Poepen

‘Hoe lang ben jij nog thuis?’, vroeg mijn vrouw. Ze had haar jas aan, de hond aan de riem en buiten scheen de zon....

‘Nou, Rob komt even langs voor de wasmachine.’ Rob is onze loodgieter. Je zou, op basis van die voornaam, kunnen denken dat we intiem zijn met Rob, dat hij ook op verjaardagen en partijen komt, maar dat is niet het geval. Rob is gewoon de loodgieter. Ik zou niet eens weten hoe hij van achteren heet. ‘Ik ben er’, zei ik, ‘als Rob tenminste opschiet.’ Leer mij ze kennen, die loodgieters. Je hebt wat, je belt ze, ze zeggen dat ze binnen een uur komen, maar toch moet je altijd een snipperdag opnemen. Loodgieters vinden het vanzelfsprekend dat er op hen wordt gewacht. Ze hebben macht, vinden ze zelf. Of er zijn er zo weinig dat je blij mag zijn als je eindelijk een Rob hebt gevonden.

‘Oké, ik ga’, sprak mijn vrouw, ‘doe Rob de groeten.’ Zij had hem eerder die ochtend aan de telefoon gehad en uitgelegd wat er moest gebeuren. Ik surfde verder in het leven van Amy en Britney. Wat een wijven toch. Of moet je het meiden noemen? Dames? Vrouwen? Dozen? Trutten? Sterren? Ik kwam er niet uit.

De bel ging. Ik deed open. Rob – ik was hem al bijna vergeten. Hij kwam op een drafje de gang in, met in beide handen koffers vol gereedschap. Het zweet stond hem op de neus. ‘Ik weet de weg’, riep hij. En terwijl ik nog dacht dat hij het over de wasmachine had, verdween hij in het kleinste kamertje. Tot mijn niet geringe schrik deed hij de deur achter zich op slot. Ik weet niet hoe u erover denkt, maar ik hou er niet van als vreemden gebruikmaken van mijn wc. Een plas, oké, maar schijten, nee, dat is een brug te ver.

Wat te doen? Niets natuurlijk. Ik kon moeilijk met een muntje het slot op de wc-deur opendraaien en de loodgieter van de bril rukken. Ook een vermanende toespraak na zijn gedane zaken leek me niet op zijn plaats – ik bedoel: hoe kinderachtig kun je zijn? Subtiel laten doorschemeren dat ik bezwaren had? Ook zowat. Met loodgieters kun je beter niet al te zachtzinnig omgaan. Mijn kruis dragen, daar kwam het op neer. En mild zijn, en mededogend. Zo’n man zit ook liever op een vertrouwde pot naar een bekende verjaarskalender te kijken dan dat hij bij vreemden op de doos moet. Kan gebeuren, noodgeval dus.

De stortbak klonk. ‘Zo, dat was lekker’, sprak Rob toen we even later oog in oog stonden. Hij zag er inderdaad beter uit dan bij binnenkomst, maar toch had ik hem graag het huis uitgekeken, want als ik ergens niet in geïnteresseerd ben, is het wel in de ins en outs van andermans stoelgang. ‘Het kan zo geweldig opluchten, hè. Ik liep er echt al een tijdje mee rond.’ Hij glimlachte gelukzalig, niet vermoedend dat ik nu alle zeilen moest bijzetten om het eindresultaat van zijn opluchting de toegang tot mijn verbeelding te ontzeggen.

‘Wat was er ook alweer aan het handje?’, ging hij door. ‘De wasmachine’, mompelde ik. Ten overstaan van loodgieters, timmermannen, metselaars, elektriciens en anderszins opgeleide professionals ben ik snel geneigd in mompelen te vervallen. Zij kunnen iets wat ik niet kan, en zij laten dat mij ook altijd goed voelen. Zelfs poepen konden ze beter, zo te ruiken.

‘Juist’, onderbrak Rob, ‘de wasmachine. Het vrouwtje had een probleem, hè?’ Hij wreef zichzelf in de handen, alsof hij meer van mijn echtgenote wist dan mij lief was. ‘Dat gaan we dan eens even lekker oplossen.’ Voor mij zat er niets anders op dan koffi e te gaan zetten voor de loodgieter.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden