Polderwonder

Er is lang naar uitgekeken, het boek 'False Flat' van Aaron Betsky en Adam Eeuwens, over het internationaal bezongen succes van Dutch Design....

Hij vindt echt niet es mooi. Aaron Betsky meldt het maar even voor alle duidelijkheid. Er zijn dingen die de directeur van het Nederlands Architectuurinstituut (NAi) een doorn in het oog zijn. Gebouwen zo lelijk, dat ze wat hem betreft het daglicht nooit hadden mogen aanschouwen. Of productvormgeving - nou ja, op dat gebied heeft Nederland aupt nauwelijks iets interessants voortgebracht.

Betsky heeft iets recht te zetten, zondagmiddag in Club 11, op de bovenste verdieping van het TPG-gebouw met uitzicht over Amsterdam. Half vormgevend Nederland heeft zich daar verzameld voor de presentatie van het boek waar al een half jaar naar werd uitgekeken: Betsky's analyse van de hedendaagse Nederlandse architectuur en vormgeving. Met de opgewekte titel: False Flat. Why Dutch Design is so good. Betsky geldt als een gezaghebbende stem. Maar de aanwezige vormgevingskenners reageren niet onverdeeld positief. Kritiekloos, selectief en eenzijdig, zo wordt False Flat al getypeerd: De NAi-directeur beziet Nederland door een roze bril.

Betsky reageert. 'Er wordt in Nederland veel gebouwd dat de moeite niet waard is, en bij voltooiing direct weer afgebroken kan worden.' Met een breed armgebaar wijst hij richting de bouwput aan de voet van het TPG-gebouw, waar een nieuw stedelijk gebied met woningen, kantoren, bibliotheek en conservatorium moet verrijzen - ontwerpen van gerenommeerde architecten als bijvoorbeeld Jo Coenen en Erick van Egeraat. 'En er is ook veel spul dat elders ter wereld gemaakt had kunnen worden.' Neem de Senseo van Philips, 'dat nep koffie-automaat.' Maar interessanter, zegt Betsky, wijzend in de richting van de internationaal geprezen woningbouw van het Java- en KNSM-eiland, 'zijn de hoogstaande ontwerpen waarmee Nederland zich wereldwijd onderscheidt'.

Waarmee Betsky maar wil zeggen: hij kan heus kritiek spuien, maar moet hij dat dan ook allemaal opschrijven?

Van architectuur tot grafische vormgeving, van stedebouw tot interieurontwerp - in False Flat beperkt de in Amerika geboren Betsky, bijgestaan door de in Los Angeles wonende Nederlandse vormgevingscriticus Adam Eeuwens, zich tot de hoogvliegers van de Nederlandse ontwerpgeschiedenis. En probeert hij het recept te achterhalen voor het Hollandse succes. In het vierhonderd pagina's en duizend afbeeldingen tellende boek - prachtig vormgegeven door Irma Boom - komen ze allemaal voorbij: de experimentele gebouwen van Rem Koolhaas en MVRDV, die internationaal hoge ogen scoren. De Knotted Chair, een bestseller van Marcel Wanders. Of de recalcitrante tijdschriften van Jop van Bennekom, die trouwe aanhangers kennen tot in Japan.

'Een vleiend boek? Ach ja'. Aaron Betsky (Montana, 1958) glimlacht. Een paar dagen voor zijn boekpresentatie zit hij op zijn kantoor, op de vijfde verdieping van het NAi - het eveneens door Jo Coenen ontworpen gebouw, dat in False Flat een prominente plek kreeg -, met uitzicht op Rotterdam. 'Nederlanders hebben het er maar moeilijk mee om te erkennen dat ze goed zijn in wat ze doen', zegt Betsky in vlekkeloos Nederlands - hij woonde van zijn vierde tot zijn achttiende in Nederland. 'Misschien dat ze het van een buitenlander wel accepteren.'

Niet dat hij om die reden vijf jaar geleden aan False Flat begon, als conservator in het San Francisco Museum of Modern Art in California. 'Wat Nederlanders er van zouden vinden, deed er niet toe: het boek wordt uitgegeven door Phaidon. Voor hun markt, en die is sterk op Amerika, Groot-Brittannin Aziericht.' Juist voor het buitenland heeft Betsky dan ook een boodschap: Nederland Gidsland. Of: hoe de Hollandse ontwerpkenmerken een voorbeeld voor de rest van de wereld kunnen zijn.

'De schoonheid van Nederland is zo goed als onzichtbaar', schrijft Betsky in False Flat. En hoe paradoxaal dat ook mag klinken, daarin schuilt volgens hem precies de kracht. 'Nederland is niet het land van de grote gebaren - die zouden maar in de modder wegzakken. Het is hier lang zoeken naar grote vista's, naar paleizen met grandeur - het Paleis op de Dam is een vreemd geval. Of wolkenkrabbers, die zien er in Nederland ook nooit zo geweldig uit. Waar Nederlanders win uitblinken is kleinschaligheid, in schijnbare eenvoud, alledaagse vanzelfsprekendheid, en in herkenbaarheid.'

Het zijn kwaliteiten, weet Betsky, waarnaar in het buitenland met jaloezie wordt gekeken - 'juist omdat de dingen daar root fwezig zijn.' 'Het is prettig dat je in de Verenigde Staten als je schatrijk bent een schitterend huis voor jezelf kunt laten bouwen. Daar staat tegenover dat de meeste mensen het moeten doen met een troosteloosheid waar je niet goed van wordt. Terwijl in Nederland - hoe graag we ook mopperen over rijtjeshuizen en Vinex-locaties - de kwaliteit van de wijken en de sociale woningbouw op een bijzonder hoog niveau ligt.'

Hetzelfde geldt voor vormgeving, zegt Betsky. 'Het is leuk dat je in New York bij een winkel van Moss chique Italiaanse en Duitse designobjecten kunt kopen. Maar hier kun je naar de Hema voor mooi vormgegeven producten. Naar het postkantoor voor postzegels en verpakking van hoog niveau. Of naar Bruynzeel - hoeveel mensen in Nederland hebben niet zo'n goede keuken in huis?'

Een van de belangrijkste uitgangspunten voor die hoge kwaliteit, meent Betsky, is dat Nederlandse ontwerpers hun energie niet verstoken met het bedenken van steeds weer nieuwe, grotere en duurdere dingen. 'Het Nederlands ontwerp heeft meer te maken naar het goed kijken naar wat al bestaat. Met analyseren, verzamelen, in kaart brengen. En vervolgens: organiseren, herorganiseren en herorieren.' Daarmee scharen veel architecten en vormgevers zich in de traditie van het Hollandse realisme, stelt Betsky. Als ware erfgenamen van de 17de-eeuwse meesters, die - anders dan hun Italiaanse collega's - in hun schilderijen de werkelijkheid navorsten, en 'het vermogen bezaten oneindige vista's te zien in zoiets banaals als een glas'.

De eigenschappen die Betsky de Nederlandse architectuur en vormgeving toedicht zijn misschien niet altijd verrassend, de verklaringen die hij daarvoor geeft zijn dat des te meer. Met een Amerikaanse rechtlijnigheid schetst Betsky verbanden tussen de hedendaagse ontwerppraktijk en historische tradities, en probeert hij de Hollandse vormgeving terug te brengen tot een centraal idee. Niet door het Hollandse ontwerp te verklaren uit een kunststroming als het modernisme, maar door te verwijzen naar het - geografische en politieke - poldermodel.

Het boek heet niet voor niets False Flat. Naar die 'dichterlijke Hollandse uitdrukking' die hem (na zijn aanstelling als directeur bij het NAi in 2001) voor het eerst ter ore kwam toen hij zich verwonderd afvroeg waarom hij zich elke ochtend een ongeluk fietste van zijn woning in Rotterdam-Oost naar zijn werk in het centrum - 'terwijl Nederland toch een vlak land heet te zijn!' Collega's wezen op de oorzaak: de nauwelijks zichtbare, maar des te meer voelbare, hoogteverschillen in het Hollandse landschap, dat zich over polders en dijken uitstrekt.

Vals plat - voor Betsky staat dat voor de voedingsbodem van de Nederlandse architectuur en vormgeving. Letterlijk: de polders. Het land dat de Nederlanders op het water wonnen, naar hun hand zetten, en ordenden in rechthoekige weilanden omzoomd door rechte drainagekanalen. Die ordening, constateert Betsky, is nog altijd maatgevend in de ruimtelijke ordening: ook in de meest recente Vinex-wijk voegen de straten en huizen zich naar het denkbeeldige grid van weilanden en sloten. Wat deugt, vervangt een Hollander niet.

Vanwege het kunstmatig gecrede landschap ontstond in Nederland bovendien een wezenlijk minder hirchisch bestuurssysteem dan in de meeste Europese landen: niet de adel had het voor het zeggen, maar heemraadschappen: groepen van boeren die samenwerkten om het water te bedwingen. Het heeft, aldus Betsky, in Nederland niet alleen geleid tot een collectief gevoel van betrokkenheid bij de inrichting van de openbare ruimte. Het legde ook de basis voor onze wereldberoemde overlegstructuur: het poldermodel.

'Het poldermodel is een zegen voor het experimentele ontwerp.' Betsky zegt het zonder ironie. 'In Nederland gaan opdrachten veel vaker naar jonge architecten dan in het buitenland. Men durft ze hier meer vrijheid te geven, omdat men er op vertrouwt dat men door overleg kan bijsturen als er ergens halverwege het proces toch iets misloopt.'

En zoals het poldermodel opdrachtgevers houvast biedt bij het aangaan van experimenten, zo zoeken ook architecten en vormgevers naar een structuur om te kunnen rebelleren binnen de perken. Binnen het vertrouwde grid van de polder vinden ze het raamwerk voor experimentele woningbouw. Net zoals het archetypische puntdakhuisje een kader kan verschaffen om tot nieuwe vondsten te komen: in Ypenburg trok architectenbureau MVRDV zulke huizen op uit dakpannen doorlopend tot op de grond.

Betsky: 'De regels binnen een structuur zover oprekken, in het absurde doorvoeren, of spiegelen, totdat iets complex en geheel nieuws ontstaat. Dat is typerend voor veel Nederlands ontwerp. Betsky heeft er zelfs een term voor: Koolhaasiaanse Barok.

Want Koolhaas is voor Betsky de absolute koploper in zijn model van de Nederlandse vormgeving en architectuur. 'Neem de Kunsthal', wijst hij vanuit zijn kantoor naar de Rotterdamse Zeedijk. 'Als je die vanuit de Zeedijk bekijkt, zie je een gebouw met een soort monumentale plint, die echter lijkt te zijn afgekapt, zodat de oranje stalen buizen er binnenin zichtbaar worden. Rem zal dit zeker nooit zelf zeggen, maar het lijkt alsof hij heeft gedacht: ''We maken dit gebouw monumentaal genoeg om het herkenbaar te maken als een museum, maar we snijden er wel meteen de benen onderaf, want het moet niet te overdreven zijn. Het is uiteindelijk maar een dijkhuisje.'' Maar ga je het gebouw binnen, dan word je ondergedompeld in een interieur dat oneindige vista biedt, dat je meezuigt van ruimte naar ruimte, desorieert. En dat allemaal in een simpele doos. Het is die complexiteit met relatief weinig middelen, die mij in de Nederlandse architectuur en vormgeving zo fascineert.'

En dat zou te danken zijn aan het poldermodel? Onlangs nog deed Rijksbouwmeester Jo Coenen de oproep om de beslissingsbevoegdheid over de vormgeving van Nederland aan centraal orgaan over te laten, omdat Nederland er door het geschipper tussen alle betrokkenen bepaald niet mooier op wordt. 'Dat ben ik niet met Jo eens', zegt Betsky. 'Ik denk dat het juist fout gaat als iemand eigenzinnig kan beslissen iets patserigs neer te zetten. Het poldermodel heeft misschien zo zijn schaduwzijden, maar ik ben angstiger voor het alternatief.'

Niet alleen het poldermodel staat onder druk. Betsky erkent dat ook andere pijlers onder het succesverhaal van het Nederlandse ontwerp dreigen om te vallen. Semi-overheidsbedrijven als de TPG, de NS, en de KLM, stonden decennialang garant voor opdrachten aan vooraanstaande Nederlandse ontwerpers. Dat leverde ontwerpers internationale faam op. Sinds de privatisering kiezen die bedrijven liever voor buitenlandse ontwerpers, constateert Betsky, omdat die beter zouden passen bij hun global image.

Het architectuuronderwijs, Betsky's grootste zorg. 'Op de technische universiteiten komt het speculerende, experimentele aspect van vormgeving ernstig in het gedrang, omdat universiteiten steeds vaker worden afgerekend op meetbaar succes. Op de TU's in Delft en Eindhoven doceren nog maar een of twee mensen die ik in mijn boek noem. Dat zegt genoeg.'

Is het Dutch Design over tien jaar nog steeds so good? 'Voorlopig zal er elke paar maanden nog wel een Nederlands ontwerp zijn dat de wereld doet sidderen', denkt Betsky. Maar het staat er wel minder florissant, beaamt hij, dan hij in zijn boek schetst. False Flat was bedoeld als 'tussenstand' in een voortgaande ontwikkeling. 'Maar het zou ook wel eens de markering van een eindpunt kunnen blijken zijn.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden