Politiek koos bewust voor duurdere zorg

President Nout Wellink van De Nederlandsche Bank waarschuwde zondag voor een kostenexplosie in de gezondheidszorg. Toch moet hij voorzien hebben hoe het besluit van het tweede paarse kabinet en daarna het kabinet-Balkenende zou uitpakken om voortaan niet het budget, maar de vraag van de patiënt bepalend te laten zijn voor...

Het tot dan toe gebruikelijke, financieel afknijpen van de zorg had ongewenste bijwerkingen, besefte de politiek. Het leidde tot onverantwoord lange wachttijden voor ernstig zieken en zorgbehoeftige ouderen. Daarom werd het roer radicaal omgegooid. De rechter had daarbij een flink handje geholpen door claims van patiënten toe te wijzen en daarmee verzekeraars (de financiers) en hulpverleners te dwingen hun taak naar behoren te vervullen.

De daarop volgende sterke kostenstijgingen waren het resultaat van het beleid. Els Borst, minister van Volksgezondheid in de twee kabinetten-Kok én haar kortstondige opvolger Eduard Bomhoff in het kabinet-Balkenende namen royaal afstand van het systeem van aanbodsturing - hulpverleners kort houden om zo de vraag van de patiënt in te dammen.

Vraagsturing was voortaan het devies. 'Het recht op zorg geldt van 1 januari tot en met 31 december. Het houdt niet op in november, als het geld op is', zei Bomhoff. De vraag naar de kosten beantwoordde hij met een geruststellend lachje. Maar het nieuwe beleid had effect, ook al zijn de wachtlijsten nog niet weg.

Het primaat van de vraagsturing is echter niet de enige kostenopdrijver. De dubbele vergrijzing (steeds meer ouderen, die óók nog eens héél oud worden en steeds meer zorg nodig hebben) is al een hele tijd aan de gang. Niks nieuws, achtereenvolgende kabinetten waren daarvan op de hoogte.

De technische vooruitgang - steeds geavanceerder en patiëntvriendelijker apparaten - maakt het steeds gemakkelijker om aan de vraag van de patiënten te voldoen. Oók bekend. Het zuinige beleid van achtereenvolgende kabinetten leidde tot personeelstekorten. Om nieuwe mensen binnen te halen, betaalden de werkgevers in de zorg hogere lonen. Dat is de bulk van de kosten.

De gevolgen zijn voorspelbaar. Méér zorg betekent: méér kosten, dus hogere ziektekostenpremies, de belangrijkste financieringsbron. Slecht voor het bedrijfsleven, want hoe hoger de premies, hoe hoger de loonkosten en hoe slechter de concurrentiepositie.

De cijfers, van het ministerie van Volksgezondheid, zijn helder. Sinds 1994 (23,5 miljard euro) liepen de kosten voor de zorg steil op naar 40,5 miljard dit jaar; exclusief eigen bijdragen (2 tot 3 miljard per jaar). Wellinks angst voor 'de tikkende tijdbom in de zorg' is begrijpelijk. Maar elke oplossing roept verzet op: pakketverkleining, hogere eigen bijdragen, terug naar aanbodsturing.

De vraag is nu of de politiek in staat is de zelfgemaakte tijdbom te demonteren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden