Poëtisch mozaïek van de Turkse geschiedenis Geëngageerde dichter Nâzim Hikmet schetste de levens van arbeiders en boeren

Dat poëzie vooral taal is, en dan nog wel taal in haar meest pure vorm, dat wil zeggen een bewust en bijna louter verstandelijk door de dichter nagestreefde esthetische orde van morfologische, semantische en muzikale elementen - om het maar eens technisch te zeggen - is een idee dat in...

Net als hun schilderende kunstbroeders wilden de dichters de figuratie en daarmee elke verwijzing naar een herkenbare werkelijkheid uitbannen om zo het gedicht tot een 'ding' te maken, iets volstrekt nieuws en unieks, dat mogelijkerwijs onvermoede subtiliteiten in onze gevoelsmatige omgang met de wereld zou blootleggen. En hoezeer op dit thema ook is gevarieerd, het idee dat bij het maken van kunst alles staat en valt met het 'materiaal' is nauwelijks verlaten.

Paul van Ostayen heeft eens de in dit verband interessante vraag gesteld welk gedicht óver een vis ooit veelzeggender kon zijn dan het woord vis zelve. En daarmee bedoelde hij, denk ik, dat zo'n woord, ontdaan van zijn gebruikswaarde, op zichzelf al een grondzee van associaties en betekenissen over je kan uitstorten, zonder dat je een heel verhaal te horen hoeft te krijgen, van het zilverig schitteren onder het spiegelende wateroppervlak, van de haak, van de ruk aan de lijn en, niet te vergeten, van de visser die met een snelle beweging het spartelende teer-beschubde visselijf pakt en even later ruw het naalddunne ijzer uit de weerloze, als voor een wanhopige kus geopende mondje van de vis wurmt.

Ik ben het, op dit punt, lang met Paul van Ostayen eens geweest en geloofde in een poëzie die zich onthield van het vertellen over wat voor werkelijkheid dan ook. De tradionele dichtkunst, verankerd in haar eigen conventies, of de geëngageerde dichtkunst, die het over de wereld wilde hebben, en liefst ook over de wantoestanden die zich daar per definitie voordoen, ontkende niet alleen het poëtisch vermogen van de lezer om - gelijkwaardig aan de dichter - de taal te exploreren, ze was ook te weinig verrassend of, in het geval van de geëngageerde poëzie, te didactisch. De laatste wil je iets leren, je dwingen tot een standpunt en dat hééft een poëzielezer liever niet; het staat ook op gespannen voet met de esthetica.

Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Er zijn omstandigheden die de dichter dwingen te getuigen en de grens van het esthetische te overschrijden. We kennen, terugkijkend op een ganse eeuw, helaas nogal wat van zulke omstandigheden en hebben het werk van Pablo Neruda, Vladimir Majakovski en Bertolt Brecht gelezen, geëngageerde dichters, die de vernieuwing waar hun tijd om schreeuwde in taal hebben vormgegeven, terwijl ze tegelijkertijd iets aan de kaak stelden, dat ook wel langs andere weg onder de aandacht gebracht had kunnen worden, maar ze waren nu eenmaal dichters. Ze hadden alleen het poëtische woord tot hun beschikking.

De namen van Neruda, Majakovski en Brecht vallen vrij gemakkelijk als je het omvangrijke epos Mensenlandschappen van de Turkse dichter Nâzim Hikmet openslaat. De vertalers verwijzen naar hen in hun inleiding. Dat gebeurt niet, denk ik, om de hier relatief onbekende Hikmet een vrijgeleide tot het walhalla van de wereldliteratuur te verschaffen, maar omdat hij - net als de genoemden - zijn engagement heeft gecombineerd met een vrije, experimentele dichtkunst, die zeker in de Turkse poëzie niet bestond, voordat Hikmet zich als 'vernieuwer' manifesteerde. Om beide redenen, zowel zijn politieke stellingname, die een marxistische was, alsook zijn hang naar de avantgarde, die hij bij Franse en Russische vakgenoten had opgedaan, is hij jarenlang vervolgd. Je kunt met recht zeggen dat Hikmet, die leefde van 1902 tot 1963, een hoge prijs heeft betaald voor de trouw aan zijn ethische en esthetische beginselen.

Zulke mensen nemen je sowieso voor zich in. Hun onverzettelijkheid wekt bewondering, al zijn we niet blind voor de tekortkomingen van dergelijke idealisten, wier stijfhoofdigheid vroeg of laat in iets tirannieks kan omslaan. Ik geloof niet dat Hikmet iets dergelijks aangewreven kan worden. Daarvoor is hij te veel een dichter, dat wil zeggen iemand die wat hij ook in woorden vangt telkens weer weet af te breken tot zijn essentie, zijn zachte kern, een weerloosheid, waarop de harde leer van het marxisme onmogelijk vat kan krijgen. Al was het zijn plan - zoals in het voorwoord van Mensenlandschappen staat - niet de generaals, sultans, geleerden, kunstenaars, schoonheidskoninginnen, moordenaars of militairen een plaats in zijn magnum opus te geven, maar arbeiders, boeren en handwerkslieden.

In Mensenlandschappen houdt hij zich niet ten volle aan dat voornemen, want in zijn nooit voltooide, vijfhonderd bladzijden lange epos figureren wel degelijk generaals, sultans, kunstenaars, moordenaars en militairen, al is het waar dat hij de minder 'uitzonderlijken' nadrukkelijk op de voorgrond plaatst.

Zijn verhaal is het poëtische verslag van een reis die gevangenen per trein naar hun oord van bestemming maken. Maar daarmee is weinig gezegd, want Hikmet heeft met behulp van zijn verbeelding uit het reservoir van zijn ervaringen een rijkgeschakeerde hoeveelheid taferelen geput, die als een mozaïek over de Turkse aarde worden gelegd, over de geschiedenis van dit land, dat onder leiding van de hervormer Atatürk worstelt met de westerse moderniteit, en tegelijk betrokken is in de oorlog, die Hitler in Europa begonnen is.

Met de oorlogsdreiging op de achtergrond - 'Op het exercitieterrein werden de namen afgeroepen/ voor transport naar de fronten' - zien we in de loop van dit verhaal telkens weer andere individuen even oplichten, met hun sores, hun angsten en hun levensdrift, hun in een paar regels weergegeven levensverhaal, zodat je ten slotte aan het lezen van dit dichtwerk het gevoel overhoudt daadwerkelijk deel te hebben uitgemaakt van deze 'mensenlandschappen', je er thuis bent gaan voelen, en vervuld bent geraakt van mededogen met deze verdrukten en vertrapten, die voldoende levendig worden neergezet om ze niet als heiligen te hoeven beschouwen.

De waardering van dit werk moet voor ons westerlingen, die noch de Turkse taal, noch de cultuur, de geschiedenis of de literatuur van dit, voor wie er geweest is, indrukwekkende land goed kennen, noodzakelijkerwijs gemengd zijn. Net als Turkije zelf, blijvend verscheurd tussen Oost en West, zoals iedereen vrijwel meteen aan den lijve ervaart als hij Istanbul bezoekt, is Mensenlandschappen enerzijds heel Turks (en daardoor niet helemaal te begrijpen), anderzijds - door zijn poëtische kracht - van een universele menselijkheid.

Misschien is dat laatste te danken aan Hikmets opzet. Wat hij zo graag begrijpelijk wilde maken voor zijn niet-geletterde landgenoten, moet ons óók kunnen aanspreken, want per slot van rekening zijn we inzake de Turkse literatuur eveneens vreemden in Jeruzalem. Dat er dan zovéél op je wordt overgebracht, pleit voor deze vorm van geëngageerde literatuur, die wij, in het Westen, nauwelijks nog kennen.

Net als indertijd het prachtige Under Milkwood van Dylan Thomas zou Mensenlandschappen via de radio uitgezonden moeten worden, want de stemmen die Hikmet zijn vele personages meegeeft, moet je, denk ik, vooral horen om de rijkdom van dit boek zo goed mogelijk te ondergaan.

Nâzim Hikmet: Mensenlandschappen. Uit het Turks vertaald door Els Hansen, Ruud Keurentjens en Wim van den Munkhof.

De Geus, ¿ 95,-.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.