POEZEN EN PATHOS

Na 3234 afleveringen komt er maandag een einde aan de columns die al tien jaar het hoekje links onderin op de voorpagina van de Volkskrant sieren....

Had Jan Mulder in zijn eerste bijdrage een vooruitziende blik door meteen al in de eerste zin de oxymoron uit te leggen – stijlfiguur die een enge verbinding van twee tegenovergestelde begrippen bevat (voorbeeld: een jeugdige grijsaard, Van Dale)?

Het ging die 2de januari 1996 toch echt over nieuwjaarsnacht in Sarajevo, gevierd in vrede met machinegeweersalvo’s, in aanwezigheid van de ‘vreselijkste aller popmensen’, Bono, en niet over de ‘enge verbinding’ CaMu. Maar ruim tien jaar later en 3233 columns verder (maandag is de allerlaatste, nr. 3234) is in de beeldvorming van de column wel degelijk een contradictie geslopen. Jan Mulder (Bellingwolde, 1945) is uitgegroeid tot de actievoerder tegen modieus woordgebruik en verkeerde klemtonen, de knorrepot, de drammer die de Verenigde Staten bestempelt tot ‘middeleeuws land’ en Bush tot ‘de domste spierballen die ooit in Texas zijn opgegroeid’. Remco Campert (Den Haag, 1929) is de begaafde en introverte stilist die de landerige zondagmiddagen beschrijft, zo kan genieten van de Omloop Het Volk, de opening van het wielerseizoen, vanwege de naam en de regenvlagen en het langstrekkende land, en intussen de poes aait.

Maar zoals zo vaak is de werkelijkheid genuanceerder dan de beeldvorming. Mulder schreef ook weleens dat hij tot tranen toe bewogen raakt als zíjn poes hem kopjes geeft, de weemoed overvalt hem ook in terugblikken naar de tijd dat hij als jongeling in een achtcilinder Ford Mustang door Brussel toerde. En Camperts pen kan ook venijn bevatten. Rita Verdonk bezigt ‘kroegtafelpraat van de ergste soort, grenzend aan racisme’. ‘Het zijn gevaarlijke gedachten die rondspoken in het brein van deze VVD-minister.’ Zelf zei de schrijver/dichter in HP/De Tijd dat hij zijn ‘fellige’ bijdragen achteraf niet de beste stukjes vond. ‘Er komt een soort pathos in. Dan wordt het een soort hoofdartikel.’ Dat Campert als de betere schrijver geldt (Elsbeth Etty maakte in NRC Handelsblad de vergelijking tussen een diamant en een spruitje), daar heeft Mulder naar eigen zeggen nooit moeite mee gehad. In Het Parool: ‘Ik geniet altijd zo van Remco, zijn taal, zijn gedachten. Maar ik ben niet jaloers op hem of zo.’

Alerte blik

Wie de Griekse betekenis van oxymoron letterlijk neemt, overvalt toch de gedachte dat Mulder destijds meer voor ogen had dan die onmogelijke vereniging van vrede en geknetter uit AK 47’s: oxymoron staat voor ‘scherpzinnige onzin’. En dat was dan CaMu vaak weer ten voeten uit: een alerte blik gepaard aan complete kolder.

Het is van de column Machinegeweren tot vandaag – en daarom aannemelijk dat het ook nog overmorgen het geval zal zijn – een zelfs voor de grootste turbulenties van de tijd onneembaar bastionnetje gebleken op de voorpagina, waar het doorgaans toch dringen is. Wat zich buiten ook voltrok, de ruimte voor driehonderd woorden in Engelse regelval linksonder voor bespiegeling, mijmering, satire of polemiek, was van graniet.

Onneembaar betekent niet dat de wereld buiten bleef. De bruggen waren juist neergelaten om de actualiteit naar binnen te laten klotsen. Het kon weleens zo zijn dat die genegeerd werd om een oase van luchtigheid of contemplatie te suggereren, maar bij de gongslagen bleef CaMu niet afzijdig. Al was het niet altijd vanzelfsprekend: op 12-9-2001 schreef Campert: ‘Voor een stukjesschrijver is deze gruwel geen onderwerp. Ik zou niet weten wat ik er over schrijven moest.’ Hij haalde net de helft van de toegestane lengte: 159 woorden. Na de moord op Theo van Gogh koos hij een opmerkelijke, dissidente toon: onder de kop Gemengde gevoelens betoogde hij dat het slachtoffer niet als held van de vrije meningsuiting de geschiedenis moest ingaan. Het leidde tot boze reacties – daar kreeg hij er voor die tijd maar weinig van. In 1998 toonde hij zich in De Groene Amsterdammer nog bezorgd over het gebrek eraan. ‘Er is iets mis met me, denk ik. Als columnist moet je toch wat hatemail krijgen?’ Hij legde later uit zich te hebben geërgerd aan de politici die ‘op tv in de loop van de dag de moord voor hun eigen gewin aanwendden’.

Incidenteel waren ze zelf het onderwerp. Op verzoek van de krant reageerde Campert op het later sterke afgezwakte bericht dat zijn vader, de dichter Jan Campert, in 1943 niet door Duitsers in het concentratiekamp Neuengamme was vermoord, maar door kampgenoten na verraad. Hij pleitte ervoor Jan Camperts gedicht Het Lied der achttien dooden ‘uit deze gruwzaamheid te redden’. ‘Het gedicht heeft geen schuld.’

Volgens essayist/criticus Kees Fens is de column verplichte kost in elke literatuurbloemlezing. ‘Die woorden, op zo’n moment.’ Mulder gebruikte drie columns om zich te verzetten tegen de aantijging dat hij aan tafel bij Barend en Van Dorp had opgeroepen tot ‘steniging’ van de bondscoach Dick Advocaat – zijn ironie was niet begrepen en de toevoeging ‘Kom nou! Overdrijf niet zo’, was opzettelijk door de media genegeerd.

Hun omstreden medewerking aan reclamespotjes van de Postbank sijpelde in de columns slechts in een bijzin door, maar erbuiten en op de opiniepagina’s van de krant stak een stormpje op. De geloofwaardigheid van de columnisten zou te grabbel zijn gegooid. Campert zegt zich een halve dag geërgerd te hebben aan de reacties. ‘Ik ben een freelancer en probeer mijn geld bij elkaar te scharrelen. Maar dit lijkt nog te veel op een verontschuldiging. Dat de geloofwaardigheid in diskrediet is gebracht, vind ik totale flauwekul.’ Hoofdredacteur Pieter Broertjes heeft ze er wel op aangesproken. Even was de sfeer ‘ijzig’. ‘Ik had, denk ik, niet zo snel nee gezegd. Maar wat ik ze kwalijk nam, is dat ze mij op het laatste moment pas informeerden. Nu kon ik mijn verantwoordelijkheid niet nemen en moest ik zeggen dat het mij ook maar was overkomen.’

Na maandag zal er de luwte zijn. Broertjes stelde de kwestie zelf vorig jaar aan de orde, in het zicht van precies tien jaar CaMu: is het tijd om te stoppen? ‘Het was een natuurlijk moment voor een evaluatie.’ De vraag bleef even boven tafel hangen; het was Campert die er een punt achter zette. Hij wil ‘de jaren die me nog resten, wijden aan proza en poëzie’. De discipline die hij opdeed met het schrijven van CaMu heeft, zegt hij, hem geholpen bij het schrijven van de romans Een liefde in Parijs en Het Satijnen Hart, maar nu het kost hem steeds meer moeite om na de column ‘in het ritme van de roman te komen’. De poëzie was er de afgelopen jaren helemaal bekaaid van af gekomen.

Onthulling: toen de krant weer eens wat wilde doen met de plek waar eerder tekenaar Wibo, Stoker en Het Eitje een traditie hadden opgebouwd, waren Campert en Mulder niet de eerste keus. Bert Vuijsje, destijds adjunct-hoofdredacteur van de Volkskrant en met Broertjes de founding fathers: ‘We hebben eerst Kees van Kooten en Wim de Bie benaderd. We hadden zoiets als hun Bescheurkalender voor ogen. Maar ze wilden niet.’

Campert en Mulder schreven al voor de krant; eerstgenoemde sinds 1985, een wekelijkse column op pagina 7, die maar al te vaak geen wekelijkse frequentie haalde, en Mulder leverde sinds 1976 met ijzeren discipline een column in de sportbijlage. Samen trokken ze al enige tijd door het land met literaire voorstellingen, tochten in grote vriendschap die een enkele keer strandden op de afrit naar de net vertrokken laatste pont of in de takelwagen.

Vuijsje: ‘Door ze op die plek te koppelen, wisten we zeker dat het altijd goed kwam: als Campert het onverhoopt een keer laat afweten is Mulder altijd bereid als een supersub in te springen, was onze redenering vooraf. Maar het is ruim tien jaar tegen alle verwachtingen in goed gegaan. Het was meteen een succes, en gezichtsbepalend voor de krant.’ Al stelt hij wel vast dat de laatste jaren de echo van de ‘links populistische erupties’ van Mulder bij Barend en Van Dorp doorklonk in de krant – ‘dat was niet plezierig’.

Jaarlijkse bundel

De opdracht destijds was: in volle vrijheid de gedachten laten gaan, in het besef dat het voor de voorpagina van de krant was. Het was snel beklonken. Onderling was er euforie. Samen fantaseerden ze over een vollopend Leidseplein, en dat zij dan vanaf het balkon van de schouwburg de menigte literatuurfans zouden toewuiven. Nadat ze ook nog de contracten voor een jaarlijkse bundel hadden getekend, zagen ze in gedachten al een heel rijtje voor zich, als ware het de Enkhuizer Almanak.

Ze zijn op post gebleven, al die jaren. Om gezondheidsredenen zijn ze eens voor elkaar ingevallen, en Mulder sprong in toen Campert in Indonesië verbleef en de fax vanuit Midden Java slechts zwarte vellen produceerde.

Mulder schreef de column het liefst aan de keukentafel thuis, van half zes tot zeven, terwijl natuurprogramma’s op tv als decor dienden. ‘Het liefst items over krokodillen. Ik pik er altijd wel een zin uit. Ik hou van die woorden.’ De actualiteitenprogramma’s, de Tweede Kamer, de krant; het is zijn ‘jachtterrein’. Zoon Youri: ‘Ik heb het idee dat hij er de hele dag mee bezig is. Voor zijn optreden op tv bereidde hij maar weinig voor, maar dit nam hem behoorlijk in beslag.’

Campert zegt dat hij bij het begin van CaMu de hele dag aan niets anders kon denken. Hij zocht op radio en tv, op straat. ‘In alles probeerde ik een onderwerp te ontdekken. Ik was als de dood dat ik bij gebrek aan onderwerp een keer zou moeten missen. Dat kon natuurlijk niet.’

Gaandeweg heeft hij de discipline gevonden. Als zich geen onderwerp aandiende, waren er de leden van de primitieve boerenfamilie Kneupma of de politicus drs. Mallebrootje en diens jonge ding uit de achterban; ‘figuren waar ik altijd wel wat bij kon verzinnen.’ Rond een uur of vijf nam hij plaats achter de schrijfmachine – als het van een leien dakje ging was hij binnen een uur klaar, ‘meestal duurde het langer’. ‘Als het laat werd belde de krant angstig op. Half tien werd als laat beschouwd.’

Campert faxte de tekst die hij op een typemachine tikt. X-en dienen als doorhalingen, correcties – niet altijd even leesbaar – zijn met de pen aangebracht. Mulder mailde. Anders dan Campert polste hij wel eens de mening van de eindredactie. ‘Kan het wel zo?’ Of hij greep op het laatste moment in: een andere slotzin, soms zelfs een geheel nieuwe versie.

Voor de omgeving waren het herkenbare columns. Kees Fens: ‘Campert is bedremmeld humoristisch. Als je met hem aan tafel zit, moet je goed luisteren om het te horen. Zo is het ook met zijn werk: je moet goed lezen om het te zien.’ Youri Mulder: ‘Mijn vader schrijft echt om een boosheid kwijt te kunnen. Die boosheid is er niet om het stukje. Het stòrmt dan in huis. Soms denk je weleens: nu is het genoeg. Hij kan bij een wedstrijd wel vijftig keer beginnen over verkeerde voetbalbroeken.’

Die volharding heeft één keer geleid tot een vermanend briefje van de hoofdredacteur. Toen Mulder vier keer achtereen het PvdA-kamerlid Van Oven onder vuur nam, schreef Broertjes hem dat het zo wel genoeg was. Mulder belde naar de krant: ‘Ga je me eruit gooien, Pieter?’ Broer Henk: ‘Hij zal nooit trappen naar iemand die al op de grond ligt. Hij trapt naar boven, tegen het gezag. Daar wordt het gezag heus niet slechter van.’

Hoofdredacteur Suzanne Holtzer van uitgeverij De Bezige Bij, verantwoordelijk voor de jaarlijkse bundels van CaMu: ‘In die tien jaar is veel gebeurd. Het landschap heeft veel van zijn onschuld verloren. Maar dat heb ik altijd in hen bewonderd: ze hebben zich nooit laten dicteren door de publieke opinie of de waan van de dag. Het waren bakens die niet meedreven op het tij. Altijd hebben ze hun onafhankelijke positie als kunstenaar bewaard.’

Lees wat ‘Ca’ voor ‘Mu’ dichtte, in 2001, toen Jan Mulder 25 jaar columnist bij de Volkskrant was.

Speelse en verbeten verdediger

Van het ongerepte idee

Van klare taal

Door verwaaiing bedreigd

op de boulevard

laat in het najaar

houden twee, drie mensen zich staande

Woordeloos -

Campert heeft Mulder nog een brief geschreven. ‘Mu, ik wil heenblikken over onbegrensde tijd’. Mulder: ‘Dat ga ik ook doen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden