Pokerspel Noord-Korea plaatst China voor een strategisch dilemma

door Paul Brill..

Na de metingen nog eens goed te hebben bestudeerd, kwamen de seismologen tot de slotsom dat de Noord-Koreaanse kernproef uiteindelijk maar een armzalig bevinkje heeft veroorzaakt. Maar de politieke naschokken in diverse hoofdsteden zijn er niet minder hevig om. Met zijn nucleaire coup de force heeft Kim Jong Il in elk geval het regionale evenwicht verstoord en misschien zelfs wel de mondiale verhoudingen aan het schuiven gebracht.

Iemand die meent dat de betekenis van de Noord-Koreaanse manoeuvre nauwelijks kan worden overschat, is Thomas Friedman van The New York Times. In zijn column noemde hij de kans groot dat toekomstige historici de datum van Kims kernproef, 9 oktober 2006, zullen aanmerken als de dag waarop het post-Koude Oorlogstijdperk, dat begon op 9 november 1989 met de val van de Berlijnse Muur, ten einde kwam. Let wel: niet 11 september 2001, de dag van de terreuraanslagen op New York en Washington.

Waarom 9/10/06? Omdat dit wel eens de dag zou kunnen zijn waarop de beslissende stap werd gezet naar verdere proliferatie van de kernbewapening in de wereld – dus niet alleen in Oost-Azië, maar ook in het Midden-Oosten, want aangenomen moet worden dat na het Noord-Koreaanse pionierswerk Iran minder dan ooit bereid zal zijn om zijn nucleaire aspiraties in te tomen, aldus Friedman.

Bij deze omineuze ontwikkeling hebben twee grote mogendheden bij uitstek het nakijken: de Verenigde Staten en China. In het geval van de VS ligt de zaak duidelijk: bijna vijf jaar nadat president Bush Irak, Iran en Noord-Korea uitriep tot de As van het Kwaad, dreigt ieder lid van dit boosaardige trio te ontglippen aan de Amerikaanse controle. Irak staat drieënhalf jaar na de invasie aan de rand van een burgeroorlog. Iran blijft weigeren de verrijking van uranium te staken. En nu heeft Noord-Korea, ondanks alle waarschuwingen van de internationale gemeenschap, zijn eerste kernproef uitgevoerd. Dat dit zo gelopen is, kan bepaald niet alleen aan de Amerikanen worden geweten, maar dat is een schrale troost, want het resultaat telt: geopolitiek gezien heeft Washington onmiskenbaar terrein verloren.

China's verliespost is wat minder evident, maar minstens even groot. De bijzondere relatie tussen Peking en Pyongyang gaat terug tot de Korea-oorlog in het begin van de jaren vijftig. De Chinese machthebbers in Peking hebben het grillige Noord-Koreaanse bewind bij herhaling de hand boven het hoofd c.q. in het zadel gehouden. Toen ze de afgelopen weken duidelijk te verstaan gaven dat een proef met een atoomwapen uit den boze was, mochten ze dan ook verwachten dat deze vermaning minimaal tot uitstel zou leiden. Maar het enige wat ze ermee bereikten was dat Kim zo vriendelijk was om de regering in Peking twintig minuten van tevoren op de hoogte te stellen van de proef.

Dat is niet alles. Noord-Korea maakt deel uit van een ring van halve en hele buurlanden die sluipenderwijs onder steeds sterkere Chinese invloed zijn komen te staan. Daarbij vertoont Peking een voorkeur voor regimes die dictatoriaal dan wel door en door corrupt zijn: Cambodja, Birma (Myanmar), Kazachstan. Als er maar strategische of economische voordelen zijn te halen, zoals toegang tot de olievoorraden van Kazachstan en de vestiging van een op India gerichte elektronische waarnemingspost in Birma.

Maar door Kims eigenmachtige optreden is Peking plotseling op de grenzen van zijn macht gestuit. In plaats van een troefkaart te zijn die China min of meer naar believen kan inzetten, blijkt de dictator van Pyongyang zijn eigen spel te spelen. Veeleer dan een geestverwant is hij een nationalist, die grote risico's niet schuwt om elke mogelijke aantasting van de heerschappij over zijn geïsoleerde land de kop in te drukken. Risico's die niet stroken met de belangen van China.

Welke consequenties zullen de Chinese leiders hieruit trekken? Een eerste testcase is het pakket sancties tegen Noord-Korea, waarover intensief wordt onderhandeld in de Veiligheidsraad. Maar de zwaarte van dat pakket zegt nog niet zo veel. De fundamentele vraag is of Peking zich in de eerste plaats wil blijven omringen met zijn eigen vazallen of dat het zijn toekomstig heil vooral zoekt in een nauwere band met de ontwikkelde en democratischer krachten in de regio. In het laatste geval zal men moeten ophouden met het steeds weer appelleren aan de anti-Japanse sentimenten in China en zal een forse inspanning moeten worden gedaan om de banden met Tokio zodanig aan te halen, dat de aanvechting aldaar om aan het Noord-Koreaanse gevaar het hoofd te bieden met een eigen kernwapen, niet verder groeit.

Dit is een strategische beslissing, die niet alleen gevolgen heeft voor de Oost-Aziatische constellatie, maar waarbij het totale optreden van China op het wereldtoneel in het geding is. Al te lang heeft China zich gemanifesteerd als een ‘opgeschoten Derde Wereldland’, schreef een buitenland-commentator van Le Figaro deze week. Landen die zich tooien met het predicaat ‘anti-imperialistisch’, mogen welhaast bij voorbaat rekenen op Chinese sympathie en steun.

Maar als aspirant-supermacht draagt China inmiddels een grotere verantwoordelijkheid. Er heerst in Peking (en Moskou) begrijpelijke wrevel over het Amerikaanse unilateralisme van de afgelopen jaren. Maar laat nu dan zien dat er inderdaad een effectief multilateraal alternatief is, in plaats van er alleen tactische sier mee te maken. De wetenschap dat Noord-Korea tot nu toe zijn technologie altijd heeft doorverkocht aan andere foute partijen, mag daarbij een krachtige aanmoediging zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden