13 mei 2013, een ploeg van vrijwilligers doorzoekt de Kaapse Bossen bij Doorn, in de hoop een spoor te vinden van de vermiste broertjes Julian en Ruben uit Zeist.

Interview #zoektumee

Politie worstelt met burgerhulp bij vermissingszaken: ‘Het zou goed zijn als mensen vooraf enige instructies krijgen’

13 mei 2013, een ploeg van vrijwilligers doorzoekt de Kaapse Bossen bij Doorn, in de hoop een spoor te vinden van de vermiste broertjes Julian en Ruben uit Zeist. Beeld ANP

De opsporing van vermiste personen is door de opkomst van sociale media drastisch veranderd voor de politie. Burgers zoeken spontaan mee. Dat levert doorbraken op, zoals bij de zoektocht naar Anne Faber, wier vermoedelijke dader volgende week voor de rechter staat. Maar er zijn ook risico’s.

Het is een macaber toeval. Van alle ­politieregio’s heeft die van Midden-Nederland de afgelopen jaren de meeste ervaring opgedaan met door burgers georganiseerde zoektochten naar vermisten:

Ruben en Julian;

Savannah en Romy;

Anne Faber.

En daarin zag ze hoe sociale media een steeds grotere rol spelen. Want, of ze nou wil of niet, ­Facebook en Twitter zijn platforms geworden waarmee de politie rekening moet houden. Bij spraak­makende vermissingen zullen burgers zich melden om mee te zoeken, en op sociale media zullen hierover berichten verschijnen.

Hoe heeft de politie zich aan de veranderende wereld aangepast? In welke mate kunnen sociale media worden gebruikt bij opsporing? En zijn er speciale richtlijnen nodig voor burgers die hun eigen zoektocht opzetten? Die vragen dringen zich op nu de komende weken de verdachten van de verdwijningen en het doden van Savannah en Anne Faber voor de rechter verschijnen. Twee zaken waarin sociale media een belangrijke rol speelden.

Izanne de Wit (40), specialist vermiste personen van de regionale recherche van de politie Midden-Nederland (links), en Wieke van Enst (29), coördinator van het Landelijk Bureau Vermiste Personen. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Izanne de Wit (40), specialist vermiste personen van de regionale recherche van de politie Midden-Nederland sinds 2012. Is begonnen als agent, deed de rechercheopleiding. Maakte onderdeel uit van het cold case-team en specialiseerde zich in vermiste personen.

Wieke van Enst (29), coördinator van het Landelijk Bureau Vermiste Personen, daarvoor hulpofficier van justitie. Deed de politieacademie, studeerde bestuurskunde, was hulpofficier, voordat ze vorig jaar begon als coördinator van het bureau vermiste personen.

De eerste keren overkwam het ons, zegt Izanne de Wit (40), specialist vermiste personen van de regionale recherche van de politie Midden-Nederland. ‘Nu is er het besef dat dit een niet te stoppen fenomeen is. Als politie moeten we het accepteren.’

In mei 2013 werden de broertjes ­Ruben (9) en Julian (7) uit Zeist als vermist opgegeven. Hun moeder zette daarnaast een bericht op Facebook dat ze haar kinderen zocht. Via datzelfde sociale medium riepen onbekenden op met z’n allen naar hen te gaan zoeken.

Er kwamen honderden personen op af. ‘Het was zo massaal’, zegt De Wit. ‘Zo veel mensen wilden graag meedoen. Alsof ze een soort samenhorigheid voelden als ze meezochten.’

Niet eerder speelden sociale media zo’n grote rol bij een vermissingszaak. Na een kleine twee weken werden Ruben en Julian gevonden, om het leven gebracht door hun vader, die daarna zelfmoord had gepleegd.

Ook begin juni 2017 leidde een oproep op Facebook tot een zoektocht, nu naar twee 14-jarige meisjes die kort na elkaar in dezelfde omgeving verdwenen. Savannah uit Bunschoten en Romy uit Hoevelaken. Met de berichten kwam er tevens een stevige geruchtenstroom op gang. De zaken bleken niets met elkaar te maken te hebben. Beide meisjes werden door een andere minderjarige verdachte omgebracht.

Agenten en forensisch medewerkers doen juni 2017 onderzoek in de buurt van een sloot in Hoevelaken waar het lichaam van de 14-jarige Romy werd aangetroffen. Beeld ANP

Anne Faber

Maandag en dinsdag staat Michael P. voor de rechter, hij wordt verdacht van het doden van Anne Faber, die op 29 september 2017 verdween na een fietstocht in de omgeving van Utrecht. Vrijwilligers vonden tijdens de zoektocht in de bossen bij Huis ter Heide haar jas. Daarop zat het dna-spoor dat naar een verdachte, Michael P., leidde. Die wees vervolgens de plek aan waar hij haar lichaam had begraven.

In een voorbereidende zitting van de rechtszaak prees de officier van justitie de vrijwilligers voor hun bijdrage aan het onderzoek. Maar er is een belangrijke kanttekening bij te maken, aldus De Wit. ‘Die jas was natuurlijk een heel belangrijke vondst. Maar moet je je eens voorstellen dat een van de vrijwilligers toen dat kledingstuk had opgepakt. Dan was dat dna-spoor van de dader misschien niet gevonden.’

‘Neem je kind niet mee’

Bemoeienis van burgers bij vermissingen heeft voor de opsporing door politie gewenste en ongewenste ­effecten. Belangrijke vraag voor de ­regionale recherche van de politie Midden-Nederland was lange tijd: hoe kunnen we dit als politie beter coördineren? Om daar een goed antwoord op te kunnen formuleren en vanwege de opgedane ervaring laat de eenheid Midden-Nederland hiernaar onderzoek doen door het Landelijk Bureau Vermiste Personen.

Grote zoektochten bij vermissingen waarmee veel personen zich kunnen identificeren, zullen georganiseerd blijven worden, stelt De Wit. ‘Dan kunnen we beter de samenwerking zoeken met deze zoekers, zodat hun inspanning zin heeft.’

Cijfers vermissingen

In Nederland worden gemiddeld 40 duizend personen per jaar als vermist opgegeven. In de regio Midden-Nederland zijn dat er jaarlijks gemiddeld zo’n 3.500. In ongeveer de helft van de vermissingen betreft het personen die zijn weggelopen uit instellingen. 90 tot 95 procent van de vermiste personen is binnen een week gezond en wel terug. De eerste 24 uur bij een vermissing zijn cruciaal. Daarin moet de politie bepalen hoe urgent de vermissing is.

‘Het zou goed zijn als mensen die gaan zoeken vooraf enige instructies krijgen’, zegt Wieke van Enst (29), coördinator van het Landelijk Bureau Vermiste Personen. ‘En dat er enige coördinatie is.’

Bijvoorbeeld door ervaren organisaties, als het Rode Kruis en het Veteranenplatform, deze acties te laten coördineren. Die kunnen de zoekers voorbereiden op wat ze gaan doen. Van Enst: ‘Bijvoorbeeld dat zij horen: houd er rekening mee wat u kunt aantreffen als u zoekt naar een vermiste.’

En dat er duidelijke instructies zijn: dat mensen hun kinderen niet meenemen, bijvoorbeeld. Of wat je moet doen als je een lichaam aantreft. Hoe je een gebied doorzoekt – niet lukraak maar systematisch. Dat zoekers niet zomaar berichten op sociale media zetten tijdens de zoektocht, en dat al helemaal niet doen als er wat wordt gevonden. Pak geen gevonden spullen op. Volg de regels. Toon geen ­eigen initiatief.

De politie heeft daarvoor ook een app ontwikkeld, ‘Samen zoeken’, die de personen die meedoen aan de zoektocht moet helpen.

App Samen zoeken

De app Samen zoeken is ontwikkeld door een politieman die het was opgevallen dat na een vermissing meerdere zoektochten werden opgezet. Vaak raakt dan het overzicht zoek en wordt het zoekgebied steeds groter. De app moet informatie geven bijvoorbeeld over de coördinaten, zodat burgers die zelf willen zoeken dat gerichter kunnen doen. Iemand die een zoekactie begint, downloadt dan de app. Daarna kunnen personen die willen meedoen zich aanmelden. Via gps wordt bijgehouden waar ze zoeken. Deelnemers kunnen via de app foto’s toevoegen en chatten met de coördinator. Die kan vervolgens de informatie aan de politie overdragen. De app bevindt zich nog in de testfase.

Impact op nabestaanden

Belerend wil de politie niet zijn, beklemtoont De Wit. ‘En we willen ook niets verbieden. Dat roept weerstand op. Met richtlijnen willen we mensen meer bewust maken, dat ze nadenken over wat ze aan het doen zijn.’

Zo had De Wit moeite met vlogs van deelnemers aan de zoektocht naar Anne Faber. ‘Ze moeten beseffen dat wat zij plaatsen het leed is van een ander’, zegt De Wit. ‘Maar we kunnen niet verbieden dat zo iemand een zoektocht naar een vermissing in zijn naïviteit zo in beeld brengt dat het als entertainment kan worden beschouwd.’

Van Enst heeft in haar tijd als hulpofficier een keer een klemmend beroep gedaan op een twitteraar om ­foto’s van de vondst van een lichaam niet direct op sociale media te plaatsen – de moeder van het slachtoffer moest nog worden ingelicht. ‘Kippenvel kreeg ik daarvan, dat ik dat moest uitleggen wat voor extra leed zo ­iemand zou kunnen berokkenen in een situatie die voor nabestaanden toch al afschuwelijk is.’

12 mei 2013, Vrijwilligers zoeken bij de Pyramide van Austerlitz naar de vermiste broertjes Ruben (7) en Julian (9). Beeld ANP

Ook achterblijvers krijgen van de politie advies over hoe zij sociale media beter kunnen gebruiken in hun zoektocht naar een vermist persoon. Van Enst: ‘Mensen moeten er goed over nadenken wat er gebeurt als ze een foto op internet zetten. Soms is het handig om te wachten. Elke zaak is anders, er zijn geen pasklare antwoorden.’

De Wit: ‘Het is logisch dat ze een foto van hun geliefde op Facebook willen plaatsen met de mededeling dat deze persoon vermist is. Maar stel dat later blijkt dat er weinig schokkends aan de hand was en dat die persoon snel en ongedeerd terugkeert, dan kan hij er wel lang last van hebben.’

Van Enst: ‘Ik hoorde laatst van een 20-jarige vrouw die als puber landelijke bekendheid kreeg door een vermissingszaak, dat ze nu op sollicitaties de vraag krijgt: heb je een psychische stoornis?’

Effect op reguliere media

De grotere rol van sociale media heeft, zo merkt de politie, wellicht ook effect op de manier waarop reguliere media met politienieuws omgaan. Het komt aan bod in shownieuwsprogramma’s. De snelheid van publicatie is omhooggegaan. En dat legt extra druk op de politie en het Openbaar Ministerie om sneller met nieuws naar buiten te komen, om de geruchtenstroom voor te zijn.

13 mei 2013, vrijwilligers zoeken naar een spoor van de vermiste broertjes Ruben en Julian nabij camping Grote Bos bij Doorn. Beeld ANP

Want het gaat mis. Zo meldde een nieuwskanaal na de verdwijning van Romy en Savannah dat het lichaam van Savannah gevonden was. Het had niet de bevestiging willen afwachten van het Openbaar Ministerie. Het ­lichaam bleek van Romy te zijn.

‘De druk van buitenaf groeit, heel Nederland kijkt mee’, zegt De Wit. ‘Maar wij blijven wel met dezelfde zorgvuldigheid werken. Bij de vondst van een lichaam moet eerst de identificatie zijn afgerond, en moeten de nabestaanden worden ingelicht. Het is al gebeurd dat door die druk om snel te zijn nabestaanden telefonisch zijn ingelicht, in plaats van dat de politie aan hun deur kwam.’

Sommige reguliere media lijken ruiger geworden, vindt Van Enst. ‘Het lijkt soms wel een wedloop om de heftigste foto.’ Bij de vondst van de lichamen van Ruben en Julian zette een medium een helikopter in, de vindplaats van Anne Faber werd vastgelegd met een drone. ‘Ook dit wil de politie niet verbieden’, zegt De Wit. ‘We hopen wel dat er een discussie op gang komt over wat zulke beelden doen met de achterblijvers. Daar zouden media zich bewust van moeten worden.’

Op sommige punten is de politie zelf nog zoekende in het veranderende medialandschap. In de uitzending van het programma Medialogica over de vermissing van Ruben en Julian bleek dat onder druk van de media militairen ook ’s nachts moesten zoeken, ook al was duidelijk dat dat niet zinvol was. Ook zou de politie soms ergens hebben gezocht, louter voor het plaatje voor een cameraploeg. De Wit: ‘Dat zou de politie zo nooit moeten doen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.