen aan die scheiding hebben meegewerkt.

Juist vanwege de noodzakelijke nauwkeurigheid van de reconstructie van de gebeurtenissen in de fatale dagen van juli 1995 spant het RIOD zich in om ter plaatse in voormalig Joegoslavië betrouwbare informatie van direct en indirect betrokkenen te verwerven. Daarbij moest (en moet) in veel gevallen zeer veel wantrouwen worden overwonnen, in het bijzonder bij getraumatiseerde vluchtelingen.

Dankzij voorzichtig en geduldig opereren boekt het RIOD daarbij inmiddels resultaten die gebruikt kunnen worden bij een toetsing van informatie die is verkregen uit een scala van andere bronnen.

De keuze van het RIOD om langs zowel officiële als informele kanalen te werken, heeft inmiddels geleid tot de medewerking van een groot aantal instanties, zoals niet-gouvernementele organisaties, en individuen in binnen- en buitenland. Zij verstrekten geheel onbaatzuchtig informatie of hielpen het onderzoek op andere wijze vooruit.

In het bijzonder tal van journalisten die een grote persoonlijke betrokkenheid bij het onderwerp voelen, verschaften het RIOD gegevens of droegen mondelinge bronnen aan. Daarbij stelden ze het leveren van een bijdrage aan het RIOD-onderzoek hoger dan de nieuwswaarde van dat onderzoek.

Heel deze hier globaal geschetste werkwijze van het RIOD dreigt nu ernstig te worden doorkruist door uiteenlopende voorstellen voor nieuwe onderzoeken. Het gevoel van urgentie en dadendrang, hoe begrijpelijk ook, lijkt een belangrijker richtlijn te gaan vormen dan een bezonken antwoord op de vraag of het reeds in gang gezette proces van waarheidsvinding met deze voornemens werkelijk gediend is.

Het is van wezenlijk belang dat in de verdere besluitvorming over eventuele nieuwe onderzoeken naar Srebrenica de gevolgen voor het RIOD-onderzoek zorgvuldig worden overwogen.

J.C.H. Blom is directeur van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden