Poederdoos en kolenkit

EEN van de leukste thematische literaire tijdschriften is het vier keer per jaar verschijnende tijdschrift voor wereldliteratuur, Armada. Het afgelopen jaar verschenen er al interessante nummers over 'Censuur', 'Wraak!' en 'Scheldkritiek', nu is het septembernummer gewijd aan een wel heel origineel thema: 'Het Apentheater, over gevaarlijke, gekke, geile en wijze...

Het nummer is de vuurdoop van een nieuwe redacteur, NRC Handelsblad-recensente Stine Jensen. Onlangs promoveerde zij op haar studie naar de betekenis van apen in literatuur, film en wetenschap, getiteld Waarom vrouwen van apen houden.

Wat dit Armada-nummer zo interessant maakt, is dat Jensen niet alleen haar kennis over literaire apen nog eens tentoon mag spreiden, maar dat zij in de gelegenheid werd gesteld om auteurs te vragen speciale aapverhalen en aapgedichten te schrijven. Meestal bevat Armada alleen artikelen en vertalingen, nu maken de bijdragen van dichters als Arjen Duinker en Maria van Daalen en schrijvers als Thomas Verbogt en Abdelkader Benali dit nummer tot een zeer divers geheel.

Jensen geeft in haar inleiding een vermakelijk overzicht van de soms verbazingwekkende fantasieën waaraan apen volgens schrijvers moeten beantwoorden. Ze begint bij Plato en eindigt, hoe kan het anders, bij de veelbesproken roman Great Apes uit 1997 van de Engelse cultschrijver Will Self.

Apinnen zijn volgens Jensen zeldzaam, waardoor ze zeer verheugd is over het personage van de Blonde Aap dat Arnon Grunberg in de zomer van 2001 introduceerde in zijn wekelijkse NRC-verslagen vanuit New York. Begin dit jaar verdween de Blonde Aap, maar nu keert zij in Armada terug en beleeft daar haar definitieve einde.

Grunberg schreef een typisch grunbergiaans verhaal waarin de rise and fall van zijn Blonde Aap uitvoerig uit de doeken wordt gedaan. Eerst flauw en voorspelbaar, maar dan weer zo ver doordravend dat het toch geestig wordt en zelfs ontroerend. De Blonde Aap sterft van liefde nadat een serie agressieve minnaars zich van steeds meer lichaamsdelen meester heeft gemaakt.

Om na dit uitzinnige verhaal de droge analyse te lezen die weer een andere NRC-medewerker, Ward Wijndelts, over 'De Aap van Grunberg' heeft geschreven, is niet aan te raden. Wat zou Grunberg er zelf van vinden dat zijn personage niet op een bestaand persoon gebaseerd kan zijn, want 'de naam Aap komt niet voor in de met ruim twintigduizend voornamen gevulde Nederlandse Voornamen Databank van het P.J. Meertensinstituut'?

Of de lachwekkende suggestie dat de poederdoos van de Blonde Aap te herleiden zou zijn tot een vast en zeker aan Grunberg bekend kinderrijmpje met de regels 'De poederdoos was veel te wit/ Hij stopte de aap in de kolenkit'.

Het meest opmerkelijke apenverhaal in deze Armada is misschien nog wel de tragische geschiedenis rond het verhaal 'De avonturen van een aap' van de Russische satiricus Michail Zosjtsjenko. Volgens Stalins cultuurpaus, Andrej Zjdanov, was Zosjtsjenko een 'leeghoofd' en was juist dit onschuldige aapverhaal 'de kwintessens van al het negatieve dat zijn werk bevat.' Zosjtsjenko zou de klappen van deze gorilla, die de spiegel zijn eigen lelijke spiegelbeeld verweet, nooit te boven komen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden