Politici, blijf baas over eigen energie

Maandag debatteert de Tweede Kamer over de voorgenomen splitsing van energiebedrijven in een private productiepoot en een publiek netwerk. Een onverstandig plan, vindt Frits Bolkestein....

Niet iedereen die worstelt met het energiebeleid of de buitenlandse politiek zal het beseffen, maar Nederland is bezig aan een herwaardering van macht als politiek instrument om de eigen energiebelangen veilig te stellen. Terecht, nu we met de neus op de feiten worden gedrukt. Zie de gasleveranties van Rusland aan Oekraïne.

De ministers Brinkhorst (Economische Zaken) en Bot (Buitenlandse Zaken) zeggen inmiddels hardop dat in het buitenlandbeleid ook de energiepolitiek een belangrijkere rol moet spelen. In het recente gezamenlijke rapport van de Algemene Energieraad en de Adviesraad Internationale Vraagstukken wordt zelfs onomwonden besproken wat de NAVO-rol - en dus van Nederland - kan zijn in het beschermen van de aanvoerlijnen van gas en olie. Boze reacties van linkse verongelijkten over de vraag of Nederland van plan is ook hier president Bush achterna te hollen, zijn uitgebleven.

Wat we mondiaal zien, is een politisering van de levering van energie. Met ruggensteun van hun regeringen, sluiten energiemaatschappijen in andere landen overeenkomsten die voor hun land de aanvoer van olie en gas veiligstellen. Zie de bilateralisering in de energieverkoop tussen landen als China en Iran; of Duitsland en Rusland via E.ON en Gazprom. Die laatstgenoemde bilaterale overeenkomst maakte de Russen tot de grootste gasleverancier van E-on. Dat versmalt de vrije markt.

We beginnen nu ook te beseffen dat onze toenemende afhankelijkheid van energie ook buitenlands-politieke consequenties heeft. Iran heeft gedreigd de oliemarkt te ontwrichten, in het grotere kader van de twist over eigen kernenergie.

Niet toevallig wijdde president Bush zijn State of the Union-toespraak ook aan energie en gaat de Eurotop op 14 maart onder Oostenrijks voorzitterschap daarover. Het staat buiten kijf dat bij acute schaarste aan energie in de grote landen of de doorvoerlanden eerst de eigen burgers warmgehouden zullen worden. Waar blijft Nederland dan? Eurocommissaris Andris Piebalgs heeft niet eens de beschikking over een Europees energiebeleid. Het is eigenbelang dat alom regeert. De EU functioneert hier nog niet indrukwekkend.

We moeten in Nederland de belangen op energiegebied dus herdefiniëren. Dat vergt een visie, een strategie en vervolgens leiderschap. Ik hoed mij ervoor vanaf de zijlijn goedkope opmerkingen te maken. Maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat Economische Zaken, waar het om energieleverings-zekerheid gaat, nog niet opvalt door visie en leiderschap.

Energie is inmiddels Chefsache geworden. Vraag het Schröder en nu Merkel, Blair en Chirac of wat mij betreft Hu Jintao. Zij allen hebben zich over het energievraagstuk gebogen en zijn vervolgens in actie gekomen. Denken in termen van macht hoort daarbij. Dus ook wij moeten in een gezamenlijk optrekken van bedrijfsleven en politiek meer inkoopmacht op markten ontplooien; technologisch vermogen aanwenden zoals bij de herwaardering van kernenergie (waarvan ik voorstander ben); politieke macht inzetten voor het bereiken van bilaterale of multilaterale overeenkomsten en allianties; en ten slotte militaire macht in EU-verband niet uitbannen.

Nederland is een niet onbelangrijke speler op internationale energiemarkten, met de gasmarkt natuurlijk als prominentste. We beschikken ook over veel gespecialiseerde kennisinstituten en enkele sterke bedrijven. Voor de overgang naar schone energie, de energiebesparing en de voorzieningszekerheid is het van belang dat deze bedrijven en instellingen krachtig worden ondersteund.

Laten we daarom eerst een goed gestructureerd nationaal debat organiseren over hoe we onze sterke punten kunnen benutten. De Algemene Energie Raad en de Adviesraad Internationale Vraagstukken hebben al geadviseerd. Een aantal energie-experts heeft een begin met een bredere discussie gemaakt. De drie grote vakcentrales hebben in hun brief aan minister en Kamer de politiek opgeroepen zich te richten op de overgang naar schonere energie, in plaats van de energiebedrijven te splitsen en dus te verzwakken. De grootste vier ondernemingen, Eneco, Essent, NUON en Delta, hebben er de principebereidheid tot een groot investeringsprogramma naast gezet. De SER gaat zich ook over energie en innovatie buigen.

Kortom, aanzetten genoeg.

Nu nog het leiderschap.

Op energiegebied is samenwerking tussen energiebedrijven, kennis-instituten en overheden goed mogelijk. Een kloof tussen de minister en de sector echter werkt vertragend en is niet effectief.

Als aan de agenda dan nog wordt toegevoegd de vorming van grotere entiteiten in Nederland - via allianties of fusies - zodat we Europees beter kunnen concurreren, scheppen we een instrument voor zelfbeschikking in energie. De Nederlandse Mededingings Autoriteit denkt ook steeds meer in termen van een Noord-West-Europese en niet alleen eng-Nederlandse markt. Ik durf tegen die achtergrond de stelling aan dat splitsing van de energiebedrijven niet verstandig is. Het zou hun positie verzwakken. Zeker gezien de onzekere internationale energiesituatie is het niet goed als de regering een dergelijke beslissing zou nemen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden