Plotselinge dooi tussen Kroatië en Servië

Het woord 'historisch' viel al snel. De wederzijdse excuses van de Kroatische en Servisch-Montenegrijnse president voor het oorlogsleed zijn symbolisch, maar vormen niettemin de opmaat tot een schoorvoetende toenadering....

President Svetozar Marovic van Servië en Montenegro beet het spits af: 'Ik wil me verontschuldigen voor alle kwaad dat Servische en Montenegrijnse burgers hebben aangericht in Kroatië.'

Zijn Kroatische collega Stipe Mesic bleef niet achter: 'Op mijn beurt bied ik mijn verontschuldigingen aan voor alle Kroaten die pijn of schade hebben veroorzaakt.'

De verontschuldigingen werden woensdag in Belgrado gemaakt tijdens het eerste officiële bezoek dat Mesic bracht aan Servië.

Het leed dat beide partijen in het uiteenvallende Joegoslavië elkaar tussen 1991 en 1995 hebben aangedaan, is groot. De Servische minderheid in Kroatië greep in 1991 naar de wapens om zich te verzetten tegen de afscheiding van Joegoslavië.

Aanvankelijk hadden zij de overhand en wisten zij flinke delen van Kroatië te bezetten, mede door de financiële en militaire steun van de toenmalig Servische president Slobodan Milosevic. Maar later keerden de krijgskansen: in 1995 zetten de Kroaten een tegenoffensief in en heroverden het verloren gebied.

Zo'n 300 duizend Kroatische Serviërs vluchtten of werden verdreven (zoals uit Krajina, waar de Kroaten de mensenrechten op grote schaal schonden). De meesten kwamen in Servië terecht. Er vielen twintigduizend doden in de oorlog. De stad Vukovar werd het symbool van de verwoestingen door de Serviërs.

Kroatië (onder Franjo Tudjman) en Servië-Montenegro (onder Milosevic) erkenden elkaar in 1996, maar tot de dood van de eerste in 1999 en de val van de laatste in 2000 was er geen sprake van toenadering of zelfs maar voorzichtige contacten. Nu hebben beide landen een nieuw bewind.

Het bezoek van Mesic aan Belgrado is daarom van belang. Mesic werd niet voor niets met alle eerbetoon ontvangen in de Servische hoofdstad.

Voor het eerst werd gesproken over het omvangrijke aantal vluchtelingen, over verloren gegane bezittingen en enkele grensgeschillen.

Kroatië heeft bij het Internationale Hof van Justitie in Den Haag een miljoenenclaim ingediend tegen Servië vanwege het aanstichten van de Kroatisch-Servische opstand in 1991. President Marovic meent dat Kroatië als gebaar van goede wil die claim zou moeten intrekken, maar Mesic reageerde niet. Wel kwam van beide kanten een lawine van goede intenties: betere economische samenwerking, gezamenlijk herstel van de verwoeste infrastructuur als spoorwegen, oliepijpleidingen en wegen.

Beide landen zien de noodzaak van samenwerking: onwilligheid maakt hun kansen op den duur lid te worden van de Europese Unie er niet groter op.

Op de Europese top in Thessaloniki in mei dit jaar zegden de EU-leiders toe dat de Balkanlanden politieke en financiële steun zullen krijgen voor de wederopbouw.

Volgens de EU kan dat leiden tot de toetreding van die landen tot de Unie. Die toezegging hebben Mesic en Marovic goed in hun oren geknoopt, gezien de plotselinge dooi tussen Kroatië en Servië-Montenegro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden