Politici vluchten voor digitaal onderwijs

De noodzaak van een digitale revolutie in het onderwijs wordt door niemand betwist, maar politieke partijen negeren het onderwerp volledig.

In de vergaderchaos vlak voor het zomerreces boog de Tweede Kamer zich nog even over de evaluatie van de Wet gratis schoolboeken. Over die wet is in het verleden veel te doen geweest. Nederland kende een systeem waarin ouders die het konden betalen de schoolboeken voor hun kinderen zelf dienden aan te schaffen. Ouders die zich dat niet konden veroorloven, kregen van het ministerie volledige financiële compensatie. Een prima systeem, er werd niet onnodig belastinggeld rondgepompt en ouders met beperkte mogelijkheden werden adequaat geholpen.

Je zou zeggen, dames en heren politici, goed geregeld, afblijven. Houd je met echte problemen bezig. Maar dat was helaas te logisch geredeneerd. Alle schoolboeken moeten gratis worden verstrekt, zo beslisten minister en Kamer een paar jaar geleden en de Wet gratis schoolboeken was een feit. Kosten voor de belastingbetaler van dit overbodige cadeau: 300 miljoen euro per jaar.

Een bijkomende doelstelling van deze wet was dat het de concurrentie bij de distributie van boeken zou vergroten, omdat scholen in plaats van ouders de 'inkoop' zouden gaan doen. Maar er was even niet gedacht aan de Europese aanbestedingsregels. De aankopen van de school vallen onder die regels en de arme directeur van de scholengemeenschap kon zich gaan bezighouden met ingewikkelde Europese regels in plaats van met goed onderwijs. Die directeuren werden er gek van.

Het ergste moest nog komen. De Wet gratis schoolboeken verbiedt de school om ouders nog om een bijdrage te vragen voor leermiddelen. Scholen moeten het doen met de 321,50 euro per leerling per jaar van de minister.

Inmiddels is de leeromgeving buiten de Haagse onderwijsstolp radicaal veranderd. Het digitale onderwijs klopt aan de voordeur van de scholengemeenschap. Daarvoor heb je digitale leerstof nodig en een tablet. Een voor dit doel geschikte tablet kost al gauw zo'n 300 euro per leerling, maar waar moet de school dat geld vandaan halen? De wet verbiedt de school om de ouders een bijdrage voor het tablet te vragen. En die 321,50 euro van de minister is nodig voor de digitale inhoud van dat tablet.

Er zijn in den lande een paar inventieve directeuren die uit allerlei potjes geld bijeen hebben geschraapt en nu experimenteren met bijvoorbeeld iPads. Daarvoor niets dan lof.

Maar voor een echte doorbraak van het digitale onderwijs is veel meer nodig, want onze samenleving digitaliseert in hoog tempo, terwijl het voortgezet onderwijs hierbij ver achterblijft.

Politiek Den Haag ziet Nederland graag in de topvijf van de meest innovatieve landen. Daarin speelt digitaal onderwijs een cruciale rol. Zo heeft Zuid-Korea besloten dat het complete onderwijs in 2015 gedigitaliseerd moet zijn. Om dit te verwezenlijken pompt de Zuid-Koreaanse overheid meer dan 1,4 miljard euro in het project. En Thailand bestelt miljoenen (eenvoudige) tablets voor het basisonderwijs, met daarop diverse digitale versies van schoolboeken.

Je zou denken dat de Tweede Kamer in dat recente debat uitgebreid over de problemen rond het digitale onderwijs zou hebben gesproken. Nee dus. Geen van de partijen heeft er ook maar één woord aan gewijd. Terwijl de oplossing simpel is.

Of de minister stelt jaarlijks 100 miljoen euro ter beschikking om in ieder geval in het voortgezet onderwijs het tablet met de bijbehorende infrastructuur massaal aan te schaffen. Of minister en Kamer schrappen het verbod om aan ouders een bijdrage te vragen voor leermiddelen, en de school beslist samen met de ouders over een bijdrage. Het kan nog simpeler, trek de hele Wet gratis schoolboeken gewoon in. Dat was in het oorspronkelijke, uitgelekte Catshuisakkoord ook de bedoeling. Compenseer net zoals in het verleden de ouders die de boeken niet kunnen betalen. De afschaffing van deze wet levert ruwweg 300 miljoen euro op. Trek daar 100 miljoen euro voor tablets, wifi-infrastructuur en compensatie voor de lagere inkomens van af, en de minister houdt nog zo'n 200 miljoen over die in kwaliteitsverbetering van het onderwijs kunnen worden gestopt of degewenst als besparingsmogelijkheid kan dienen.

Wij zijn op weg naar verkiezingen en naar een nieuw kabinet. De noodzaak van een digitale revolutie in ons onderwijs wordt door niemand betwist. Is het dan te veel gevraagd van al die partijen die schreeuwen om de aandacht van de kiezer onze jeugd die leermiddelen te geven die passen bij deze tijd? Digitaal onderwijs wordt de realiteit. Vluchten kan niet meer.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden