Politiek gaat om meer dan jong of oud

Na de verkiezingen in mei bestond de Kamer voor de helft uit nieuwelingen. Rinus van Schendelen hoopt dat de partijen op de kandidatenlijsten voor januari voldoende ingewerkte politici zullen handhaven....

Dat de persoonskenmerken van politici ertoe doen, is ooit op frappante wijze onder worden gebracht door Piet Steenkamp, architect van het CDA in de jaren zeventig: 'Ik kijk niet naar notulen en agenda's, alleen naar wie aanwezig is, dan weet ik genoeg en of ik erbij moet zijn'.

Kan men inderdaad uit de sociologie van politici hun besluitvorming verklaren en voorspellen? Neem de volgende drie gezelschappen. Het kabinet-Balkenende is uniek door het grote aantal bewindslieden zonder eerdere kabinetservaring (25 uit 28), afkomstig van buiten de Haagse contreien (15) en geboortig na de Tweede Wereldoorlog (26). De meeste LPF-fractieleden ontbeerden politieke training, waren onbekend met elkaar, afkomstig uit private organisaties, relatief hoogopgeleid en zonder hechte achterban.

In de Europese Conventie bereiden 105 politici uit Europa een nieuw hoofdverdrag met grondwet voor. Driekwart van hen is parlementariër (tweederde nationaal, eenderde Europees) en afkomstig uit kleine landen.

Inmiddels hebben deze drie gezelschappen hun eerste resultaten laten zien. Het kabinet-Balkenende heeft twee inhoudelijke conflicten gekend, beide betreffende Europa: het landbouwbeleid en de uitbreiding. Het eerste werd gesust en het tweede ingehaald door de val van het kabinet. De LPF-fractie is inmiddels befaamd om haar chaotische taferelen, herkenbaar als een Hollandse huiskamer. De Conventie pleit inmiddels voor meer parlementaire zeggenschap, maar is verdeeld over de vraag of die moet toevallen aan Europese, nationale of regionale parlementen.

Wie zulke uitkomsten ziet, is snel geneigd ze sociologisch te verklaren uit de samenstelling van de gezelschappen. Balkenendes bewindslieden moesten wel botsen over voor hen vreemde Europese dossiers, die zij als naoorlogse generatie bovendien minder taxeren naar 'vrede in Europa' dan naar 'batig saldo'. Het kabinet moest wel vallen over opgeschoten LPF-ministers, een lijdzame premier en een arglistige VVD. De LPF-fractie, vol van de straat geplukte betweters, kon niet anders dan uit elkaar vallen. Natuurlijk pleit die meerderheid van parlementaire Conventie-leden allereerst voor eigen parochie! De media staan vol met zulke 'zie je wel'-redeneringen.

Als verklaren zo gemakkelijk is, hoe kan men dan verklaren dat het verse kabinet, nu eens vrij van oude routines en wrevels, slechts wankelde over Europese dossiers, maar viel over zichzelf? En waarom toonden de LPF-fractieleden geen oplopende leercurve? Hun opleidingsniveau, maatschappelijke achtergrond en ongekende kiezerssteun hadden daartoe toch prima kunnen leiden? En waarom pleit de Conventie wel voor meer parlementarisme, maar (nog) niet voor meer bescherming van de kleine landen, waartoe haar meeste leden ook behoren? Een goede verklaring van wat wel is gebeurd, vereist toch ook een verklaring van wat niet is gebeurd?! Dan blijkt al gauw dat elke factor vele effecten kan hebben en elk effect vele factoren. Voorspellen is nog moeilijker dan verklaren.

Voor de verkiezingen van 22 januari 2003 stellen de politieke partijen nu hun kandidatenlijsten op, die als het ware hun voorspelling bevatten van de beste samenstelling. Hun hoofdvraag is: zittende leden vervangen door nieuwe?

Nog geen jaar geleden handhaafden PvdA en VVD hun routiniers. Na de slechte verkiezingsuitslag betreurden zij dit: in de fractie resteerden vooral teleurgestelde en naar een andere baan uitkijkende senioren. De wijsheid van vorig jaar zal nu wel anders zijn, bijvoorbeeld een mix van junioren en senioren. Hoe combineer je dat overigens met eveneens gewenste spreiding naar sekse, regio, beroepsherkomst, etniciteit, opleiding enzovoorts?

Wat zijn straks de effecten van welke keuze ook? En zijn die dan beter dan de vorige keer of bij een andere keuze? Dat kan men pas weten na de verkiezingen. Tegen alle wetenschap in bloeien daarover nu al voorspellingen, variërend van wederopstanding tot verval van LPF, VVD of PvdA. Zij zijn alle zowel plausibel als onbewezen, zoals ook de ongeveer 25 verklarende theorietjes over de uitslag van jongstleden 15 mei. Over kiesgedrag in Nederland bestaan momenteel slechts twee zekerheden: naar schatting 60 tot 75 procent van de kiezers is aan de 'partijpolitieke scharrel' en kiest onder invloed van vele factoren tegelijk.

Hier valt dus weinig te verklaren en nog minder te voorspellen. Partijen kunnen hooguit proberen enkele gedragsfactoren naar hun hand te zetten en te versterken. In de commercie heet dat ondernemerschap, in de politiek heet het avonturisme.

Veel partijen lijken hun kandidatenlijst inderdaad te willen vernieuwen: junioren erop, senioren eraf. Een half jaar geleden ging de Tweede Kamer al voor de helft uit nieuwelingen bestaan. Naast enthousiaste teksten etaleerden zij vooral een gebrek aan kennis over binnenlandse en Europese besluitvorming.

Wellicht bestaat de Kamer over een half jaar voor driekwart uit zulke nieuwelingen, snakken PvdA en VVD naar hun huidige seniors en heeft de LPF relatief de meeste ingewerkte leden! In het beste geval zijn de Haagse politici vervolgens druk bezig met hun leercurve. Nu al bijna een jaar lang produceren zij nauwelijks binnenlandse beleid en worden zij in Europa weinig serieus genomen. Enige zekerheid over die leercurve bestaat er niet. Wellicht zijn partijen en kiezers nog langer op avontuur. Wat kan Steenkamp hiermee nog aan?

Rinus van Schendelen is hoogleraar politicologie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden