Plots is daar het besef: olie is passé

G8 zet in op efficiency en alternatieve energievormen...

Amsterdam Ineens was daar het einde van het olietijdperk. Na opnieuw een explosieve prijsstijging van een vat olie, vorige week vrijdag naar 140 dollar, lijken de grote industrielanden zich plotseling te realiseren dat de motor van de wereldeconomie moet overschakelen op een andere brandstof.

Zondag verklaarden de ministers van Energiezaken van de G8 in Japan dat ze op zoek gaan naar alternatieven voor olie. Met het zoveelste record in korte tijd is de energiebron die het Westen de afgelopen eeuw voorspoed heeft gebracht, onbetaalbaar geworden.

De geïndustrialiseerde wereld heeft zich neergelegd bij de hoge prijzen, en gaat nu op zoek naar energie-efficiënte technieken en naar andere energiebronnen.

De aankondiging markeert een radicale koerswijziging. Al jaren wordt gehamerd op het belang van energiezuinigheid en alternatieve energie, maar deze goede voornemens werden altijd voorafgegaan door een oproep aan de OPEC om de olieproductie op te voeren. Meer olie betekent lagere prijzen, en dat was wat de G8 graag zag.

Maar de organisatie van olieproducerende landen hield zich doof. De productie ging (of kon) niet omhoog en de OPEC legde de schuld voor de prijspiek bij speculanten.

De OPEC heeft daarin ten dele gelijk. Hoewel het nauwelijks is aan te geven welk deel van de huidige prijs ‘speculatie’ is, schatten sommige energie-experts dat ‘alles boven de 100 dollar’ lucht is. Dat betekent dat een vat olie zomaar flink goedkoper kan worden. Maar zelfs als de prijs onder de tot voor kort magische grens van 100 dollar daalt, is het zwarte goud kennelijk te duur om de westerse economie draaiend te houden. Een vriendenprijs van 50 dollar per vat, zoals begin 2007, lijkt verder weg dan ooit.

Inmiddels beginnen flink wat sectoren te kraken onder de hoge prijzen en realiseren de G8-leiders zich dat bedelen om meer olie hun economieën niet langer zal helpen. Dus gaat het roer om en neemt de geïndustrialiseerde wereld afscheid van olie als belangrijkste brandstof.

De mededeling van de G8-ministers is in lijn met het pleidooi voor een ‘energierevolutie’ door het Internationaal Energie Agentschap IEA. Dat stelde vorige week vrijdag dat 45 biljoen dollar (2.900 miljard euro) nodig is om de uitstoot van CO2 tot 2050 te halveren.

De revolutie die het IEA bepleit, heeft het temperen van de klimaatverandering tot doel. Om dat te bereiken, moeten tot 2050 jaarlijks 32 kerncentrales worden geopend en 17.500 windturbines geplaatst. Alleen met dergelijk drastische maatregelen is een catastrofale temperatuurstijging op aarde te voorkomen, stelt het IEA.

Daarmee trekt het invloedrijke energiebureau indirect dezelfde conclusies als de leiders van de G8: het einde van het olietijdperk is onafwendbaar en komt sneller dan velen tot voor kort hadden gedacht. De aangekondigde euthanasie van de Hummer – een icoon van energieverspilling – door autofabrikant General Motors, staat symbool voor dat besef.

Voorlopig staan de luchtvaart-, visserij- en transportsector machteloos. Zij blijven afhankelijk van olie, doordat hun mogelijkheden om te besparen beperkt zijn: een vloot toestellen of vissersschepen is niet zomaar te vervangen.

Energie-intensieve bedrijfstakken moeten daarom lijdzaam toekijken hoe hun brandstoffen bijna wekelijks nieuwe prijsrecords bereiken. Zij zullen de komende jaren moeten zien te overleven bij olieprijzen die tot voor kort ondenkbaar waren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden