Politiek gaat vrolijk door met opheffen gemeenten

Minister De Vries van Binnenlandse Zaken heeft tegenover een weerspannige senaat het hoofd in de schoot gelegd. De vorming van Twentestad is van de baan....

Of het veel zal helpen, is de vraag. In de Eerste Kamer bestaat nog altijd voldoende steun voor 23 andere plannen die tot de liquidatie van zelfstandige gemeenten zullen leiden.

Het gemeentewezen heeft de afgelopen vijftien jaar een geweldige herverkaveling doorgemaakt. Midden jaren tachtig waren er nog 714 zelfstandige gemeenten, begin dit jaar waren er daarvan nog maar 537 over. Vooral het derde kabinet-Lubbers en de twee paarse kabinetten hebben stevig huisgehouden. De inbreng van de PvdA was daaraan niet vreemd. Niet alleen zijn de sociaal-democraten van oudsher al voorstander van grootschalig en efficiënt besturen. Maar de PvdA bezette eerst met Dales (en even Van Thijn), later met staatssecretaris Van de Vondervoort en vervolgens met de ministers Peper en diens opvolger De Vries, ook de sleutelposities op het departement van Binnenlandse Zaken dat over de gemeentelijke herindeling gaat.

Vooral Van de Vondervoort wist, onder minister Dijkstal (VVD), mooie resultaten te bereiken. Zij had niet alleen de gemeentelijke herindeling in haar weinig aansprekende portefeuille, maar was aanvankelijk ook verantwoordelijk voor de vorming van de stadsprovincies, waartoe in het regeerakkoord van Paars I was besloten. Van meet af aan was duidelijk dat die stadsprovincies op veel (bestuurlijk) verzet stuitten. Referenda in Rotterdam en Amsterdam zorgden uiteindelijk voor het definitieve debacle. De staatssecretaris had haar conclusies al eerder getrokken en zette, achter de schermen, steeds nadrukkelijker in op het samenvoegen van gemeenten. Onder haar bewind beëindigden meer dan zeventig gemeenten hun zelfstandig bestaan. Veel herindelingplannen die nu omstreden zijn (Twentestad, de fusie tussen Utrecht en Vleuten-De Meern, de uitbreiding van Eindhoven en Den Haag), zijn een gevolg van het mislukken van het stadsprovincieproject.

Peper deed er nog een schepje bovenop en kwam met een nota waarin, kritisch, werd vastgesteld dat meer dan de helft van de gemeenten minder dan 18 duizend inwoners telt. Dat was, naar zijn smaak, veel te weinig om een fatsoenlijk bestuurlijk apparaat te kunnen opbouwen. Hij was, en is, de enige niet. Vrijwel iedereen is het er over eens dat grotere gemeenten voordelen hebben. Ze zijn beter in staat om een ambtelijk apparaat op te bouwen dat burgers kan bedienen en dat tegenwicht kan bieden aan de marktpartijen waarmee gemeenten steeds vaker te maken hebben. Ook de voortdurende decentralisatie van rijkstaken naar de gemeenten stelt eisen aan de omvang van het gemeentelijk apparaat.

Toch heeft ook deze medaille een andere kant. Uit vrijwel alle onderzoeken blijkt dat de burgers van kleine gemeenten meer naar de stembus gaan en vaker hun stem verheffen. Dat komt onder meer doordat ze hun volksvertegenwoordigers beter kennen. De veelbesproken 'kloof tussen burgers en politiek' heeft dus veel te maken met de schaalvergroting die vanuit Den Haag in gang is gezet.

Dat zou misschien tot herbezinning kunnen leiden. Hoewel, twee weken geleden nog bood de Stuurgroep Krachtige Gemeenten onder leiding van de voormalige PvdA-gedeputeerde F. de Zeeuw, minister De Vries de zoveelste nota aan waarin krachtig voor schaalvergroting en gemeentelijke herindeling wordt gepleit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden