Politiek krijgt de burgers die zij verdient

Nederlanders zijn politiek lui en tussen de actieve top en de passieve massa ontbreekt een politieke middenstand die deelneemt aan processen in partijen, organisaties en op straat, vindt Rinus van Schendelen....

De kiezer heeft een dagje gesproken en het woord is nu aan de gekozenen. Maar ook zij hebben weinig inspraak. Het spel van de kabinetsformatie, tegenwoordig de belangrijkste functie van het parlement, laten zij over aan enkele voormannen van fractie en partij. Het regeerakkoord en nieuwe kabinet moeten zij daarna als regeringsfracties steunen dan wel als oppositie dwarsbomen. Tevens mogen zij nieuwe wetsvoorstellen beoordelen en de regering controleren.

Maar het Binnenhof is een kleine wetgever. Naar schatting 95 procent Haagse wetgeving bereikt burgers en organisaties rechtstreeks vanuit het openbaar bestuur (gedelegeerde wet- en regelgeving). Ook 'Brussel' en lagere overheden maken hun wetten en regels grotendeels buiten het Binnenhof om. Controle op de regering blijft over als late mosterd na de maaltijd, opgediend bij de media.

Ook na verkiezingsdag zouden burgers zich kunnen bemoeien met Haagse besluitvorming. Zij kunnen actief lid worden van een politieke partij. Maar krap 3 procent is lid (vooral ambtenaren) en slechts eentiende ervan ook actief, dus hier gebeurt niet veel. Ook is er het mogelijke lidmaatschap van maatschappelijke organisaties inzake bijvoorbeeld arbeid, milieu en zorg. Hier scoren onze burgers, internationaal beschouwd, opmerkelijk hoog. Mede dankzij de overheidssubsidies aan deze organisaties zijn zij echter vooral 'tientjesleden' en, vergeleken met buurlanden, alweer extreem passief. Op hun ledenaantallen baseren deze organisaties wel hun claim op Haagse participatie, maar hun lobbyteksten verzinnen zij grotendeels zelf. Dus ook op deze route is er weinig participatie van burgers. Blijft over de spontane straatactie. Ook hier scoort ons land extreem laag.

Nederland wordt bevolkt door huiselijke hobbits: thuis lui voor de tv, op het werk bezig voor zichzelf en in de grote wereld erbuiten vertrouwend op God, Koningin en Sociale Zekerheid. Weliswaar participeren ook elders de meeste mensen weinig en slechts weinigen veel in de politieke besluitvorming, maar bij ons is deze piramide van participatie momenteel wel erg steil. Zelfs de typering van toeschouwersdemocratie is geflatteerd, want suggereert een oplettendheid die ontbreekt. Alleen een melodramatische politieke eenakter trekt even de aandacht. De verkiezingscampagne begon alweer te vervelen door herhalingen. Tussen de kleine actieve top en de passieve massa ontbreekt in Nederland nu, in contrast met elders en enkele decennia geleden, een politieke middenstand van rond 15 procent burgers die actief deelnemen aan processen in partijen, organisaties en op straat. Zoals in de economie is zo'n middenstand broodnodig, nu voor de verbinding tussen huiskamers en Catshuis.

Al deze gegevens behoeft men geenszins te problematiseren. Een parlement dat weinig goeds kan verrichten, kan ook weinig kwaad doen. De kwaliteit van wetgeving vermindert nu gelukkig niet door rommelige amendementen. Ambtenaren, lobbygroepen en 'Brussel' besluiten toch wel. In lege partijen krijgen de wél actieven leuk de ruimte. Het tientjeslid krijgt een aflaat voor passiviteit en een welkomstpakket op de koop toe. Zonder veel soesah kunnen organisaties zich representatief noemen. Straatacties zouden het verkeer maar ophouden. Hobbits zijn eigenlijk een gelukkig volkje. Zij participeren hooguit vanuit de tv-stoel, met het afstandapparaatje voor commentaar. Landen met wel een politieke middenstand zijn trouwens niet per se aangenamer.

Dat is allemaal waar, maar niet indien de burgers vervolgens mopperen over de gevolgen van hun gedrag. Het nieuwe kabinet presenteert de burgers straks fikse rekeningen voor wat zij of hun buren hebben gewild. Wie democratie alleen wil consumeren en niet produceren, moet niet klagen over wat de schappen bieden. De partij van zijn voorkeur had men actief kunnen steunen. Het democratisch tekort van het Binnenhof kon men helpen verkleinen. Maatschappelijke organisaties kan men alsnog aanspreken op hun pretentie van representativiteit. Tegen ambtelijke beslotenheid kan men heus wel ageren. Invloed uitoefenen gaat niet vanzelf. Men zal moeten willen en misschien durven deelnemen. Kunnen is nauwelijks een probleem, want de meeste mensen hebben voldoende tijd, gezondheid, tekst en andere hulpmiddelen.

Ook politici moeten niet mopperen over passieve en onberekenbare burgers. Zij hebben ze zelf gewild. Bij eerdere regeerakkoorden blokkeerden zij vrijwel steeds voorstellen tot meer participatie. Zij bezorgden ons land in Europa een nogal achterlijke politieke cultuur. Liever bouwden zij een gigantische Haagse bureaucratie, die burgers op afstand zet. Aan organisaties stellen zij zelden serieuze eisen van representativiteit. Met hun rug naar 'Brussel' brengen zij media en burgers in de waan dat daar niets belangrijks gebeurt. Wie burgers zo behandelt, verwaarloost die politieke middenstand en houdt wispelturige jansalies over. Zodra de stembus opengaat, wreekt zich dan de vervreemding tussen huiskamers en Catshuis. Indien politici minder willen klagen over burgers, dan moeten zij bij de huidige kabinetsformatie eens verlangen dat bestuur en beleid meer in handen komen van burgers en representatieve organisaties. Haal ze als belanghebbenden de departementen binnen, die dan tegelijk kleiner kunnen! Laat ze in de buurt en op het werk over meer zelf beslissen! Terwijl de politici nu hun kabinet formeren, zouden burgers hun actieve politieke middenstand moeten formeren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden