'Politie pakt mijn broers' moordenaars niet'

Nederland traint sinds een jaar niet alleen politie in Kunduz, maar ook aanklagers en rechters. Burgers zien weinig resultaat. 'Als je rijk bent, kun je wegkomen met moord.'

KUNDUZ - Het begon allemaal met een ruzie over een hond. Twee dagen later waren vier mensen vermoord. Sufi Nur Mohammad (50) laat foto's zien van zijn twee vermoorde jongere broers Ali en Lal. Kogelgaten in de lichamen. Ze werden na de hondenruzie op 3 mei in het dorp Aliqa doodgeschoten. In het vuurgevecht stierf ook de lokale mullah (islamitisch geestelijke).


Dit is Kunduz, de Afghaanse provincie waar kleine conflicten gruwelijk uit de hand lopen als ze niet razendsnel de kop in worden gedrukt door de politie, aanklagers en rechters. Terwijl Mohammad vertelt over het bizarre incident slaat zijn stem soms over.


Al ruim twee maanden probeert Mohammad de politie in Kunduz te bewegen de moordenaars van zijn broers op te pakken. 'Iedereen weet wie de daders zijn, er waren ruim honderd getuigen van de moord', zegt Mohammad. 'Ik weet ook wie het zijn. Ik heb hun namen doorgegeven aan de politie. Maar de politie arresteert ze niet. Ze lopen vrij rond in mijn dorp.'


De 'onopgeloste' moordzaak van de twee broers is exemplarisch voor het slecht functionerende rechtssysteem in Kunduz. Daders van grove misdaden worden zelden berecht, hoort de Volkskrant van tientallen inwoners. Als de politie al verdachten arresteert, staan ze vaak snel weer op straat omdat politie, aanklagers of rechters worden omgekocht. Burgers zoals Mohammad blijven achter met een groot gevoel van onrecht. 'Als je rijk en machtig bent, kun je hier wegkomen met moord. Je kunt autoriteiten omkopen. Als je arm bent zoals ik, helpen ze je niet.'


Nederland traint sinds een jaar niet alleen politieagenten in Kunduz, maar ook advocaten, aanklagers en rechters. Het doel is om inwoners vertrouwen te geven in het justitiesysteem van de overheid en niet in de wetten van de Taliban. Maar burgers ervaren weinig resultaat. Wat ze denken van politie en rechters? Die zijn corrupt, is het antwoord op straat.


Het opbouwen van een rechtsstaat duurt jaren, misschien wel een generatie', erkent de hoogste Nederlandse diplomaat in Kunduz, Simon van de Burg. 'Ons programma duurt van 2011 tot 2014. Dat is kort'. Volgens de diplomaat heeft Nederland echter al toegezegd langer betrokken te blijven bij Afghanistan. 'Alleen hoe en met welk bedrag is nog onduidelijk.'


Mohammad is het wachten beu. In zijn trillende handen houdt hij een dossier vast met documenten van autoriteiten bij wie hij heeft geklaagd over het uitblijven van een arrestatie van de moordenaars van zijn broers. Hij toont brieven van de gouverneur, het parlement, de Afghaanse mensenrechtencommissie. Allemaal steunen ze Mohammad in zijn wens dat de door hem aangewezen daders ten minste ondervraagd worden door de politie. 'Maar de politie grijpt niet in', zegt hij.


De politiechef van Kunduz legt op zijn kantoor uit waarom. 'De politie wil de verdachten wel arresteren, maar elke keer als wij in het dorp aankomen, zijn ze net ontsnapt. We zitten nog steeds achter ze aan', zegt Samiullah Qatra.


Lokale bewoners fluisteren een andere reden. De politie zou de moordenaars de hand boven het hoofd houden. De verdachten zijn mannen van Mir Alam, een zeer invloedrijke krijgsheer die meer gewapende strijders heeft dan het hele officiële politiekorps van Kunduz bij elkaar. Qatra zou bang voor hem zijn, of bevriend met hem, of allebei.


Mohammad is zo gefrustreerd over zijn mislukte zoektocht naar recht dat hij de overheid haat. 'Ik overweeg nu om de vijanden van de overheid te steunen. Ik wil de Taliban steunen. Misschien kunnen zij mij wel helpen om gerechtigheid te krijgen.'


Mohammad is sceptisch dat de cursussen die Nederland geeft aan politie, aanklagers en rechters zullen helpen om de moordenaars van zijn broers op te sluiten: 'Je kunt agenten en rechters twintig keer uitleggen wat de wet is, maar ze voeren deze niet uit. Ze leren door een cursus misschien wel wat goed is, maar dat betekent nog niet dat ze goed doen.' De internationale gemeenschap verspilt zijn geld, vindt hij. 'Zolang de overheid corrupt is, helpen al die cursussen niets.'


Dat is ook mening van Said Fareed (35). Hij werd in januari ontvoerd door gewapende bendeleden in Noord- Kunduz. Dat gebeurde op een weg waar honderd meter verderop een controlepost van de politie stond. 'Ze stonden erbij en keken ernaar', zegt Fareed. Hij heeft naar eigen zeggen het geluk dat hij invloedrijke vrienden heeft. Fareed werkt bij de douane. Net voordat hij werd ontvoerd, belde hij zijn baas voor hulp. Die schakelde zijn medewerkers van de militaire grenswacht in en belde naar de internationale troepenmacht ISAF.


Binnen een paar uur cirkelden ISAF-helikopters in de lucht en scheurden terreinwagens met gewapende mannen door de bergen op zoek naar Fareed. De kidnappers lieten Fareed achter in een oude schuur en vluchtten. Na 48 uur kon Fareed worden bevrijd.


Fareed is nog steeds emotioneel als hij over zijn ontvoering vertelt. 'Ik dacht dat mijn laatste uur had geslagen. Ik weet zeker dat ik het alleen heb gered door mijn invloedrijke contacten. Aan de politie heb je niets.' Fareed heeft na zijn ontvoering niet meer gesproken met de politie. 'Waarom zou ik? Ze weten donders goed wie de kidnappers waren. Ze doen er niks mee.'


De politiechef van Kunduz, Qatra, is toch positief over zijn mannen. 'Het gaat al een stuk beter in Kunduz. Die ontvoerde man is toch vrijgekomen? En een bendelid uit die regio is opgepakt door ISAF; sindsdien zijn daar geen ontvoeringen meer geweest.' En de moordenaars van de twee broers van Mohammad? 'De politie zit hen op de hielen.'


Om te onderstrepen hoe hard zijn agenten bezig zijn met het bestrijden van misdaad en terrorisme in Kunduz laat politiechef Qatra op de binnenplaats van het politiebureau tientallen in beslag genomen wapens en munitie zien: van raketwerpers tot bomvesten. Het is een imposante vangst van de afgelopen maand.


Wie optimistisch is, ziet meer kleine successen. Bij de rechtbank van Kunduz is te zien hoe rechters, aanklagers en advocaten soms toch echt hun best doen om de wet te volgen. Op een doordeweekse woensdag staat de twintiger Abdul Razaq terecht voor moord op een winkelier. Op het eerste gezicht komt de rechtszaak professioneel over.


De aanklager toont foto's van het dode slachtoffer en stelt dat het lichaam in het huis van de verdachte is gevonden. De advocaat verweert dat het huis van Razaq geen deur heeft. 'Iedereen kan het lijk in zijn huis hebben neergelegd toen mijn cliënt aan het werk was.'


Voor Nederlandse begrippen verloopt de rechtszaak vanaf dat moment bizar. Hoewel er alleen indirect bewijs is, wordt Razaq binnen 50 minuten veroordeeld tot 16 jaar cel. Een agent doet hem zijn hand- en voetboeien weer om. Samen lopen ze de rechtbank uit. Op straat houdt de agent een riksja aan (lokaal openbaar vervoer). De agent en de geketende Razaq stappen samen in, tussen de dagjesmensen van Kunduz. Op weg naar de gevangenis.


De Nederlandse trainingsmissie in Kunduz omvat meer dan alleen het trainen van politieagenten. Zo wordt geïnvesteerd in de rechtsstaat: 22,5 miljoen euro tot 2014. Van dit geld krijgen onder anderen rechters, aanklagers en juristen cursussen: ten minste 373 personen uit heel Afghanistan hebben al zo'n cursus gevolgd. Daarnaast geeft Nederland geld uit om burgers in Kunduz voorlichting te geven over hun rechten, onder meer via de lokale radio. Via advocatenvereniging AIBA worden pro-deo advocaten beschikbaar gesteld aan verdachten. Inmiddels zijn 42 advocaten in Kunduz bij AIBA aangesloten. Dat waren er vorig jaar nog maar18.


Nederlandse missie


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden