INTERVIEWHans Kribbe

Politiek adviseur Hans Kribbe: ‘Europa moet zijn tanden laten zien aan sterke mannen’

null Beeld Ryan Olbrysh
Beeld Ryan Olbrysh

Om de Europese manier van leven te verdedigen, moet de EU de taal van de macht leren spreken. Strategische belangen gaan daarbij soms boven mensenrechten, stelt politiek adviseur Hans Kribbe.

‘Met de bestorming van het Capitool kreeg 2021 een droomstart voor de sterke mannen’, zegt politiek adviseur Hans Kribbe. Van Beijing tot Istanbul lachten ze in hun vuistje. Ze waren zo vaak de les gelezen door Amerika, als ze weer eens een protest hadden neergeslagen. Maar nu kregen de Amerikanen een koekje van eigen deeg. De bestorming van het Capitool is een ‘schande voor de democratie’, gnuifde de Turkse president Erdogan.

De gebeurtenissen in Washington versterken het moreel van ondemocratische sterke mannen, en dat is ook slecht nieuws voor de Europese Unie. Onlangs publiceerde Kribbe het boek The Strongmen, waarin hij analyseert hoe de Europese Unie worstelt met een wereld waarin sterke mannen de dienst uitmaken: Erdogan, Poetin, Xi Jinping en tot voor kort Donald Trump. Tegenover zulke autoritaire leiders moet Europa de taal van de macht leren spreken, betoogt hij. Minder preken over democratie en mensenrechten, harder opkomen voor de Europese belangen. Grenzen stellen aan autoritaire leiders, maar ook deals met ze sluiten, als daarmee eigen belangen zijn gediend.

Erdogan is zo’n autoritaire leider op wie Europa maar geen vat lijkt te krijgen. Een man die lak heeft aan de regels en wetten die Europeanen zo dierbaar zijn. Een bullebak die bluft, dreigt en zo nodig geweld gebruikt om zijn zin door te drijven, die onderhandelt met het mes op tafel en pas toegeeft als het echt niet anders kan.

Vorig jaar nodigde de EU Turkije uit voor een ‘positieve dialoog’. Erdogan reageerde door de Franse president Macron een psychiatrisch patiënt te noemen en een onderzoeksschip voor olie en gas te sturen naar een deel van de Middellandse Zee dat door Griekenland en Cyprus wordt geclaimd. Tot zover de positieve dialoog.

Binnenkort zal de Europese Unie sancties instellen tegen Turkije. In eerste instantie zullen ze heel beperkt zijn, maar dat is geen ramp, zegt Kribbe. ‘Turkije is in strategisch opzicht een belangrijk land. Je begint niet meteen met zware economische sancties.’ De winst is dat Europa eensgezind optrekt tegen Turkije. Vorig jaar nog wilde Duitsland bemiddelen terwijl Frankrijk oorlogsschepen naar de Middellandse Zee stuurde.

Kribbe: ‘Je moet leren denken in termen van ‘wij’ en ‘zij’. In de geopolitiek is dat heel belangrijk. Het grote probleem van Erdogan is dat hij een neo-Ottomaanse ambitie ontplooit. Hij ontwikkelt zich enorm in de regio, die ook onze regio is. Erdogan moet een duidelijk signaal krijgen dat hij op tegenstand zal stuiten.’

Maar wat kan Europa doen? We gaan echt geen oorlog tegen Turkije voeren.

‘Macht gaat niet alleen over sancties of legers. Het begint ermee dat de Europese Unie duidelijk en eensgezind positie kiest. Europa gaat geen oorlog voeren, maar kan wel economische sancties treffen. Daar liggen drukmiddelen.’

U vindt de migratiedeal tussen de EU en Turkije uit 2016 een goed voorbeeld van belangenpolitiek. Maar door die deal kan Erdogan Europa nu chanteren.

‘Die deal was niet zo mooi, maar hij werd geboren uit noodzaak. Zo ontstaat realpolitik. De afhankelijkheid van Erdogan hebben we over onszelf afgeroepen. We hadden en hebben in Europa geen goed systeem om de problematiek van vluchtelingen en migranten te reguleren. Zolang je die kwestie niet hebt opgelost, ben je kwetsbaar voor chantage. En Erdogan is daar heel bedreven in.’

Hans Kribbe is een oude bekende in Brussel. Hij werkte jarenlang voor eurocommissarissen Bolkestein en Kroes. Daarna richtte hij een adviesbureau voor EU-zaken op. Het Kremlin was tot 2015 een van zijn klanten. Van nabij zag hij hoe de Russen niet denken in termen van regels, zoals de Europeanen, maar in termen van macht. ‘Ze zien Europa als een vazal van de Verenigde Staten. We worden gewoon niet serieus genomen. Ze zeggen: als we iets in Europa willen regelen, bellen we niet met Brussel of Berlijn, maar met Washington. Daar zit de macht.’

Europa moet aanvaarden dat het onderdeel is van een wereld waarin verschillende blokken hun belangen verdedigen met keiharde machtspolitiek, aldus Kribbe. De Europese Unie heeft moeite met de taal van de macht. Dat komt niet alleen door de eeuwige verdeeldheid van de lidstaten, met hun uiteenlopende belangen. De afkeer van macht is diep verankerd in de cultuur en geschiedenis van de Europese Unie. De EU is gegrondvest op wetten en regels, juist om een einde te maken aan de desastreuze machtspolitiek die het continent in twee wereldoorlogen had gestort. ‘De EU was slechts denkbaar zonder macht’, schrijft Kribbe in zijn boek.

Vanaf het begin heeft de EU zich gepresenteerd als een positieve kracht, altijd en overal op de bres voor democratie en mensenrechten, voor een internationale orde die op regels is gebaseerd. Het uitoefenen van macht lieten de Europeanen graag over aan de Verenigde Staten. Maar nu Europa niet meer als vanzelfsprekend op Amerikaanse steun kan rekenen, en het steeds vaker wordt geconfronteerd met autoritaire leiders aan zijn buitengrenzen, moet het op eigen benen leren staan – de befaamde ‘strategische autonomie’ waarover de Europese Unie al geruime tijd praat.

Het is niet zo’n wonder dat Europa moeite heeft met deze nieuwe realiteit. Te veel politici en eurocraten in Brussel beschouwen buitenlands beleid als een nieuwe taak die simpelweg aan bestaande Europese taken als landbouw of handel kan worden toegevoegd, betoogt Kribbe. Maar buitenlands beleid is iets heel anders. Handelspolitiek is gebaseerd op regels, geopolitiek op kracht. Om de Europese manier van leven te verdedigen, moet Europa zijn tanden durven te laten zien, maar ook vuile handen maken door deals te sluiten met regimes die het eigenlijk afkeurt.

Hiervoor is een breuk met de bestaande cultuur nodig, aldus Kribbe, een morele transformatie. Europa moet volwassen worden en de morele dilemma’s onder ogen zien die het tijdens zijn jeugd graag overliet aan zijn ouders, de Amerikanen, meent Kribbe.

Hoe lastig dat is, bleek vorige maand. Met het nodige tromgeroffel kondigde de Europese Unie een nieuw strafsysteem aan voor schenders van mensenrechten. Met de Europese variant van de Amerikaanse Magnitsky Act zouden personen, organisaties en staten uit de hele wereld snel kunnen worden aangepakt.

Nog diezelfde middag maakte de Franse president Macron bekend dat hij wapens zal leveren aan Egypte. Naleving van de mensenrechten werd daarbij niet als voorwaarde gesteld. De strijd tegen het terrorisme en de stabiliteit van Egypte en het Midden-Oosten waren belangrijker.

Kribbe: ‘Je hebt hier te maken met een enorme afweging. Het is niet zo dat je de mensenrechten als irrelevant terzijde kunt schuiven. Zo zijn wij gewoon niet. De Europeanen en Amerikanen hechten enorme waarde aan mensenrechten en die kun je niet zomaar uit de buitenlandse politiek verwijderen. Maar je moet wel de afweging maken tussen strategische belangen en mensenrechten. In dit geval kiest Macron duidelijk voor strategische belangen.’

Is dat niet opportunistisch?

‘Die kritiek deel ik niet. Natuurlijk is het niet ideaal. Maar politiek is gemaakt van keuzen. Als je een volwassen speler in deze wereld bent, kun je niet aan die keuzen ontsnappen. Je kunt niet altijd voor de mensenrechten gaan, je kunt ook niet altijd voor de strategie gaan. Je moet afwegen en een pijnlijke, tragische keuze maken. Dat is de realiteit van de internationale politiek. De Amerikanen hebben dat natuurlijk al veel eerder ondervonden.’

In dit geval wegen de stabiliteit in het Midden-Oosten en de strijd tegen het terrorisme zwaarder dan de mensenrechten.

‘Ja, dat vind ik wel. De stabiliteit van Egypte is enorm belangrijk. Wat bereik je ermee als je zwaar inzet op democratie en mensenrechten? Je krijgt er veel applaus voor, maar wat zijn de consequenties? De ervaringen met de Arabische Lente zijn niet positief geweest. Ik vind dat de voorstanders van een principiële politiek zich moeten afvragen wat zo’n politiek oplevert. We gaan naar China om de Chinezen te wijzen op de voordelen van een liberale, democratische koers. Wat levert dat op? In zulke gevallen moet je ook denken: wat is haalbaar?’

Het stemt wel somber als Europa zijn ambities op het gebied van democratie en mensenrechten terugschroeft.

‘Je moet in acht nemen wat er in de wereld gebeurt. We hadden vroeger het idee dat de geschiedenis duidelijk in onze richting evolueerde. Maar dat is steeds minder plausibel aan het worden. Ga je dan door met een politiek die erop is gericht anderen ervan te overtuigen dat ze toch liberaal moeten worden? Of voer je een beleid dat meer gericht is op een duidelijke afbakening van grenzen, in domeinen waar ieder zijn eigen waarden mag bepalen? In dat debat sta ik meer aan de zijde van de realisten.’

Maar wat zeg je dan tegen de Belarussen? Jammer, maar jullie zitten in de verkeerde invloedssfeer?

‘We moeten de Belarussen helpen Loekasjenko te lozen zonder in een geopolitieke strijd met Rusland te verzanden. Dat is goed mogelijk, want over Loekasjenko’s lot zal Poetin geen traan laten. Wat voor hem telt, is dat zijn val niet tot een breuk met Rusland zal leiden. Feit is: een aantal landen in Oost-Europa heeft een middenstatus. Ze staan met één been in Rusland en het andere in Europa. Moskou verdient daarmee natuurlijk geen carte blanche. Maar met zinspelen op een EU- of Navo-lidmaatschap, of al te opzichtige westerse inmenging, scheur je die landen in stukken.’

Wordt uw geloofwaardigheid op dit punt niet ondermijnd doordat u ooit het Kremlin adviseerde?

‘In de internationale politiek is het belangrijk om je te kunnen verplaatsen in de gedachten van de ander. Zo voorkom je ongelukken – denk aan Oekraïne – en kun je ook je eigen agenda beter doorzetten. We veronderstellen te vaak dat ons liberale, westerse verhaal evident waar is, terwijl de rest van de wereld een heel ander verhaal vertelt. Ik wil vooral beschrijven welk verhaal dat is, niet of dat goed of fout is.’

Had u er geen problemen mee om voor het regime van Poetin te werken?

‘Misschien klinkt het gek, maar eigenlijk niet. De verhoudingen tussen het Westen en Rusland zijn na de Maidan-opstand in Oekraïne in 2014 totaal ontspoord. Maar daarvoor was er veel diplomatiek verkeer, met de G8, G20, talloze andere toppen tussen Poetin, Dmitri Medvedev en Europese leiders. Dat de problemen groot waren, was ook toen duidelijk. Maar er werd nog gepraat, gezocht naar oplossingen en wederzijds begrip.’

The Strongmen is geschreven toen Donald Trump de Amerikaanse presidentsverkiezingen nog moest verliezen. Met Joe Biden kan Europa zich weer sterk maken voor liberale en democratische waarden in de rest van de wereld. Maar volgens Kribbe moet Europa zich niet te rijk rekenen. Amerika is niet meer de politieman van de wereld die zijn invloed tot in de verste uithoeken doet gelden.

‘De promotie van liberale waarden blijft voor Biden de hoogste prioriteit. Maar dan toch vooral in eigen land, niet in Oost-Europa, Noord-Afrika of het Midden-Oosten. Het Amerika van dertig jaar geleden bestaat niet meer. Ik hoop dat dit in Europa net zo goed is doorgedrongen als in Beijing.’

Kun je EU-lidstaten als Polen en Hongarije nog wel aanspreken op hun ondemocratische beleid als je tegelijkertijd zaken doet met de Egyptische president Sisi en andere dictatoren?

‘Er is een groot verschil, dat weer over ‘wij’ en ‘zij’ gaat, wat je binnen de EU doet en daarbuiten. Europa zie ik als een vorm van binnenlandse politiek. In het binnenland handhaaf je de wet. Daar ga je niet mee marchanderen. Maar buitenlands beleid is niet het handhaven van je eigen wetten voor de hele wereld. In het buitenland moet je je sterk maken.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden