Column

Poëzie schrijven is egocentrische bezigheid

Remco Campert. Beeld Joost van den Broek / de Volkskrant

Ik zit wat te mijmeren. Van Dale geeft een aantal betekenissen aan dat woord. Een ervan is 'aanhoudend peinzen' over een bepaalde kwestie. Een andere 'suffen, soezen'. Dat is het bij mij niet. Mijn mijmeren beantwoordt aan de derde definitie: 'stil en vaag peinzen, in een min of meer weemoedige stemming', al heb ik vandaag geen behoefte aan weemoedigheid. Stil en vaag peinzen is bij mij een soort innerlijk mompelen. Onder de titel Gemompel schreef ik eens een gedichtje:

'Hoe duidelijker ik 't wil zeggen

hoe slechter ik uit mijn woorden kom

dit lijkt me een typisch verschijnsel

van het een of ander.'

Een schrijver wil duidelijk uit zijn woorden komen, maar misschien geldt dit niet voor dichters, althans niet in de eerste plaats. Poëzie schrijven is een egocentrische bezigheid. Je denkt niet aan de eventuele lezer. Duidelijkheid is een rekbaar begrip waar veel onder valt. Je gedicht hoeft jezelf niet eens duidelijk te zijn. Het is een typisch verschijnsel van het een of ander. Pas als een uitgever je poëzie drukt, wordt jezelf duidelijk wat je hebt geschreven.

In gedrukte vorm lees ik mijn gedichten altijd als nieuw. Onbeschaamd vind ik dat van mezelf. Wat moet de lezer ermee? Er zijn dan ook niet veel lezers van poëzie. Ik kan me de dichters wel voorstellen van wie pas na hun dood ontdekt werd dat ze poëzie hadden geschreven, zoals Paul Klee. Ik ben, wat dat betreft, iets exhibitionister. Men mag het weten. Iedereen mag proeven van mijn wat Nijhoff noemde 'hoger honing'.

Poëzie is mijmerij. Zittend in mijn stoel produceer ik gedichten. Degene die ik liefheb, denkt dat ik zit te niksen, maar uit mijn niksen worden de gedichten geboren - uit het niks tot iets, tot iks. Het is luiheid in energie omgezet. Maar geloof hen niet die zeggen dat aan een gedicht metselen ook hard werken is. De dichter is geen hardwerkende Nederlander. Dit zeg ik op het gevaar af Rutte of Halbe Zijlstra op mijn dak te krijgen. Dat dichten hard werken is, wordt gezegd uit de behoefte om deel uit te maken van de maatschappij. Maar in wezen is een dichter een onmaatschappelijke mijmeraar.

Laten we nu meemijmeren en mompelen met Herman Gorter:

'Zie je ik hou van je/ ik vin je zo lief en zo licht/ je ogen zijn zo vol licht,/ ik hou van je. / En je neus en je mond en je haar/ en je ogen en je hals waar/ je kraagje zit en je oor/ met je haar er voor./ Zie je ik wou graag zijn/ jou, maar het kan niet zijn.

het licht is om je, je bent

nu toch wat je eenmaal bent.

O ja, ik hou van je,

Ik hou zo vrees'lijk van je,

Ik wou het helemaal zeggen -

Maar ik kan het toch niet zeggen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden