Politie liet tweehonderd kilo coke in milieu verdwijnen, alvorens S. te arresteren Doorvoeren cocaïne bleef in vonnis onvermeld

Inder S. (43) was in dienst bij de Surinaamse politie en maakte deel uit van de narcotica-brigade. Op enig moment heeft hij voor de tegenpartij gekozen, want op 12 november 1994 werd hij in een loods in Breda aangehouden terwijl hij 519 kilo cocaïne in een bestelbusje stond te laden....

Van onze verslaggever

Michiel Kruijt

AMSTERDAM

Dankzij infiltrant 'A-710' wisten de rechercheurs van het Interregionaal Rechercheteam (IRT) Haaglanden/Hollands-Midden precies wanneer zij moesten toeslaan. De rol van de undercover-politieman is beschreven in het vonnis van de rechtbank Den Haag, die de ex-politieman op 2 maart 1995 tot veertien jaar gevangenisstraf veroordeelde.

Wat niet in het vonnis staat, is de tweehonderd kilo cocaïne - handelswaarde twaalf miljoen gulden - die het rechercheteam bewust heeft doorgelaten. Onder regie van de politie is die partij Nederland binnengekomen en op de criminele markt verdwenen. Daarmee hoopten de IRT-rechercheurs de Surinaamse drugsorganisatie in kaart te brengen. S. was een van die leiders van die bende.

Tijdens de rechtszaak tegen de ex-politieman is niets van deze politie-actie gebleken. Ook in hoger beroep hebben politie en Openbaar Ministerie de 'gecontroleerde doorlevering' niet gemeld. De operatie is wel opgegeven bij de Centrale Toetsingscommissie van het Openbaar Ministerie, die alle bijzondere opsporingsmethoden toetst. Omdat de zaak nog onder de rechter is, weigert het Openbaar Ministerie commentaar op de zaak te geven.

Twee weken geleden was de eerste zittingsdag van het hoger beroep van S. voor het gerechtshof in Den Haag. De raadsman van S., mr A. Moszkowicz, heeft toen het hof verzocht meer getuigen te horen, onder meer de officier van justitie die het onderzoek heeft geleid, mr C. van der Voort. Het hof stemde daarmee in, waarna de zaak is terugverwezen naar de rechter-commissaris. Die zal de getuigen horen.

De advocaat wil de getuigen ondervragen over een deal die het Openbaar Ministerie zou hebben willen maken met zijn cliënt. De ex-politieman zou connecties hebben met hoge militairen in Suriname. Via S. wilden de IRT-rechercheurs doorstoten tot de criminele top van de cokebende.

Het IRT Haaglanden/Hollands-Midden heeft als speciaal onderzoeksgebied de drugssmokkel uit Zuid-Amerika. Het CoPa-team, een onderdeel van het IRT, maakt al jaren jacht op het Surinaamse cocaïnekartel dat zou worden geleid door de voormalige legerleiding in Suriname. CoPa staat voor Colombia-Parimaribo.

De doorlevering vond plaats in de herfst van 1994, maar zou volgens de politie al bijna een jaar eerder zijn besproken met mr H. Addens, de waarnemend procureur-generaal in Den Haag. Volgens de getuigenis maandag voor de parlementaire enquêtecommissie van R. Karstens, infiltratie-coördinator van de Centrale Recherche Informatiedienst (CRI), was de operatie 'tot op het niveau van de procureur-generaal besproken, misschien zelfs wel op een hoger niveau'.

Maar de inmiddels gepensioneerde Addens, die procureur-generaal in Leeuwarden was, zegt zich niets van de zaak te kunnen herinneren. Hij is destijds wel 'op hoofdlijnen' geïnformeerd over het CoPa-onderzoek. 'Maar ik ben van zo'n actie of een verzoek daartoe niet op de hoogte gesteld', zegt hij stellig.

In de vacante post van procureur-generaal in Den Haag werd op 1 januari 1994 W. Sorgdrager benoemd, die acht maanden later minister van Justitie werd. Op de vraag of zij als procureur-generaal is geïnformeerd over de zaak, wil Sorgdrager 'thans nog geen antwoord geven', zegt de woordvoerder van de minister.

Meer over