Erik Akerboom: ‘Dit was mijn droombaan. Ik heb ongelofelijk veel energie, tijd en bezieling in deze functie gestoken.’

InterviewErik Akerboom

Politiebaas Erik Akerboom vertrekt: ‘Zo’n arrestatie als die van Ridouan T. is de kroon op je werk’

Erik Akerboom: ‘Dit was mijn droombaan. Ik heb ongelofelijk veel energie, tijd en bezieling in deze functie gestoken.’Beeld Jitske Schols

In zijn vier jaar als politiebaas kreeg Erik Akerboom (59) te maken met veel onvrede over de reorganisatie en bezuinigingen. Nu vertrekt hij naar de AIVD. ‘De politie heeft een fitte leiding nodig – als je slijtage vertoont, straalt dat uit naar het hele korps. Het is topsport.’

Hij werd wakker gebeld, drukte het nummer weg en probeerde weer te slapen. Opnieuw ging de telefoon. Weer datzelfde, gekke nummer. ‘Misschien moet je toch even opnemen’, zei zijn vrouw.

Het was de korpschef van Dubai: Ridouan T., de meestgezochte crimineel van Nederland, was opgepakt.

Waarom drukt u belangrijke telefoontjes uit Dubai weg?

Harde lach: ‘Omdat ik dacht dat het een Nigeriaanse prins met een erfenis was.’

Wordt u vaak gebeld door Nigeriaanse prinsen die u willen oplichten?

‘Ik herkende het nummer niet. Toen het mijn Dubaise evenknie bleek te zijn, die zei: ‘We’ve got him’, heb ik zelfs nog laten natrekken of dat telefoontje wel echt was.’

En toen?

‘Kippevel. Kijk, nu krijg ik het weer.’

De aanhouding van Ridouan T. was een hoogtepunt tijdens Erik Akerbooms korpschefschap. De vele liquidaties en vergismoorden die aan T. worden toegeschreven, maken het cruciaal dat zo iemand wordt aangehouden, zegt de vertrekkend politiebaas (59) in zijn al bijna lege werkkamer in het Haags politiehoofdkantoor. ‘Als je van zulke zware feiten wordt verdacht, mag je geen lekker leventje leiden ergens op een eiland. We hebben echt alles op alles gezet om hem te pakken.’

Akerbooms persoonlijke contacten met de korpschefs van Dubai en Marokko – ‘hun hulp was onmisbaar’ – maar vooral de opsporing door een team van ruim honderd rechercheurs maakten mogelijk dat de speld in de hooiberg is gevonden, vertelt hij. In meerdere landen is gerechercheerd, politiemensen werden bedreigd, een broer van de kroongetuige en advocaat Derk Wiersum zijn doodgeschoten.

Daags nadat Akerboom hoorde dat T. was aangehouden, sprak hij het voltallige rechercheteam toe. ‘Zij zijn hier jaren mee bezig geweest, ze hebben zelf ervaren hoe het is om het bureau uit te rijden en een paar gasten op een scooter achter zich aan te krijgen. Zo’n arrestatie is de kroon op je werk, niet alleen voor jezelf, maar voor heel Nederland. Dat wil je samen delen.’

Hoe vier je die euforie?

Droogjes: ‘Ik ging staan, vertelde het, en daarna (weer die luide lach, red.) aten we een gevulde koek.’

Toen T. uit het vliegtuig kwam, was hij bont en blauw.

‘Daar kunnen veel oorzaken voor zijn. We weten nooit precies hoe zijn aanhouding is gegaan. In ons korps geldt: je moet nooit worden wie je bestrijdt.’

Stel dat hij door de politie in Dubai is mishandeld. U heeft die mensen een medaille gegeven.

‘Dan hebben we misschien de verkeerde een medaille gegeven. De euforie wordt er niet minder door.’

Akerboom was vier jaar hoofd van de politie. Bij zijn aanstelling werden veel grappen gemaakt: voorganger Gerard Bouman had naar eigen zeggen met de fusie van 26 korpsen de fundering voor de Nationale Politie gelegd en Akerboom hoefde alleen de plinten nog maar af te lakken. Niets was minder waar: de nieuwe topman werd geconfronteerd met een onvoltooide reorganisatie vol onvrede, opgelegde bezuinigingen, een corrupte ondernemingsraadvoorzitter, groot ziekteverzuim, te ver doorgeschoten centralisering en een ernstig capaciteitsgebrek. Hij zag het als zijn taak de politie niet alleen in rustiger vaarwater te brengen, maar ook te moderniseren. Dat betekent in zijn ogen naast technologische vernieuwing ook een diverser samengesteld personeelsbestand.

Heeft u bereikt wat u wilde bereiken?

‘De politie kan nu heel snel opschalen, zoals je zag bij de schietpartij in de Utrechtse tram. Wel had ik verder willen zijn met een decentraler model; door de doorgeschoten centralisatie moeten dienders soms keuzes maken die zich niet verdragen met de lokale realiteit. Ik had ook verder willen zijn met het ptss-beleid. We hebben een heel zorgsysteem opgetuigd, maar het is nog steeds te complex en nog te weinig gericht op het binnenhouden van mensen.’

Waarom is dat nog niet af?

‘Je loopt zelf ook aan tegen de moeizame veranderbaarheid van de organisatie. We waren nog vol aan het reorganiseren, de grondverf was nog niet droog. Maar het is allemaal in gang gezet, mijn opvolger gaat daarmee verder.’

Erik Akerboom over zijn opvolging: ‘Het zou fantastisch zijn als we daar een vrouw of iemand met een migratieachtergrond konden benoemen, of beide, maar korpschef is niet een baantje waarmee je experimenteert.’Beeld Jitske Schols

Is de nieuwe korpschef Henk van Essen uw droomkandidaat als opvolger?

Stellig: ‘Ja.’

Maar hij is geen vrouw.

‘Nee.’

Hij heeft ook geen multiculturele achtergrond.

‘Nee. Maar ik laat met een gerust hart het korps achter in zijn handen, omdat ik weet dat hij het beste van zichzelf zal geven.’

Zegt de man die een enorme voorvechter is van meer diversiteit bij de politie.

‘Het zou fantastisch zijn als we daar een vrouw of iemand met een migratieachtergrond konden benoemen, of beide, maar korpschef is niet een baantje waarmee je experimenteert. Ik had graag gezien dat Henk had kunnen concurreren met vrouwen die het willen, kunnen en de ervaring hebben. Maar die ervaringsopbouw naar leidinggevende topfuncties bij de politie is zeer beperkt.’

Liesbeth Huyzer zit al jaren in de korpsleiding.

‘Als je daar meer over wilt weten, moet je het haar zelf vragen.’ (Huyzer laat via de woordvoerder weten dat de minister haar niet heeft gevraagd.)

De leidinggevende top-81 is onder Akerbooms leiding sterk veranderd. ‘Als het gaat om meeste vrouwen in de leiding, durf ik iedere vergelijking met andere bedrijven aan’, zegt hij. ‘Waar we nog werk van moeten maken, is doorstroming van leidinggevend talent naar de top. Mensen komen hier omdat ze een goeie agent willen worden, niet omdat ze het korps willen veranderen. Dus het vijvertje van mensen met leiderschaps-dna is te klein. Daar moeten we meer op gaan werven.’

U heeft uw eigen diversiteitsdoelen van 25 procent niet gehaald.

‘Wel bijna! Ik werd erom bekritiseerd: waarom moet je nou zo nodig streefcijfers noemen? Ik heb dat heel bewust gedaan: als je geen doelen stelt, gaat het niet gebeuren. Ik wilde heldere taal spreken naar de mensen die voor ons werven: doe dat. Daarmee werden die cijfers een doel op zich, terwijl het oorspronkelijke doel was: een politie die beter hoort en snapt wat er in een multiculturele wijk gebeurt. In een nieuwe benadering gaan we kijken wat een lokaal team nodig heeft. Dat kan leiden tot grote verschillen in de samenstelling van de teams. Ik moest diversiteit forceren om het volume aan verschillende culturen binnen te krijgen. Nu gaat het erom dat we die mensen binnenhouden. Vooral op het gebied van inclusiviteit, een werksfeer waarin mensen die anders zijn zich prettig en geaccepteerd voelen, hebben we nog veel slagen te maken.’

De korpschef Erik Akerboom verbiedt het dragen van een hoofddoek bij het politie-uniform. Wat vindt de mens Erik Akerboom daar stiekem zelf van?

‘De mens Erik Akerboom heeft daar alleen professioneel een mening over. En Erik Akerboom de korpschef vindt dat hij die discussie niet het korps in moet trekken. Ik heb dit met de toenmalige top-61 besproken. De ene helft zei: het dragen van het uniform met een hoofddoek betekent dat je geloof islamitisch is, maar dat je in de eerste plaats de rechtsstaat dient. En de andere helft zei: een hoofddoek is een teken van onderdrukking. Je ziet die tweedeling door het hele korps en om die reden zegt Erik-de-korpschef: het momentum is ongeschikt. Ik sluit niet uit dat het in de toekomst, als die beladenheid eraf is, gewoon kan. Voor nu is mijn lijn: het uniform draag je zonder uitingen van geloofsovertuiging. Punt.’

Akerboom oogstte alom verbazing en kritiek met zijn cao-aanpak. In plaats van de minister ging hij zelf over arbeidsvoorwaarden onderhandelen met de politiebonden. Dat werd hem niet in dank afgenomen. ‘Het beeld was: hij stapt uit de blauwe familie. Wat ik beter had moeten doen, is eerder zeggen waaróm ik dat deed. Er lag een cao van de minister en de bonden die moeilijk uitvoerbaar was, maar die ik moest uitvoeren. De bonden organiseren iedere twee jaar een oorlog als het om de cao gaat, van wantrouw de baas en hup, met z’n allen naar het Malieveld. Dat kan anders en beter. Zoals ik de politiek heb gevraagd om een langjarige, stabiele visie en financiering, en niet dat kortetermijn-op-en-afbeleid, zo moeten we dat ook in stappen met de cao gaan doen. Kijk naar de strategie, naar je toekomst.’

Heeft u voldoende voeling met de werkvloer?

‘Dat is het lot van mij en van veel leidinggevenden: in zo’n grote organisatie kun je nooit aan alle verwachtingen voldoen. Ik weet dat een aantal agenten vindt dat ik hun wensen steviger publiekelijk had moeten laten horen. Maar ik weet hoe je in Den Haag dingen bereikt en dat is niet door voortdurend in de media met je vuist op tafel te slaan. Je bereikt hier veel door eerst via de binnenlijn je punt te maken.’

Hij gaat weg in stilte, omdat deze ‘bizarre tijd’ hem daartoe dwingt. De politie was goed op de coronacrisis voorbereid, zegt Akerboom. ‘Eind januari, toen het virus de Nederlandse grens naderde, sloegen we al mondkapjes en ontsmettingsmiddelen in en maakten we noodscenario’s voor eventueel groot ziekteverzuim, waarbij onze noodhulp koste wat het kost overeind zou blijven.’

Het coronavirus heeft het korps nauwelijks getroffen – het ziekteverzuim is zelfs lager dan in dezelfde periode vorig jaar. Het virus maakt wel dat Akerbooms ceremoniële afscheid in de Ridderzaal niet doorgaat. ‘Maar een afscheid van de mensen met wie ik dagelijks samenwerk, komt er zeker. Daar verzinnen we wel iets op.’

De kritiek luidt dat u met uw overstap naar de AIVD uit eigenbelang te snel weggaat bij de politie, waar veel nog niet af is.

Akerbooms gezicht verstrakt. ‘Ik hoor van mensen dat ze het jammer vinden dat ik wegga, en te vroeg. Maar het verwijt van eigenbelang heb ik niet gehoord. Dit was mijn droombaan. Ik heb ongelofelijk veel energie, tijd en bezieling in deze functie gestoken. Eigenbelang? Forget it.’

Wordt u nu boos?

Akerboom, die erom bekendstaat altijd zijn emoties te beheersen, uiterst kalm: ‘Ja.’

Na een stilte: ‘Ik woonde in 2003 in IJsselstein en zou politiechef worden in Brabant. Ik zat met mijn gezin op de Markt in Den Bosch en zei: papa gaat hier niet alleen werken, we gaan hier ook wonen. Ze gingen allemaal huilen. Mijn dochter schreef me een brief: ‘Als jij jezelf zo belangrijk vindt, ga je toch lekker zelf ergens anders wonen?’ Ik heb ’m nog.

‘Toen ik korpschef werd, hadden we opnieuw familieberaad. Ik zei: we moeten verhuizen naar Den Haag. Jij – mijn nog thuiswonende zoon – moet op kamers, jij – mijn vrouw – moet je baan opzeggen. Wie is vóór? Doodse stilte.

‘Nu ga ik naar de AIVD. Weet je wat dit betekent voor mijn gezin? Je mag thuis niet over je werk praten, je moet je spullen voortdurend opbergen in kluizen, extreem goed letten op wat je zegt en doet, je vrouw en kinderen worden gescreend, hun vrienden en vriendinnen ook.’

Akerboom wil maar zeggen: ik doe dit echt niet voor de lol. ‘Ik werk al meer dan 25 jaar bij de politie. Bij mijn aanstelling als korpschef sprak ik mijn voorganger Gerard Bouman en zijn rechterhand, Ruud Bik. Zij waren uitgewoond, moegestreden. Ik zag het in hun mimiek, in hun hele uitstraling. Ze waren daar open over. Totaal uitgeput. Gerard overleed kort daarna aan een hartaanval. Net als Gerard zei Ruud later: ik had eerder een stap terug moeten doen.

‘Ik vond het korpschefschap prachtig en heel intens. Het is topsport. De politie heeft een fitte leiding nodig – als je slijtage vertoont, straalt dat uit naar het hele korps. Dat wil ik voorkomen. Ik heb altijd gezegd: ik blijf hooguit vijf jaar. En dat raad ik ook mijn opvolger aan. Want hoelang je ook blijft, de politie is nooit af.’

Lees ook:

Voor het eerst spreekt politietopman Erik Akerboom over de ‘nieuwe realiteit’ sinds de moord op advocaat Derk Wiersum. ‘Duizend man erbij toveren binnen een jaar, dat gáát niet.’

Akerbooms eerste jaar als korpschef van de Nationale Politie. 

Er gaat nog veel mis bij de nieuwe, nationale politie, ‘en daar moeten we met z'n allen doorheen'. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden