Polen moedeloos over Afghanistan

Bij de Poolse troepen in de Afghaanse provincie Ghazni slaat de twijfel toe. ‘De burgers vergelijken ons met de Sovjet-troepen.’

Een jaar nadat ze van de Amerikanen de controle over de provincie Ghazni overnamen, begint bij de Poolse troepen in Afghanistan de twijfel toe te slaan.

‘Het komt voor dat kinderen met stenen naar onze patrouilles gooien’, vertelde onderofficier Pawel Laszczak vorige week aan een Poolse krant, ‘omdat ze weten dat we kinderen niets doen. Voor de moslimwereld zijn wij ongelovigen, dus veel respect krijgen we hier niet. Laten we onszelf niet wijsmaken dat we hier geliefd zullen zijn. Voor hen zijn wij vreemden. Elk leger wordt vergeleken met de Sovjets, die hier dorpen kwamen platbranden en roven.’

Voor de goede orde dient gezegd dat lang niet alle Poolse soldaten in Ghazni, een provincie die door de Poolse minister van Defensie ooit werd bestempeld als relatief moeilijk, even pessimistisch gestemd zijn. Maar twee jaar nadat Polen in NAVO-verband troepen naar Afghanistan stuurde, beginnen steeds meer soldaten het nut van hun missie in twijfel te trekken.

Van soldaten die de opdracht kregen in vijandelijk gebied een brug te bewaken, viel door een journalist van Gazeta Wyborcza de volgende opmerking te noteren: ‘We zitten hier en we stinken. De Taliban schieten op ons en wij schieten terug. We vechten voor ..., ogenblikje, waarvoor vechten we eigenlijk?’

Die moedeloosheid heeft vooral te maken met het verzet waarmee de Polen in Ghazni, een buurprovincie van het ‘Nederlandse’ Uruzgan, te maken krijgen. Alleen in de hoofdstad Ghazni-stad kunnen ze zich relatief veilig voelen. Hoewel de Polen de confrontatie met de Taliban niet opzoeken, is hun dodental opgelopen tot dertien. Deze maand hebben al drie soldaten het leven gelaten.

De schuld daarvoor wordt door de legerleiding op een gebrek aan materieel geschoven. De circa tweeduizend Poolse militairen beschikken niet over spionagetoestellen die de vijand van op afstand kunnen detecteren. Ook het aantal helikopters zou te wensen overlaten.

Maar het echte probleem ligt elders. Zoals elders in Afghanistan kunnen de Polen in Ghazni niet rekenen op de steun van de burgerbevolking. Die scheert de Polen over één kam met de Sovjetbezetters uit de jaren tachtig, een vergelijking die in de hand wordt gewerkt door het feit dat Polen als voormalig Oostblokland nog deels hetzelfde wapentuig hanteert.

Volgens de troepen is het onderscheid tussen de Taliban en de burgerbevolking nauwelijks te maken. Sergeant Krystian Ciecierski, een van de Poolse deelnemers aan de NAVO-missie: ‘Een Talib ben je wanneer je een kalasjnikov vasthoudt. Zodra je je geweer neerlegt, ben je een gewone dorpeling. En dus onaantastbaar.’

Zelfs de Afghaanse politieagenten kunnen niet vertrouwd worden. Volgens een uitgelekt rapport van de Poolse legerleiding zou een op twee agenten met de Taliban collaboreren. De gevolgen laten zich raden: toen vorige maand een Poolse patrouille in een hinderlaag viel, bleken de opstandelingen getipt door een plaatselijke politiechef.

Op de regering in Warschau maken die alarmerende berichten voorlopig weinig indruk. Op het nieuws van weer een dode reageerde minister van Defensie Bogdan Klich vorige maand met het sturen van tweehonderd extra troepen. Om de rust te herstellen in het rumoerige Ghazni, een provincie zo groot als de helft van Nederland, zullen die versterkingen niet volstaan. Volgens de voormalige chef van de landmacht zijn daarvoor minstens vierduizend soldaten nodig, tweemaal zoveel als de Polen op het ogenblik in Afghanistan hebben.

Toch is terugtrekking van de Poolse troepen niet aan de orde. Tijdens een recentelijk bezoek aan Afghanistan beklemtoonde minister Klich dat Warschau niet van plan is de andere NAVO-landen in de steek te laten. ‘Samen uit, samen thuis’, hield hij zijn gehoor voor.

De vraag is alleen hoe lang die politiek nog vol te houden is. Vooral sinds duidelijk werd dat Warschau niet hoeft te rekenen op de installatie van onderdelen van het Amerikaanse raketschild in Polen, gaat het met de steun voor de NAVO-operatie bergafwaarts. Steeds meer Polen vragen zich af waarom ze in een vreemd land voor de Amerikanen in de bres zouden moeten springen als ze zelf in de steek worden gelaten.

Voor de Poolse militaire aanwezigheid in Afghanistan zouden de gevolgen van deze redenering wel eens catastrofaal kunnen zijn. In amper een maand tijd is het aantal tegenstanders van de missie gestegen van drie naar vier op elke vijf Polen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden