Podiumangst is beter dan pillen slikken

Veel musici slikken middelen om hun spanning en nervositeit te onderdrukken. Ze kunnen dat beter niet doen, want het blijkt dat hun spel eronder lijdt....

IEDERE uitvoerend musicus kent het verschijnsel. Terwijl het publiek in het concertgebouw zijn opkomst afwacht, breekt hem het zweet uit. De hartslag versnelt, lippen en handen gaan trillen, de pupillen verwijden zich. Het moet hier en nu gebeuren. Er is geen weg terug.

'Alle grote namen in de muziek lijden in meer of mindere mate aan podiumangst', zegt J. Nubé, werkzaam aan de faculteit psychologie van de Universiteit van Amsterdam. 'Het lichaam reageert direct op angstgevoelens met de aanmaak van adrenaline en noradrenaline.

'Deze hormonen dienen onder meer als neurotransmitter; ze brengen het lichaam in opperste staat van paraatheid. Dat is wenselijk bij lichamelijke inspanning en bijvoorbeeld bij dreigend gevaar. Een musicus echter, laten we zeggen een concertpianist, kan al die hormonen en neurotransmitters in zijn lichaam missen als kiespijn. Zijn prestaties worden er heus niet beter op met die trillende handen.'

Sinds de jaren zestig wordt daarom door veel musici die last hebben van dit soort verschijnselen gebruik gemaakt van zogenoemde bètablokkers. Dat zijn medicijnen die het effect van de aanmaak van adrenaline en noradrenaline verminderen door de bètareceptoren te bezetten, waar normaal gesproken adrenaline en noradrenaline op aangrijpen. De hormonen worden dan nog wel aangemaakt, maar verliezen een groot deel van hun werkzaamheid.

Bètablokkers werden in 1964 oorspronkelijk ontwikkeld ter bestrijding van hartritmestoornissen en verhoogde bloeddruk. Ook voor musici levert het een gewenst resultaat: de verschijnselen van podiumangst blijven uit en er kan ontspannen aan het concert worden begonnen.

Nubé, zelf ooit een door podiumangst geteisterde concertpianiste, promoveert op 9 mei op haar proefschrift Beta Blockers and Performing Musicians. Ze onderzocht de eventuele effecten van deze medicijnen op het beroepsmatig functioneren van musici.

'Er werd lange tijd van uitgegaan dat bètablokkers geen negatieve bijverschijnselen kenden. In de jaren tachtig toonde onderzoek onder niet-musici echter aan dat de reactietijd en het coördinatievermogen na gebruik van bètablokkers wel degelijk iets achteruit gingen. In dezelfde tijd bleek uit een anonieme enquête onder musici in de Verenigde Staten dat 27 procent van hen wel eens gebruik maakt van bètablokkers.

'De concurrentie onder musici is moordend. Het is begrijpelijk dat zij podiumangst tijdens audities en concerten het liefst vermijden. Maar onderzoek naar de effecten op de prestaties van musici was nooit gedaan.'

Hoe meet men zoiets? Speciaal voor dit onderzoek werd een luistertoets ontwikkeld, waarin vooral de emotionele aspecten bij de waarneming en de beleving van de muziek aan de orde komen. De toets werd afgenomen voor en na inname van 20 milligram van de bètablokker propranolol. Dubbelblind uiteraard; de kandidaten wisten niet wanneer zij wel of niet onder invloed verkeerden.

De resultaten van de luistertoets vielen ietwat tegen. Uit enkele luistertoets-items bleek dat de muzikale waarneming onder invloed van de bètablokker significant vermindert. Op groeps-niveau kon echter geen significant verschil worden aangetoond. 'Om hierover uitsluitsel te krijgen, dient het onderzoek mijns inziens op een andere manier te worden uitgevoerd', aldus Nubé. 'Wellicht moeten de vragen anders worden gegroepeerd.'

Beter verliep het onderzoek naar de effecten van bètablokkers op de psycho-motoriek van de uitvoerende musicus, ofwel de verschillen tussen timing en dynamiek voor en na het gebruik van propranolol. 'Dat valt ook een stuk beter te meten', meent de onderzoekster.

'Met behulp van een Yamaha Clavinova, gekoppeld aan een computer, valt van elke noot exact het moment en de sterkte van de aanslag te meten. Dit instrument kwam ten tijde van het onderzoek wat betreft aanslag en klank het dichtst bij een gewone vleugel.'

Vijf pianisten werd gevraagd Mozarts Sonate nr. 6 in D, KV 284 te spelen. Driemaal zonder en driemaal na de inname van propranolol. Ook nu wisten de pianisten niet wanneer zij wel of niet onder invloed verkeerden. Uit de gemiddelden bleek dat er individuele meetbare verschillen bestaan tussen timing en dynamiek voor en na het gebruik van een bètablokker.

'Hoewel het hier een kleinschalig onderzoek betreft, zijn negatieve effecten van het gebruik van bètablokkers op het musiceren niet uit te sluiten', zegt Nubé. 'De hier gebruikte methode zou in breder verband toegepast kunnen worden en tot nieuwe inzichten kunnen leiden.'

De onderzoeksresultaten zijn voor Nubé genoeg reden om musici te adviseren terughoudendheid in acht te nemen bij het gebruik van bètablokkers. 'Het leren hanteren van podiumangst is van groot belang voor het verloop van de carrière van een uitvoerend musicus. Het risico bestaat dat veel jong talent bètablokkers slikt of gaat slikken. Je weet niet wat voor schade je aanricht. Wie weet creëer je wel paradijsvogels zonder kleuren.'

Frans Eggermont

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden