Column

Plompverloren de waarheid vertellen, Belgen doen dat omzichtiger

Gedwongen terug te keren naar Amsterdam, nog steeds mist Campert de soepboer, de bewaarschool en de omzichtige manieren van Belgen

Beeld anp

Onlangs was ik in Antwerpen, geliefde stad, voor de jaarlijkse bijeenkomst van een genootschap dat op discretie rekent. Wat ik erover kan vertellen is dat het een bont gezelschap is van Belgische en Nederlandse schilders, geleerden, musici, schrijvers, acteurs, journalisten en een enkele politicus, die op het middaguur bijeenkomen in het beste restaurant van Antwerpen om er te eten en te vergaderen. Deze activiteiten nemen de hele middag in beslag onder de bezielde leiding van de voorzitter, zelf schrijver en schilder, die vaak met een bekend acteur de vergadering onderbreekt om een oud Vlaams lied aan te heffen. Een andere aanwezige, een Belgische galeriehouder, beheerst de kunst van het kunstfluiten, specialisatie vogelgetjilp, zodat we ons zo af en toe in een vogelkooi wanen.

U begrijpt, dit was een gelukkige middag. Buiten miezerde het kil, dunne regendruppels bestookten de stad, maar binnen heerste de warmte van de vriendschap.

Ik kan ook wel verklappen dat de middag wordt doorgebracht, al etende en drinkende, na het herdenken van een lid of leden die ons ontvallen zijn, met het kiezen van een nieuw lid. Voorstellers prijzen hun kandidaat met verve aan. Soms zegt een lid dat hij die en die nooit zal accepteren, dat hij dan uit het genootschap treedt, en bij zijn oordeel leggen we ons zonder protesteren neer. Het is allemaal of niemand.

Stemmingen over een nieuw lid volgen elkaar in rap tempo op. De punten die ze vergaren worden genoteerd door de perpetueel secretaris, een arts van faam. Aan het einde van de middag, het dessert staat op tafel, zijn we eruit, een nieuw lid is gekozen en wordt telefonisch op de hoogte gebracht door degene die zich het meest voor hem inspande. Niemand weigerde ooit.

Ik houd van Antwerpen. Teruggekeerd in Amsterdam word ik de volgende ochtend weemoedig wakker. Ik mis de stad nu al. De stad en de Belgische vrienden. Ik heb er een tijd gewoond in een mooi huis. Mijn kinderen waren nog klein en gingen er naar de bewaarschool. Om 6 uur 's middags klonk er op straat de bel van de soepboer (Van Dale: straatventer met warme soep). Omstandigheden dwongen me het huis te verlaten en met pijn in mijn hart terug te keren naar Amsterdam, een stad waar ik lang aan wennen moest. Zo hard en Hollands, vergeleken met Antwerpen. Iemand plompverloren de waarheid zeggen. De Belgen doen dat veel omzichtiger, zodat het pas thuis tot je doordringt en je het in je slaap kunt verdringen.

'Voorbij, voorbij', verzuchtte Jacques Bloem. Maar in mijn geval gelukkig niet 'en voorgoed voorbij'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden