Ploumen: 'Hier wordt iedereen beter van!'

In een beige mantelpakje en op hakken loopt minister Lilianne Ploumen voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking over een rode loper vol dansende Ethiopiërs. Ze is bij een bouwput in Ethiopië om samen met de directeur van Heineken de eerste steen te leggen voor een bierbrouwerij.


Het land dat veel Nederlanders waarschijnlijk nog steeds associëren met beelden van uitgemergelde kinderen tijdens de hongersnood van midden jaren tachtig, is 'booming', vertelt de Nederlandse bierbrouwer aan de tientallen toegestroomde journalisten en fotografen.


Na jarenlange totale afhankelijkheid van hulpgelden wil Ethiopië nu zo snel mogelijk omschakelen naar handel. Die boodschap kreeg PvdA-minister Ploumen deze week toen ze in de hoofdstad Addis Abeba premier Hailemariam Desalegn ontmoette. Ploumen was voor een handelsmissie in het land dat de laatste jaren een stevige economische groei heeft gekend.


In haar kielzog reisde een tiental Nederlandse ondernemers mee. Van bierbrouwers en rozentelers tot zorg- en landbouwdeskundigen. Hoewel Ploumen in eigen land soms kritiek ontvangt van gevestigde ontwikkelingsexperts op haar visie dat hulp en handel hand in hand kunnen gaan, krijgt ze in Ethiopië veelal begrip. De Ethiopische premier noemde de landbouwsector een 'voorbeeld van hoe ontwikkelingssamenwerking langzaam in handel en investeringen overgaat'.


Zo gaat bierbrouwer Heineken samenwerken met lokale boeren die het gerst gaan leveren. 'We zorgen voor een afnamegarantie en helpen de Ethiopische boeren met kennis om hun productie te vergroten en verbeteren', zegt Heineken-directeur Johan Doyer in de brandende Ethiopische zon. Na opening van de brouwerij, in juni 2014, schat hij dat twintigduizend Ethiopische families een inkomen genereren door de komst van de Nederlandse ondernemer.


Nederlandse bedrijven die willen investeren in het voorheen straatarme Ethiopië worden dikwijls ondersteund met ontwikkelingsgeld van de Nederlandse overheid. Het gaat om maximaal 50 procent tegemoetkoming in het startkapitaal voor innovatieve ondernemers (met een maximum van 750 duizend euro). Mede dankzij deze steun heeft Ethiopië zich ontwikkeld tot een prominent bloemenexporteur.


'Nederlandse ondernemers maken winst in Ethiopië, maar bieden ook werkgelegenheid aan de lokale bevolking, met fatsoenlijk salarissen en soms zelfs een bord eten op de werkplek. Daar wordt iedereen beter van', zegt Ploumen.


Op de rozenkwekerij van Olij Roses vertelt de Nederlandse manager Philippe Veys over zijn bloeiende bedrijf in de Ethiopische streek Debre Zeit, twee uur rijden vanuit de hoofdstad. In een veld vol rode, roze en witte rozen klinken optimistische cijfers voor de minister. Jaarlijks haalt rozenteler Veys drie miljoen euro omzet door de verkoop van rozen op de lokale Ethiopische markt en door export naar de bloemenveiling in Aalsmeer. 'In Nederland werd zeven jaar geleden nog op 900 hectare rozen geteeld. Nu nog maar op 350 hectare. Het wordt alleen maar minder. Veel rozentelers die in Nederland bleven zijn al over de kop gegaan.'


Ook de rozenkweker doet aan 'maatschappelijk verantwoord nemen'. Er is een kliniek op het terrein van de kwekerij waar arbeiders gratis medische zorg en voorlichting over hiv/aids en over geboorteplanning kunnen krijgen. Rode doosjes met weg te geven condooms liggen op de tafel van de verpleegkundige. De kliniek wordt volledig betaald door de Nederlandse teler, die in het verleden ook hulp kreeg van de Nederlandse ambassade in Addis Abeba om onder meer een planten-laboratorium in Ethiopië te bouwen.


Hetzelfde zien we bij het Hollandse landbouwbedrijf SolaGrow, net buiten Addis Abeba. De eigenaren zetten zich in om hun kennis over het telen van gewassen, zoals aardappelen, over te dragen op de lokale bevolking. De opbrengst van hun buren vermeerderde hierdoor van 8 naar 60 ton per hectare. Ook hier een medische kliniek op de boerderij, waarvan buurtgenoten en werknemers gratis gebruik mogen maken.


Ploumen hoort het telkens me zichtbaar plezier aan. Haar enthousiasme wordt door meereizende ondernemers soms 'ontwapenend' genoemd. Ze vraagt de commerciële ondernemers hoe ze hun werknemers behandelen en of ze hun een fatsoenlijk salaris geven. Zonder gêne, altijd met een glimlach. In ruil voor het 'sociaal ondernemerschap' komt ze soms met geld over de brug voor de ondernemers.


Ze opent deuren voor hen bij Ethiopische autoriteiten. Dat doet ze soms letterlijk. 'Good afternoon!', roept een breed lachende Ploumen bijvoorbeeld als ze de deur opent in een volle zaal waarin ze de Ethiopische minister voor Landbouw wil spreken. De aanwezige Ethiopiërs en ondernemers reageren met gelach.


Er zijn 89 Nederlandse bedrijven actief in Ethiopië. In 2003 waren dat er nog drie. In 2010 importeerde Nederland voor 43 miljoen euro aan goederen (vooral snijbloemen, koffie en oliezaden) uit Ethiopië. Export vanuit Nederland was in 2010 63 miljoen euro (vooral machines, farmaceutische producten en voertuigen).


Onderweg van het ene naar het andere Hollandse bedrijf over Ethiopische zand- en snelwegen - waarop zowel moderne landcruisers als ezelskarren rijden - stopt Ploumen graag om wat te praten met plaatselijke boeren.


Gevaarlijk is het allerminst. De beveiligers van de minister, die normaal alleen meereizen naar landen waar fysiek gevaar dreigt van bijvoorbeeld ontvoering, moeten in Ethiopië slechts eenmaal in actie komen: om een stel koeien weg te duwen.


Een groep van vijftig Ethiopische jongeren die Ploumen ontmoet, toont zich in kleine groepsgesprekken opvallend enthousiast over de handelsdrift van de Nederlanders in hun land. De jonge vrouw Nafkot Ascheraki (23) heeft rechten gestudeerd, maar zij kan geen baan vinden. Op de vraag wat Ethiopië nodig heeft - hulp of handel - zegt ze volmondig: 'Handel natuurlijk! We hebben werk nodig!'


Toch verloopt niet alles vlekkeloos. Sommige problemen in Ethiopië laten zich niet oplossen door meer handel te drijven, zo wordt bijvoorbeeld pijnlijk duidelijk uit het relaas van de 25-jarige Israel Demelash. Hij vertelt vol afschuw over het gebrek aan vrouwenrechten in zijn land.


'Er zijn meisjes die op hun tiende moeten trouwen. Er zijn meisjes die stoppen met school na hun eerste menstruatie. We zijn het aan de vrouwen in dit land verplicht om voorlichting te geven over hun rechten', vertelt hij terwijl hij met zijn hand op tafel slaat, waaraan ook minister Ploumen zit. 'Die voorlichting geven bedrijven niet per se, maar hulporganisaties wel', zoals Amref, de vliegende dokters, bij wie hij vrijwilliger is.


Sommige ondernemers aarzelen om te investeren in Ethiopië. 'Valkuilen zijn er zeker in snel groeiende markten. Je moet hier en daar een klap kunnen opvangen', zegt Heineken-directeur Doyer.


Daar weet rozenteler Veys alles van. Hij roemt de afzetmarkt die Ethiopië biedt, maar hekelt de soms grillige regelgeving. 'Zeven jaar geleden kon je hier bijna alles belastingvrij importeren. Twee weken geleden hoor ik ineens dat er importbelasting wordt geheven. Als je dan drie containers onderweg hebt met bevoorrading, zoals wij, dan kan dat zo 40.000 euro extra kosten.'


De rozenkweker houdt zich daarom nog 'even gedeisd' als het gaat om uitbreiding van zijn bedrijf in Ethiopië.


'Minister is langs leuke plekken geleid'


'Dit is extremer dan ik het haar tot nu toe heb horen zeggen', reageert Ton Dietz op de optimistische uitspraken van minister Ploumen in Ethiopië - handel wordt belangrijker dan hulp. Dietz is hoogleraar Afrikaanse ontwikkeling en directeur van het Afrika-Studiecentrum in Leiden. 'Het is wellicht ingegeven door de euforie van zo'n bezoek, maar niet verstandig gezien de politieke betekenis van haar functie. Natuurlijk, het gaat economisch heel goed met Ethiopië. Er groeit een middenklasse en dan is het inderdaad logisch meer in te zetten op handel en investeringen en minder op armoedebestrijding. Maar het is niet evident dat de onderste 20 procent ook profiteert. Bovendien gaat het succes van Ethiopië gepaard met de afknelling van mensenrechten. Het is een ontwikkelingsdictatuur.'


De zeer gunstige cijfers die de Ethiopische overheid presenteert, moeten volgens Dietz met 'heel veel korrels zout' worden genomen. 'Ploumen is natuurlijk ook naar de leuke plekken geleid. Elders in het land zijn grote drama's in voorbereiding, bijvoorbeeld waar investeerders land hebben gekocht maar er vervolgens niets mee doen. Je lost niet alles op met handel. Kijk naar Zuid-Soedan of Burundi. Daar is 'ouderwetse' hulp nog hard nodig.'


Het woord 'ontwikkelingshulp' is wel te veel bezoedeld geraakt, denkt Dietz. 'Er is behoefte aan nieuw elan, nieuwe woorden. En Ploumen wil ook terecht af van het betweterige paternalisme, dat in sommige delen van de sector nog steeds bestaat.'


Naam: Frank Ammerlaan


Bedrijf: AQ Roses (rozenteelt)


In Ethiopië sinds: 2004


Aantal werknemers: 1.200 Ethiopiërs


'Met mijn broer heb ik in 2006 de sprong naar Ethiopië gewaagd. Ons familiebedrijf voortzetten in Nederland was op de lange termijn niet meer winstgevend. 70 procent van de Nederlandse bloemtelers is al over de kop gegaan. In Ethiopië wachtte ons een warm welkom van de bevolking en de overheid. Het is hier veilig, we hebben nooit grote problemen gehad. 99 procent van onze productie exporteren we naar de bloemenveiling in Aalsmeer.


'Duurzame productie staat bij ons hoog in het vaandel, dus we produceren met respect voor mens en milieu. We waren de eerste bloementeler in Ethiopië die het Fair Flower Plants Label kreeg. Dit betekent dat wij ons aan een gedragscode houden, een minimum standaard van werken hebben.


'Onze werknemers hebben een vast contract, er is een werknemersvereniging, een gratis medische kliniek op de kwekerij en onderwijs en training over veilige arbeidsomstandigheden, gezondheidszorg. Als bedrijf moet je wel commercieel blijven denken, maar je kunt je zeker maatschappelijk verantwoord gedragen.


'Ik denk dat het stimuleren van bedrijvigheid de beste vorm van ontwikkelingshulp is. Je geeft mensen een vaste baan. In ons geval vooral vrouwen. Het dorp waar ons bedrijf is gevestigd, is daardoor enorm veranderd, erop vooruit gegaan. Zes jaar geleden was het onderontwikkeld, vrouwen werden soms in het openbaar geslagen, de drollen lagen op straat. Dat kom je eigenlijk niet meer tegen.'


Verpakkingsmaterialen


Naam: Stijn Swinkels


Bedrijf: Bavaria (bierbrouwerij)


In Ethiopië sinds: nog in de opstartfase


Aantal werknemers (op termijn): 250 Ethiopiërs plus toeleveranciers.


'Zodra het besteedbaar inkomen van mensen stijgt, willen ze soms een biertje drinken. In Ethiopië zie je om je heen hoe er gigantisch veel gebouwd wordt. Al die bouwvakkers: die willen na het werk vast een biertje. Je ziet het toch gewoon voor je? Er is hier een booming middenklasse.


'Wij hebben inmiddels 8.000 Ethiopische aandeelhouders verzameld met wie we vanaf maart 2013 een brouwerij gaan bouwen. Over 1,5 jaar moet die open. De Nederlandse ambassade heeft deels geholpen met de juiste contacten. Wij krijgen geen subsidie.


'Het combineren van hulp en handel zoals minister Ploumen wil, is, denk ik, een goed idee. Als je ontwikkelingshulp duurzaam wilt maken, met je iets duurzaams opzetten. Ik kom dan al gauw uit bij iets bedrijfsmatigs. Ik geloof niet zomaar in geld storten en dan zien we wel. Door bedrijven te betrekken bij hulp kan ontwikkelingshulp veel effectiever worden. Onze bierbrouwerij gaat lokale werkgelegenheid en kennis opleveren. Lokale boeren gaan gerst leveren, in de brouwerij hebben we werknemers nodig.


'Hoewel wij een commercieel bedrijf zijn, zeg ik niet direct nee tegen partijen die ons zouden vragen te helpen bij een ontwikkelingsproject. Mits we het kunnen combineren met ons bedrijf. Bijvoorbeeld door lokale boeren een opleiding te geven. Waarom niet? Als een bedrijf betrokken is bij hulp, heeft zo'n project ook wortels. Wij zijn hier om te blijven, wij gaan niet morgen weg.'


Bierbrouwerij


Naam: Baukje van der Wal


Bedrijf: Crown Packaging & Plastics (verpakkingsindustrie)


In Ethiopië sinds: 2012


Aantal werknemers: 25 Ethiopiërs, 2 Nederlanders


'Voordat we dit bedrijf zijn gestart, zijn mijn man en ik eerst door Afrika gereisd om te kijken welk land de meeste mogelijkheden bood. In Ethiopïe spraken we veel andere enthousiaste buitenlandse ondernemers. Verpakkingsmaterialen voor zuivelproducten, zoals yoghurt- en ijsbakjes, waren er nog niet. Wij zijn in dat gat gesprongen en zijn lokaal gaan produceren.


'Onze bedrijfsfilosofie is dat we niet alleen geld willen verdienen, maar ook goed voor onze mensen willen zorgen. Een van de eerste dingen die we hebben geïntroduceerd is dat al onze werknemers één goede maaltijd per dag krijgen op het werk. Een van de jongens die bij ons is vanaf het eerst uur is daardoor inmiddels al vijftien kilo aangekomen.


Sociaal ondernemen houdt ook in dat we een goed salaris bieden. We overleggen met andere bedrijven in onze omgeving over redelijke bedragen. In Nederland heb je keurige salarisschalen, hier niet. We regelen dit allemaal uit onszelf. We hebben geen verzoek gekregen van de Nederlandse overheid.


Zodra een land een beetje op eigen benen staat, helpt handel meer dan hulp geven, daar ben ik van overtuigd. Je biedt werkgelegenheid. Natuurlijk zijn er landen of thema's te bedenken waar noodhulp belangrijk blijft.'


Ballonvaarten


Naam: Bram van Loosbroek


Bedrijf: Abyssinia Ballooning (ballonvaart)


In Ethiopië sinds: 2012


Aantal werknemers: 8 Ethiopiërs, 2 Nederlanders


'Wij Nederlanders zin handelaren en kunnen gemakkelijk met mensen van verschillende culturen omgaan. Dat kun je hier in Ethiopië in de praktijk brengen.


'Het land biedt enorme kansen. Er is hier veel economische groei, de mensen zijn geweldig. Als je een innovatief idee hebt, kun je van de Nederlandse overheid 50 procent subsidie krijgen voor je startkapitaal. Daar zitten voorwaarden aan. Zo moet je zorgen voor werkgelegenheid en samenwerken met een lokale Ethiopische partner.


'Hulp en handel combineren zoals Ploumen wil, lijkt mij géén goed idee. Je moet die twee dingen loskoppelen.


'Wat wij doen, zie ik niet als ontwikkelingshulp. We leiden uiteindelijk wel lokale mensen op tot ballonpiloot, er is kennisoverdracht. Maar het blijft een commercieel bedrijf.


'De startsubsidie die wij kregen zie ik niet als ontwikkelingsgeld. Het is investeren in een handelspartner. Ik denk dat je een arm land uiteindelijk veel meer helpt met bedrijven, dan met ontwikkelingshulp.


'Het helpt ons ook. Hier zakendoen kan Nederland uit de crisis halen. Tegen ondernemers die nu werkeloos thuis op de bank zitten in Nederland wil ik zeggen: er liggen hier kansen. Denk buiten de box, kom een keer kijken.'


Duurzame bloementeelt


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden