‘Poëzie is in India iets voor de middenklasse’

Mangalesh Dabral..

Rotterdam ‘Nederland is een man-made-country, India is een god-made-country.’ Aan het woord is dichter Mangalesh Dabral, die gisteren optrad tijdens de slotavond van Poetry International. Dabral en zijn collega H.H. ter Balkt waren de hoofdgasten op het festival met het thema ‘stad en land’.

Dabral (1948) is een bescheiden intellectueel die veel lacht, maar ook met een serieuze lage stem zijn gedichten voordraagt. Hij woont in New Delhi en schrijft in het Hindi, de grootste van de 23 officiële talen van India. Zijn geboortedorp Kafalpani ligt in de Noord-Indiase deelstaat Uttar Pradesh aan de voet van de Himalaya: ‘Daar waren de nachten echte nachten en de sterren echte sterren. In New Delhi zijn er door de vervuiling helemaal geen sterren te zien.’

Na zijn schooltijd vertrok Dabral naar de grote stad, sindsdien voelt hij zich vervreemd: ‘Ik ben niet op mijn plaats in de grote stad, maar als ik terug naar mijn geboortedorp zou gaan, ben ik daar ook een vreemdeling. Migratie en vervreemding zijn belangrijke thema’s in mijn poëzie.’ Naast dichter is Mangalesh journalist, gespecialiseerd in sociaal-culturele onderwerpen. Hij heeft veel over de snel veranderende Indiase maatschappij geschreven, over de consumptie-industrie, maar ook over wat zich in de marges afspeelt. Zo is hij gefascineerd door de zogeheten Dalit-literatuur, een generatie schrijvers afkomstig uit het bevolkingsdeel dat buiten het kastenstelsel valt, de ‘onaanraakbaren’. Zij werden in korte tijd populair.

Maar Dabral haast zich te zeggen dat poëzie in India nooit een groot publiek trekt. Er zijn poëzieavonden op universiteiten en in een enkele schouwburg, maar: ‘De vele rijken die India nu kent, zijn meer geïnteresseerd in popcultuur en Bollywoodfilms. Poëzie is iets voor de middenklasse.’ Wat niet wegneemt dat India een rijke traditie heeft van ‘heilige’ dichters. Niet heilig op de christelijke manier, na de dood, zo benadrukt Dabral. ‘Het gaat bij ons om dichters die alle aardse goederen en geneugten, afwijzen. Zij schrijven vaak over sociale onderwerpen en die combinatie, het afwijzen van de wereld, maar er wel over schrijven, zorgt ervoor dat het publiek hen als heiligen beschouwt.’

Opmerkelijk is dat onder deze heilige dichters veel vrouwen zijn. Dabral vertelt het verhaal van een dichteres die op bezoek wilde bij een oudere heilige. Deze ontving haar niet omdat zij niet de juiste kleding droeg. Uit woede besloot zij al haar kleding weg te gooien. Zij liet haar haar groeien en als een Indiase variant op de christelijke Maria Magdalena is zij nu beroemd om haar positie buiten de maatschappij én om haar maatschappijkritische gedichten.

Dabral mag zelf een intellectueel zijn, zijn poëzie komt duidelijk niet uit een ivoren toren. Al lijkt een deel van de muziek verloren te gaan in vertaling, toch zijn zijn observaties voor iedereen herkenbaar. Volgens Dabral is poëzie ook in de eerste plaats bedoeld ‘om bij een ander naar binnen te gaan’, zowel fysiek als in de geest.

In een van zijn mooiste gedichten vraagt Dabral zich af waarom hij zich zo slecht voelt. Een jaar eerder ging er van alles mis, nu moet het beter gaan. ‘Deze winter haal ik de kleren van afgelopen winter tevoorschijn/ dekens, muts, sokken, sjaals/ ik bekijk ze aandachtig/ en denk: het verleden is voorbij/ waarom zou deze winter voor mij net zo zwaar moeten zijn?’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden