Poezen in de lik

In de afgelopen vier jaar zijn er in 28 gerenoveerde en nieuwe gevangenissen kunstwerken geplaatst. Op luchtplaatsen, in de kantine, de sportzaal of op de gangen staan beelden, allemaal met het thema vrij-onvrij....

IN DE UITERSTE hoek van de luchtplaats spuit een waterstraal over de muur heen. Buiten, in wat de gedetineerden zien als de vrije wereld, daalt de straal neer op een plateau van straatstenen. Vandaaruit richt zich een fontein op en schiet zestien meter de lucht in.

Kan het symbolischer, dit kunstwerk van Rinus van den Bosch?

Toch heeft een lid van de bewakingsdienst een kleine aanmerking op de prachtige vondst van de kunstenaar die vorig jaar is overleden. Als de windrichting fout staat, spuit de straal richting de lens van de camera die op de hoek van de muur de verrichtingen van de gedetineerden registreert. Dan gaat de straal uit. 'Een camera heeft helaas nog geen ruitenwissers.'

Van den Bosch is een van de veertig kunstenaars die de afgelopen vier jaar zijn uitverkoren om een kunstwerk voor de nieuwe generatie gevangenissen te maken. Het was een van de grootste bouwopdrachten voor de overheid, 28 gerenoveerde en nieuwe inrichtingen, waarin, zoals het gebruik wil, ook beeldend kunstenaars moeten delen. Van de bouwsom wordt 1 à 2 procent besteed aan kunst.

Maar de procedure verliep anders dan gewoonlijk. Na een oproep in het vakblad BK-informatie werd aan 74 kunstenaars gevraagd een schetsontwerp te tekenen. De tekeningen werden geëxposeerd in het atrium van het ministerie van VROM. Vervolgens mochten de gevangenisdirecteuren daaruit een keus maken. Ze bleken opvallend progressief, er werd niet gezeurd om een landschapje of het bekende zigeunermeisje. 'Maar het zijn ook heel intelligente mensen die goed weten wat ze willen. Moeten ze ook wel in zo'n bedrijf', zegt Ger Dekker, als adviseur beeldende kunst betrokken bij het project. En als er toevallig meer directeuren waren met een identieke voorkeur, keek Dekker hun top-7 lijstje na. Zo werd de kunst eerlijk over de gevangenissen verdeeld.

Van den Bosch' waterstraal was bij meer inrichtingen in trek.

Directeur A. van Manen van de Geniepoort in Alphen aan de Rijn, die uiteindelijk de fontein kreeg, wil het belang van kunst in een gevangenis niet overdrijven. Hij beschouwt kunst in de bajes net zo als kunst op straat. 'Warme gevoelens heb je daar niet bij.' Je loopt eraan voorbij, en je merkt het pas op als je het mist. Ook de gevangenen, zegt hij, zijn eerder met andere dingen bezig dan met kunst. Het is nu eenmaal een machocultuur. Dus als ze die mannetjes zien - hij doelt op twee bronzen figuren in de gymzaal - komen er reacties die in het verlengde liggen van hun verblijf. Grappen. Grollen. Zijn ze bezig te ontsnappen? Lopen ze tegen de muur op, net zoals wij? Dat soort vragen.

Maar de kunst is dan ook niet in de eerste plaats bedoeld ter vermaak van de gevangenen. 'Uiteindelijk zit een gedetineerde gemiddeld zeven maanden achter slot en grendel, maar de bewaarder heeft levenslang. Contrasten moeten het personeel prikkelen wakker te blijven.'

Voor de directeur was dat ook de belangrijkste drijfveer om kunst toe te laten achter de muren. 'Op een gevoel voor kunst ben ik niet geselecteerd, mijn smaak is niet geïnventariseerd, laat staan mijn visie op kunst. Maar wat ik wel bij mijn keuze heb laten meewegen is dat de nieuwe gevangenisgebouwen strakke lijnen kennen en zeer doelmatig zijn. We zijn weer terug bij strenge gebouwen met duidelijke muren en tralies. Dat is anders dan in de jaren zeventig, toen de overheid gevangenissen bouwde die eruit zagen als flats. Kijk maar naar de Bijlmerbajes. Ik wilde daarom een dissonant, iets dat zou contrasteren met die strenge architectuur.'

De spuitende fontein op de luchtplaats, een mannetje dat de muur van sportzaal oploopt en aan de buitenkant zijn extreem grote voeten laat hangen (kunst van Hewald Jongenelis en Sylvie Zijlmans): die werken steken inderdaad af bij de rode bakstenen muren van de Geniepoort. Beperkingen werden de kunstenaars niet opgelegd of het moest zijn dat ze níet als opstapje naar de vrijheid konden fungeren. Verder is de kunst, zoals de directeur zegt, 'hufterproof'. In elke ruimte was kunst toegestaan, behalve in de cellen. De kunstenaar die voorstelde te experimenteren met licht en kleuren in die privé-ruimten, werd daarom verzocht iets anders te bedenken.

EN TOCH liep het een keer mis. Voor de inrichting De Dordtse Poorten te Dordrecht liet Willem Diepraam portretten opblazen. Monumentale fotowerken. Maar met wandvullende borsten en schaamhaar. Ger Dekker: 'Eigenlijk was het niemand opgevallen toen we die foto van de naakte vrouw in het klein zagen, maar eenmaal op groot formaat kon je er niet omheen. Toch was die altijd nog minder aanstootgevend dan de Fa-reclame op de bus. Daar kun je, als je wilt, langs heenkijken. In de gang, waaraan de cellenblokken liggen, kijk je er voortdurend tegenaan. Vooral de islamitische gedetineerden hadden daar problemen mee, en al helemaal tijdens de ramadan als ze niet in aanraking mogen komen met erotiek.' Maar dat niet alleen. Ook de vrouwelijke gevangenisbewaarders hadden er moeite mee, toen de foto's de arbeidsverhoudingen begonnen te vertroebelen. Diepraam verving het vrouwenlichaam door een landschap.

Vier jaar werk is geklaard. Alle veertig kunstwerken zijn nu verzameld in een fraai vormgegeven boek. Ze toveren een wereld te voorschijn die voor de meeste Nederlanders vaak gesloten blijft. Ze brengen voor de anderen die gedwongen zijn achter de muren te verblijven, kleur, menselijkheid en dat vleugje humor dat de druk even van de ketel neemt. In Lelystad staat een kalfje op een lange paal, en daarnaast op de grond twee klokken (of kelken): ze symboliseren volgens kunstenaar Bas Maters de blik op de toekomst, het verlangen naar vrijheid. Voor de ingang van dezelfde gevangenis maakten Axel en Helena van der Kraan twee enorme katten, waarvan één een sleutel vastgrijpt die de ander probeert te pakken. Betekenis overduidelijk.

Het bassin dat Jeroen Doorenweerd op het terrein van Nieuw Vosseveld te Vught liet aanleggen, riep ogenblikkelijk commentaar op. Kunst als zwembad, daar was de regeling toch niet voor bedoeld? En moeten gestraften wel zo verwend worden met zoiets luxueus als een zwembad? Doorenweerd verdedigde het als een metafoor voor vrijheid, het is bijna een fata morgana in de gevangenistuin, iets onwerkelijks waarin je - inderdaad - ook nog kunt zwemmen.

Een van de ruitjes van de glas-in-loodramen van Thomas van der Linden in de Oosterhoek te Grave is al gesneuveld, maar zoiets zou ook op een school kunnen gebeuren. En zelfs in musea is kunst niet veilig, heeft de recente vernieling in het Stedelijk Museum weer eens aangetoond. Van der Linden moet even over de vraag nadenken, wat zo bijzonder is aan kunst in de inrichting, maar dan is zijn antwoord: 'Hetzelfde als aan kunst op straat.' Hij beoogde een bepaalde stemming, ramen die tot bezinning leiden, want goed beschouwd vertoont een gevangenis een parallel met een klooster, waarin de bewoners aan de werkelijkheid zijn ontsnapt.

Voor Henk Visch, die zijn sporen in de 'vrije wereld' al ruimschoots heeft verdiend, was deze opdracht nieuw. En ongebruikelijk. Gewoonlijk verkent hij de plek, overlegt hij met de gebruikers om een beeld te krijgen van de setting waarin zijn werk komt te staan. 'Rustig kijken kon niet.' Nu was hij gedwongen de informatie van een contactpersoon, een creatief therapeut, uit de gevangenis van Vught te 'vertalen'. Maar hij wist zeker wat hij níet wilde: 'Ik wilde beelden vermijden die nog eens de onmacht zouden benadrukken.'

Acht beelden maakte Visch, niet hoger dan een meter, die verspreid op het gevangenisterrein opduiken, achter een muur, naast een pad of in een plantsoen. Figuren die als monniken voortschrijden en een beetje in zichzelf gekeerd staan te mijmeren. Visch: 'Het zijn voor mij net poezen die rondsluipen en wegspringen. Want de poezen, daar op het terrein, zijn de enige vrije wezens.'

Toen hij ze kwam installeren, proefde hij voor het eerst de sfeer. En toen werd hem ook duidelijk dat het geen doorsnee kunstopdracht was. 'Ik kwam daar met een aanhangertje. En het enige waar de gedetineerden naar keken was mijn nummerbord, niet de beelden die op de wagen stonden. Dat gaf me even een ongemakkelijk gevoel.'

Kunst in de bajes. Uitgeverij 010. ISBN 9064503303. Prijs ¿ 65,--

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden