Poetry International lijkt te beginnen met veel pretenties Middagje dichten op Gods stoel

'Het is weliswaar groot van pretentie, maar misschien komt er iets van over.' Bert Schierbeek blijft bescheiden. Hij leest zijn gedicht De nieuwe tijd, maar verwacht niet dat het meteen begrepen wordt....

Van onze verslaggever

Michel Maas

ROTTERDAM

De nieuwe tijd beslaat, op drie pagina's opeengeperst, een hele eeuwigheid. De mens kruipt er, bedekt met schubben, opnieuw landinwaarts. Hij is moe, doodmoe van de oude tijd die hij achter zich laat. Maar dan is hij er, de nieuwe tijd. Of droomt hij? De mens gooit zijn oude masker af, en nog net bijt hij met zijn oude tand in zijn nieuwe lip.

Poetry International is begonnen. Met een 'sterrengala' waarop zaterdagavond bijna de hele advisory board van het festival, aangevuld met enkele coryfeeën, voorleest uit eigen werk - Schierbeek, Remco Campert, Hugo Claus, Judith Herz- berg, Miroslav Holub, Yehuda Amichai, Gellu Naum, Rutger Kopland. . .

Groot van pretentie is het wel. Het is of de oudere mannen onder hen allemáál een middag op de stoel van God hebben mogen zitten. Alsof ze op een zondagmiddag met een touringcar naar het paradijs zijn getransporteerd, waar hen in het licht van de eeuwigheid een blik op alle tijden werd gegund.

Schierbeek keek en zag geschubde wezens de drassige oevers op krabbelen. Gellu Naum (1915) zag hetzelfde, maar met andere woorden: 'Soms dreven lichamen van drenkelingen naar de oppervlakte en hapten in de brandende kaarsen en in de as van vuren op de oever (. . .) een oogwenk later steeg gejammer op uit het graf der dingen en deed de hemel schudden/ (. . .) er waren daar ziekten en je kon zien hoe een sterrenbeeld zich welfde boven ons hoofd.'

De blik van de Tsjech Holub (1923) reikte nog een eeuwigheid verder: 'De eerste engelen waren donker, voorovergebogen, behaard, met plat terugwijkend voorhoofd en kruinhaar, handen als schoppen.'

En Rutger Kopland (1934) keek vooruit: 'Er waren dunne, zwijgende dingen uit Apulia, verdwaalde schilfers van een aarde, zoals zij achterblijft als de goden en de mensen haar verlaten, dorre schilfers van een oude stad.'

Het zal de leeftijd zijn.

Dan gaan dichters hun eigen lange leven overzien. Amichai, 1924: 'Na elke daad die ik doe, lopen zij in een stoet als bij begrafenissen: het kind dat ik was, jaren geleden, de jongen in zijn eerste liefde die ik was, de soldaat die ik was in die dagen en de grijze man van een uur geleden.' En als ze daarmee bezig zijn pikken ze meteen ook de rest van de eeuwigheid even mee.

Ja, natuurlijk, zo is het, zoals in Dichter van Hugo Claus (1929): 'Hoe dichter de dichters bij hun sterven geraken/ Des te grimmiger kermen zij naar de sterren./ (. . .) Ei op sterven na ontdekken de dichters plots/ de bedarende mirakels van goden, aforismen.'

Is het zo? Welnee, want dan leest Judith Herzberg het hilarische gedicht Het wachten op de halte. En Kopland leest zijn Aanwijzingen voor het schrijven van een ansichtkaart. En Holub en Amichai treffen je diep in het hart met enkele ontroerende gedichten. En Campert lispelt zijn Lamento. En dan blijkt zo'n stelling - dat oudere dichters dichten met een oog op de eeuwigheid gericht - alleen maar af en toe te kloppen.

En de jonge dichters? Zaterdagmiddag traden ze uit de Young Poets Workshop tevoorschijn. Ze dichtten over het thema van Poetry: Noach en de ark. En ze zagen geen eeuwigheid, maar dieren. Lammetjes in opstand komen en gekke koeien die dansen (Jo Shapcott), sprinkhanen, ratten (Ludo Blok), en een eenzame olifant. Annet Schaap: 'Een olifant is makkelijk: een groot grijs brood met slagtanden, een slurf (de grijze stift is leeg maar zwart is ook wel grijs als ik zacht kleur) en rode stippen voor de ogen van het huilen. (. . .) De ark is met mijn ene olifant al vol, hij is te groot, er kan geen dier meer bij. Ik streep nog snel de regen. De wereld wordt een tranendal, pas zijn we hier, dan gaan we al en God behoudt alleen een zwart gestreept en snikkend brood'.

Poetry International, De Doelen, Rotterdam. Programma maandag: 13.00 uur, onthulling gedicht Jules Deelder aan buitengevel; 16.30 uur, opening tentoonstelling Hugo Claus; 20.00 uur, internationale leesavond met Clara Janès, Hester Knibbe, Obi Nwakanma, Rendra Jean-Baptiste de Seynes, Erik Spinoy en James Tate.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.