Poldermodel voor de delta van de Parelrivier

Wat is de overeenkomst tussen Aart Jan de Geus, Job Cohen, Melanie Schultz van Haegen, Clemence Ross-van Dorp, Ivo Opstelten, Sybilla Dekker, Pieter van Geel, Ruud Vreeman en Yvonne van Gennip?...

Hans Moleman

Nee, ze verheugen zich niet allemaal op een nieuw kabinet met Wouter Bos als chef de mission. Of misschien ook wel, maar dan stiekem, in sommige gevallen.

De aantoonbare overeenkomst is dat ze allemaal een bezoek aan China op het programma hebben staan. Of net achter de rug hebben. Of er op dit moment zijn.

Het is spitsuur in China, als het gaat om buitenlandse delegaties. Honderden, nee duizenden afvaardigingen uit de wijde wereld boeken ook dit jaar weer een retourtje Shanghai, Peking en/of Guangzhou om het Chinese groeimonster met eigen ogen te komen aanschouwen – en eens te kijken of hun land er een graantje kan meepikken.

Europa en de VS lopen daarbij voorop, met hun oude industrieën die maar wat graag machines en kennis leveren aan die onstuimig opkomende nieuwe hoofdrolspeler op de wereldmarkt. En Nederland speelt dapper mee in het grote China-spel. In mei en juni wordt een record geboekt wat betreft bezoekdichtheid van ministers, staatssecretarissen en burgemeesters plus flankerende handelsdelegaties.

Een beetje horendol worden ze er wel van in China, van al die buitenlandse ambtsdragers. In Shanghai, een van de populairste pleisterplaatsen, gaat het hardnekkige gerucht dat het gemeentebestuur sommige delegaties inmiddels zonder veel plichtplegingen doorverwijst.

Fijn dat u wat wilt met ons, maar we hebben niet zo veel meer aan u, luidt de boodschap in de stad die zich profileert als uitstalkast van het moderne China. Probeert u het eens in Urumqi, Hohhot of Xining, daar zijn de partijsecretaris en de burgemeester vast heel blij met uw komst.

Het ene bezoek is het andere niet. Je hebt de trefzekere bezoeken, doorgaans uitvloeisel van gedegen voorbereiding. In die categorie valt het Chinees-Nederlandse waterforum dat vorige week in Shanghai werd gehouden. China kampt met een gevaarlijke vervuiling van het water, het gevolg van beroerd management. Nederland heeft op dit terrein veel kennis en apparatuur binnen de dijken. Bij de Chinese autoriteiten is het besef aan het doorbreken dat het milieu dermate vergiftigd is dat het zo niet langer kan. Dan kun je nuttige zaken doen, waar de Chinese burger ook nog wat mee opschiet.

Andere bezoeken wekken nog wel eens de indruk een schot hagel te zijn in een troebele visvijver. Je weet nooit of je iets raakt, maar wie weet komt er iets bovendrijven. Zonde van de tijd zou je zeggen, maar hoe meer westerse bestuurders, politici, ondernemers, beslissers, adviseurs, boeren en buitenlui eens een weekje in China komen rondlopen, hoe beter. Kunnen ze het groeimonster tenminste eens zelf in de muil staren. Misschien levert het ooit een scherpere sense of urgency op, daar in het trage, oude Europa.

Een categorie apart vormt het verrassende bezoek. Wat deed Aart Jan de Geus onlangs in China? Hij had geen grote delegatie bij zich, zijn programma werd zoveel mogelijk onder de roos gehouden: het leek wel of de bewindsman van Sociale Zaken en Werkgelegenheid undercover bezig was.

Het was een interessant bezoek, meldde De Geus tijdens een geïmproviseerde fietstocht door een paar van de armste en rijkste buurten van Shanghai. De oud-vakbondsbestuurder had een project bezocht van de International Labour Organization dat zich richt op het terugdringen van de uitbuiting van jonge vrouwen in fabrieken en de seksindustrie; hij had een met Nederlands geld gesteunde rechtswinkel geïnspecteerd; en hij had op het Chinese departement van Sociale Zaken gepraat over de voors en tegens van het Nederlandse overlegmodel.

Wat hem opviel was dat de Chinezen er belangstelling voor beginnen te tonen. Niet dat er nu morgen een Chinese Herman Wijffels zal opstaan die de arbeiders en fabrieksdirecteuren in de Grote Hal van het Volk bijeendrijft om over betere arbeidsvoorwaarden te onderhandelen, maar in sommige hoeken van het Chinese beheerssysteem begint toch het besef door te dringen dat de arbeidsverhoudingen van de snelst groeiende economie ter wereld modernisering behoeven.

De vele ‘illegale’ en doorgaans stilgezwegen stakingen die China tegenwoordig kent zullen het hunne bijdragen aan dit voortschrijdend inzicht. Of het Nederlandse poldermodel ooit zal aanslaan in de delta’s van de Parelrivier en de Yangtze is natuurlijk maar de vraag. Maar wat meer van dit soort handelsmissies, met in de tas maatschappelijke software om het groeimonster in goede banen te leiden in plaats van de gebruikelijke brochures van glanzende machines, dat zouden de stuurlui in Peking goed kunnen gebruiken.

Hans Moleman

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden