Column

Poëzie is geen wedstrijd

Soms heb ik geen zin in poëzie, net als een kind dat zijn eten niet lust. Vandaag blief ik geen poëzie. Een leven zonder poëzie, zou dat wat zijn? Er zijn genoeg mensen die nooit een gedicht lezen (nu ja, wel een Sinterklaasgedicht) en ze maken niet de indruk daardoor een ongelukkig leven te leiden. De meeste mensen kunnen het heel goed stellen zonder poëzie. Ze leven er even vrolijk op los.

Een paar dagen lang kan ik ook wel zonder, maar dan betrap ik me er toch opeens op dat ik met mijn hand in de boekenkast sta. Er is plotseling een acuut tekort aan poëzie ontstaan dat dringend moet worden aangevuld. Dus grijp ik naar een gedicht. Het hoeft niet het beste te zijn. Trouwens, wat is dat, het beste? Poëzie is geen wedstrijd. Het gaat nergens om, dat is het mooie van poëzie.

Ik injecteer mezelf met 'De oude man', een gedicht uit het Verzameld Werk van Paul van Ostaijen (Bert Bakker, 1963):

'Een oude man in de straat
zijn klein verhaal aan de oude vrouw
het is niets het klinkt als een ijl treurspel
zijn stem is wit
zij gelijkt een mes dat zo lang werd aangewet
tot het staal dun werd
Gelijk een voorwerp buiten hem hangt deze stem
boven de lange zwarte jas
De oude magere man in zijn zwarte jas
gelijkt een zwarte plant
Ziet gij dit snokt de angst door uw mond
Het eerste smaken van een narkose'

Het is een enorm beeldend gedicht dat associaties oproept met de houtsneden van Frans Masereel. In het verzameld werk is 'De oude man' het laatste gedicht. Ik neem dus aan dat Van Ostaijen het niet lang voor zijn dood schreef. Hij stierf, 32 jaar oud, aan tuberculose.

Ik ga nu te rade bij de bundel Wasdom van Hagar Peeters (De Bezige Bij, 2011). Er staat een gedicht in dat aan mij is opgedragen en dat herinnert aan iets dat we samen meemaakten ooit tijdens Poetry International.

Maar een paar pagina's ervoor staat een ander gedicht dat mij plotseling klaarwakker maakt en mijn zin in poëzie door zoveel ingenieusheid springlevend:

Het ongeluk
'Er was vervallen. Er was verslagen.
Er waren woorden van de levenden later.
Er was onbegrip. Er was weemoed.
Er was een lege auto langs de weg.
Er was een coupé gevallen in de vallei.
Er waren ramptoeristen, verslaggevers,
cameramensen. Er waren artikelen in de krant.
Er waren foto's van de fotografen. Er was zand.
Er was geen afscheid, daar was geen tijd voor.
En er was spijt, al wist niemand om wat.
Zo moet ik verleden week zijn overleden.
Ik ben door iets onbenoembaars overreden
Toen ik onoplettend overstak van mij naar jou.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden