'Politie en justitie kunnen niet afwachten tot ze hier zijn'

Het IS-kalifaat brokkelt af. Dus bereidt justitie in Nederland zich voor op de terugkeer van Syriëgangers. Dossiers worden opgebouwd, processen in gang gezet en waar mogelijk vonnissen uitgesproken. Het is een nieuwe strategie. 'Dan kunnen ze bij terugkomst meteen de cel in.'

Ferry van Veghel en Simon Minks. Beeld Jiri Buller

Het Openbaar Ministerie wil Nederlanders die in het kalifaat van Islamitische Staat vertoeven bij verstek laten veroordelen. Van alle 190 Nederlanders die in het strijdgebied zouden zijn, worden strafdossiers aangelegd. Ook van strijders die zijn doodverklaard. Dat zijn er ongeveer 40.

'Dat is een enorme klus, maar we willen dossiers hebben klaarliggen op het moment dat mensen in Nederland aankomen. Dan hoef je niet nog een heel strafrechtelijk onderzoek op te zetten, met het risico dat je de verdachten tussentijds moet vrijlaten omdat het bewijs nog niet rond is', zegt Ferry van Veghel, landelijk coördinator officieren van justitie voor terrorismebestrijding over de nieuwe strategie.

Woensdagmiddag sprak hij, samen met zijn Haagse collega Simon Minks, op een besloten internationale conferentie in Den Haag over de Nederlandse aanpak van teruggekeerde 'kalifaatgangers'. Die vormen een gevaar voor de nationale veiligheid, waarschuwen alle westerse veiligheidsdiensten. IS zou ze met een opdracht teruggestuurd kunnen hebben.

Op het hoofdkantoor van het Landelijk Parket in Rotterdam, met fraai uitzicht op de Maas, vertellen Van Veghel en Minks over hun grote uitdaging jihadisten bij verstek veroordeeld te krijgen. Ze verwijzen naar de aanslagen in Parijs en Brussel, constateren dat die 'voornamelijk of zelfs alleen' door terugreizigers zijn gepleegd.

Minks: 'Dan kunnen politie en justitie niet meer gaan zitten afwachten tot ze hier zijn.'

Van Veghel: 'De nieuwe aanpak minimaliseert de risico's. Als we voldoende bewijzen hebben kunnen vergaren, dan kunnen we vervolgen en ligt er bij terugkeer al een vonnis. Dan kunnen ze meteen de gevangenis in en wordt het risico van gedwongen tussentijdse vrijlating geminimaliseerd. Daarnaast zien we dat mensen die zich in het strijdgebied schuldig maken aan gruwelijke misdaden, zich vaak onaantastbaar voelen. Op dat moment denken ze: ik ga dood of in elk geval niet terug, dus zal ik ook niet berecht worden.'

Minks: 'Maar het kalifaat brokkelt af en de verwachting is dat er steeds meer mensen wel teruggaan.'

Van Veghel: 'Zij denken eenzijdig afscheid te hebben genomen van onze rechtstaat. Wij willen ook een principieel punt maken. Wij nemen geen afscheid van hen. Wij gaan door met het opsporen, vervolgen en berechten met of zonder aanwezigheid van die personen.'

Minks geeft een voorbeeld van een verdachte uit het Context-proces, dat hij in 2015 deed. Hatim R., alias Abou Hatim de la Haye, werd bij verstek tot zes jaar cel veroordeeld. 'Hij volgde de zaak vanuit Syrië. Op de bank met frisdrank en een zak chips, twitterde hij, met een fotootje erbij.'

Lees ook:

Ex-neonazi en ex-jihadist zoeken samen de nuance

Zeventig imams komen bijeen in strijd tegen radicalisering

Ten onrechte beschuldigd: het 'kalifaatgezin' uit Huizen

In de Contextzaak zijn vier Syriëgangers bij verstek veroordeeld. Helemaal nieuw is zo'n vervolging niet. Wel dat het vanaf nu stelselmatig gebeurt.

Van Veghel: 'We gaan ons stinkende best doen om in zo veel mogelijk zaken voldoende bewijs te vergaren om ze voor de rechter te krijgen. Op 23 maart is in Rotterdam een eerste regiezitting waar we tien personen aanbrengen die nu in het strijdgebied zitten. Twee anderen volgen in april. '

Er zijn Nederlandse gezinnen in het kalifaat. Worden die ook vervolgd, inclusief de kinderen?

Van Veghel: 'Ja. Als dat mogelijk en nodig is wel. Van de ongeveer 190 Nederlanders die daar zitten, is eenderde vrouw. Verder naar schatting 80 kinderen, van wie de helft daar is geboren. Een speciale categorie vormen de kinderen van 9 jaar en ouder. Die worden zelfstandig geteld. Vanaf die leeftijd krijgen ze gevechts- en wapentraining. Die kinderen vormen een groot risico bij terugkeer. Hun vervolging is strafrechtelijk ingewikkeld. Het Nederlands strafrecht is pas van toepassing vanaf het 12de jaar. Voor jongere kinderen moet de Raad voor de Kinderbescherming worden ingeschakeld.

'Ook vrouwen vormen een gevaar. Vorig jaar september werden bij de Notre-Dame in Parijs drie vrouwen aangehouden in een auto vol gasflessen. In oktober werden in Marokko bomgordels gevonden bij vrouwen.'

Het blijkt moeilijk op afstand uit te zoeken wat verdachten in het kalifaat hebben uitgespookt. In België werden afgelopen maandag vijf Syriëgangers vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs. De zesde verdachte, Hakim E., verraadde zichzelf in een afgetapt telefoongesprek. Hij belde zijn vriendin en vertelde haar dat hij een sjiiet heeft geëxcuteerd: 'Een kogel door het hoofd, pang. Ha, ha.'

Laura H.

In september 2015 reisde de 20-jarige Laura H. uit Leidschendam met man en twee kinderen naar het kalifaat. Ze verbleef er 11maanden. In juli 2016 vluchtte ze naar de peshmerga. Op de Koerdische televisiezender K24 vertelde ze over haar ontsnapping. Ze zat tegen haar zin in het kalifaat, zei ze. Haar Palestijns Nederlandse man had haar gedwongen. Ze zouden met het gezin ‘op vakantie’ gaan in Turkije, van waaruit hij haar naar Syrië zou hebben gelokt.

Laura is uitgeleverd aan Nederland, zit vast op de Terroristische Afdeling van de gevangenis in Vught. Ze zegt geen terrorist te zijn, zelfs niet meer in de islam te geloven.

Hij belde in 2013. IS is inmiddels veel slimmer gaan communiceren. Hoe moeilijk is het nu?

Minks: 'We zien een wezenlijk verschil in de communicatie voor en na juni 2014, toen het kalifaat werd uitgeroepen. In het begin werd nog wel eens stoer gedaan op Facebook en openlijk gesproken over gruweldaden. Dat is nu eerder uitzondering.'

Van Veghel: 'Er wordt nu vooral gebruik gemaakt van berichtenservices als Telegram. De meeste communicatie is versleuteld.'

Minks: 'IS-sympathisanten worden getraind om politie en justitie te misleiden. In de Contextzaak hebben we bewijs dat een van de hoofdverdachten anderen erop wees hoe ze justitie om de tuin konden leiden.'

Van Veghel: 'Daar is een woord voor: taqiyya, je ware aard verbergen.'

Jordi de J.

Jordi de J. is een bekeerling, die op 19-jarige leeftijd in 2013 naar Syrië vertrok. Al na twee maanden hield hij het voor gezien. Bij terugkeer vertelde hij de politie dat hij hulp had verleend. Hij had met medicijnen langs ziekenhuizen gereden. Zijn moeder had hem opgehaald in Istanbul. Hij bleef op vrije voeten. Andere Syriëgangers vertelden later dat ze Jordi hadden gezien in een jihadistisch trainingskamp. Jordi’s verhaal bleek niet te kloppen. Hij werd gearresteerd en verdacht van terroristische activiteiten. Hij heeft informatie gedeeld met de AIVD, die hem vrijheid zou hebben beloofd in ruil voor informatie. Toch werd hij in december 2015 veroordeeld. Tot 55dagen cel, de lengte van zijn voorarrest.

IS misleidt bewust. Zijn telefoontaps en Whatsapp-berichten nog bruikbaar als bewijs? Het OM lijkt daar tegenaan te lopen in de zaak-Laura H., een Nederlandse die beweert uit het kalifaat te zijn gevlucht en door de peshmerga is opgevangen.

Van Veghel: 'Dat is heel ingewikkeld. Laura H. kan de waarheid spreken als ze zegt dat ze onder druk is gezet om bepaalde, belastende teksten naar haar vader te mailen. Het kan ook zijn dat ze achteraf spijt heeft en denkt, verrek ze hebben bewijs, ik geef er een draai aan. De inzet in deze zaak is: is ze hier met een opdracht of is ze teruggekomen met de staart tussen de benen? Het is aan ons dat uit te zoeken. We moeten dat doen aan de hand van ander bewijs in het dossier.

'Dit soort zaken verschilt sowieso van bijna alle andere vormen van crimineel gedrag. Normaal ga je eerst uitgebreid onderzoek doen, voordat je overgaat tot aanhoudingen. Als mensen op het punt staan uit te reizen, kan je niet zeggen: weten we dat wel zeker? Dan zijn ze al weg. Bij dreigingszaken kan je ook niet afwachten en het risico nemen dat een aanslag wordt gepleegd.'

Minks: 'We hebben te maken met ethische dilemma's. Daarom overleggen de landelijk officier en de jihadisme-officieren van de lokale parketten geregeld met elkaar. Wat is nou wijsheid? Wat gaan we doen? We overleggen ook, op lokaal niveau in het Veiligheidshuis, met andere partners. De geestelijke gezondheidzorg, het onderwijs, de wijkagent.'

Teruglezen: Wat deed Laura H. in het kalifaat?

Een reconstructie.

Het OM kan niet in de hoofden kijken van terugreizigers.

Van Veghel: 'Dat is de reden waarom we nu al uitzoeken wat mensen daar aan het doen zijn, in de hoop dat we dat beter kunnen inschatten. Zijn het oprechte spijtoptanten? Komen ze terug met een opdracht? Of omdat ze het leven beu zijn in het kalifaat? Dat leven is vorig jaar door de AIVD in een rapport als inkt-zwart afgeschilderd. Iedereen met afwijkend gedrag wordt daar op gruwelijke wijze gestraft. Die laatste categorie terugreizigers kan de IS-ideologie nog wel aanhangen en kan dus ook nog een gevaar vormen voor de binnenlandse veiligheid.'

Minks: 'Tot op heden hebben we geen bewijs gevonden van mensen die hebben gewerkt voor een humanitaire organisatie, wat vooral door de eerste groep terugreizigers werd gezegd. Niemand kon benoemen waar dan en met wie ze contact hadden gehad. Terwijl daar in onderzoeken en rechtszaken nadrukkelijk naar wordt gevraagd.'

Reda N. uit Leiden is gevlucht en zit nu in een Turkse gevangenis. Waarom wordt hij niet in Nederland berecht?

Van Veghel: 'Reda is samen met een Nederlandse reisgenoot aangehouden. Tegen beiden was al gedurende lange tijd een internationaal arrestatiebevel uitgevaardigd. Wij hebben Turkije om uitlevering gevraagd. De Turkse autoriteiten hebben er voor gekozen om hen zelf te berechten. We hebben geen argumenten gekregen. Maar dat hoeven ze ons ook niet uit te leggen. Zelf vind ik het beter dat Nederlanders die in het buitenland strafbare feiten hebben begaan in Nederland worden berecht. Of in het land waar ze het delict hebben gepleegd. In dit geval is dat Syrië, dat is dus uitgesloten.'

Reda N.

Reda N., alias Abu Duyana, vertrok in juni 2014 naar Syrië, waar hij zich aansloot bij IS. Hij was toen 19. Volgens zijn vader vindt hij de gruweldaden van IS vreselijk. Hij is een spijtoptant. Zijn eerste vluchtpoging uit het kalifaat mislukte. De tweede poging slaagde wel. ‘Met op zijn rug een Tunesische strijder zonder benen bereikte hij een heropvoedingskamp van een rebellenbeweging in Syrië’, zegt zijn vader, die geregeld contact heeft met zijn zoon. Samen met een andere Nederlandse strijder is hij vervolgens naar Turkije gevlucht. Hij is daar gearresteerd. Nederland heeft om zijn uitlevering gevraagd. Maar Turkije wil hem zelf berechten.

Zijn tegen alle Nederlandse kalifaatgangers internationale arrestatiebevelen uitgevaardigd?

Van Veghel: 'Tegen alle 190, plus de 40 doden. Er zijn bewijzen dat strijders hun dood in scene zetten. Pas als we DNA-bewijs hebben, geloven we dat iemand echt dood is. Op dit moment is dat nog maar van één Syriëganger vastgesteld, Sultan B. uit Maastricht. In Irak is DNA verzameld en er heeft een match plaatsgevonden. Maar zelfs in zijn geval trekken we het arrestatiebevel niet in. We weten dat gereisd wordt met papieren van mensen die overleden zouden zijn. '

Op een conferentie in Spanje stelde een ex-jihadist dat het Westen de grenzen zou moeten sluiten voor alle Syriëgangers die na het uitroepen van het kalifaat zijn gebleven. Die zijn vrijwel zeker doordrenkt van een gevaarlijke ideologie, zei hij. Bovendien hebben de westerse autoriteiten hun handen vol aan het monitoren van extremisten die niet zijn uitgereisd.

Van Veghel: 'Om Nederland staat geen hek. Je kunt wel zeggen: wij willen deze mensen niet meer. Maar je hebt geen garantie dat ze niet terugkomen. Dan denk ik dat het beter is ze gecontroleerd te laten komen en ze hier te berechten.'

Mohamed A.

Mohamed A. uit Delft behoorde tot de eerste groep Nederlandse Syriëgangers uit Delft. Hij was 20 toen hij vertrok om, naar eigen zeggen, te gaan werken in een vluchtelingenkamp in Turkije bij de Syrische grens. Maar volgens de AIVD heeft hij er gevochten. Na zes maanden keerde hij terug naar naar Delft, waar hij weer contact kreeg met zijn criminele vrienden. Een jaar later werd hij opgepakt met een aantal vuurwapens. Hij was volgens het OM van plan een gewapende overval te plegen in Scheveningen. Met de buit had hij zijn ‘broeders’ in Syrië willen financieren. Volgens zijn advocaat is hij erin geluisd door politie-informanten. In juni 2015 werd Mohamed veroordeeld tot 4jaar cel.

Minks: 'We hebben voorbeelden van Syriëgangers die hun plek in de maatschappij weer hebben gevonden, zij het van mensen die vroeg in de tijd in 2012 en 2013 zijn afgereisd.'

Van Veghel: 'De Eerste Kamer heeft net de wijziging rijkswet op het Nederlanderschap aangenomen. Dat zou een instrument zijn om een deel van de terugreizigers tegen te houden. Maar ook al neem je iemand zijn paspoort af, dan nog heb je geen garantie dat hij niet naar Nederland komt. Denk aan de valse reispapieren. Ik wil daarmee niet zeggen dat het intrekken van het Nederlanderschap geen optie is. Maar die moet je wel leggen naast de mogelijkheid van vervolging. De keerzijde van die maatregel is dat jihadstrijders niet worden berecht. Dat vind ik een aderlating voor de rechtstaat.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden