Poetin weet als geen ander: sportsuccessen zijn goed voor nationale identiteit

De Russische president Vladimir Poetin wist dat zijn sportende landgenoten tijdens de Winterspelen van Sotsji stevig met doping in de weer waren. Dat zei Grigori Rodtsjenkov gisteravond in de ARD-documentaire Geheimsache Doping - Das Olympia Komplott. Rodtsjenkov was directeur van het Moskouse anti-dopinglab. Hij woont nu op een geheime plek in de VS, omdat hij vreest met zijn leven te moeten betalen voor zijn openhartigheid over het Russische dopingprogramma, waarvan hij overigens mede-organisator was.

Het tegenovergestelde bericht ('Poetin wist niks van doping') was opmerkelijker geweest. Sotjsi was het prestigeproject van de president: er moest gewonnen worden. Dat Rusland slechts vierde werd in het medailleklassement kwam vooral doordat Nederlandse schaatsers de Russen steeds te snel af waren, godzijdank zonder doping.

Voor 2 februari doet het internationale sportgerechtshof CAS in Genève uitspraak in het beroep dat 39 Russische wintersporters hebben aangespannen tegen hun uitsluiting van de komende Winterspelen van Pyeongchang. Het Internationaal Olympisch Comité schorste hen naar aanleiding van eerdere beschuldigingen van Rodtsjenkov en een onderzoek van het antidopingagentschap Wada.

Mocht de schorsing gehandhaafd blijven, dan stijgen de kansen op Nederlands eremetaal aanzienlijk en is een positie in de top-3 van het medailleklassement niet uitgesloten. Dat zou geweldig zijn. Onze positie als een van de tien beste sportlanden ter wereld zou erdoor worden bevestigd. Sommige mensen vragen zich af waarom dat dan zo geweldig is en waarom wij per se bij de tien beste sportlanden moeten behoren en daar tientallen miljoenen per jaar in investeren. Welnu, dat is goed voor onze identiteit. Je kunt wel een vlag in de Kamer zetten en al die snotneuzen dwingen het Wilhelmus te karaoken, maar dat is marginaal gedoe. Als onze jongens en meisjes straks vijftien keer met de driekleur in top naar het Wilhelmus hebben staan luisteren kent elke dreumes het volkslied, hangt-ie de vlag boven zijn bed en weet hij wat en wie hij is: landgenoot van Sven Kramer en Ireen Wüst. Zoiets is voor de rest van je leven een enorme steun in de rug.

Goed. Heeft zo'n Poetin niks beters te doen dan zich bemoeien met het nationale dopingprogramma? Nee. Poetin kent als oud-judoka de impact van sportsuccessen nog beter dan Willem-Alexander. Gaat het goed met de sport en wint je land op alle fronten, dan zit je gebeiteld als leider. Het volk denkt dat het door jou komt, vooral wanneer je nadrukkelijk aanwezig bent op de eretribune.

Komende zomer is het WK voetbal in Rusland, Poetins volgende sportieve speeltje, nog even een stukje belangrijker dan de Winterspelen van 2014. Ook dan gaat het dopingverhaal weer spelen. Volgens het eerdergenoemde Wada-onderzoek waren bij het staatsdopingprogramma meer dan duizend Russische sporters in dertig sporten betrokken. Onder hen 33 voetballers, van wie internationals uit de WK-ploeg van 2014.

De beschuldiging van Rodtsjenkov aan Poetins adres is lastig voor het IOC. Dat jaagt om financiële redenen niet graag regeringen tegen zich in het harnas. Het Wada-rapport ligt als een steen op de maag van de wereldvoetbalbond Fifa, die zich geen ruzie met het organiserende land kan veroorloven; dat kan miljarden kosten.

Gelukkig kunnen IOC en Fifa zich wat corruptie en leugenachtigheid betreft ruimschoots meten met Poetin en zijn trawanten, zodat het met een sisser zal aflopen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.