Plien & Bianca

Hun optreden op de tv en in het theater hangt aan elkaar van bizarre associaties. Moeiteloos van Baywatch, via de Vogeltjesdans, naar de neusfluit....

Keertje of tien gebeld, en toch gaat het op de valreep nog mis. Ze komen niet dagen op de afgesproken locatie. Bianca, even later, aan de telefoon: 'Oh, wat errug. Ik zei nog tegen Plien: weet je zéker dat het op dinsdag is?' Plien, via de gsm: 'Je mag me uitschelden. W t lelijk! W t naar!'

Zelfde dag, 's avonds, nieuwe locatie. Plien: 'Artiesten hè.' Bianca: 'Artiesten hè.' Ze grinniken, ontheiliging van de sterstatus is koren op hun molen. Glamour is waar ze soms van dromen, maar glamour past hen niet. Bianca wijst op een van haar voortanden. Stukje eraf - resultaat van een onhandige manoeuvre met een barbecue-vork. 'En alle tandartsen zijn gesloten.' Bianca over Plien: 'Ik hou niet van telefoneren. Plien wél.' Plien over Bianca: 'Ik heb altijd haast. Bianca zelden.'

Plien & Bianca zijn Plien van Bennekom (30) en Bianca Krijgsman (32) en samen zijn ze een hit. Sinds ze in 1996 het Cama ret ten festival wonnen, treden ze op voor uitverkochte zalen. De vpro zendt komend seizoen een registratie uit van hun tweede theaterprogramma Biks!. In mei speelden ze, als invallers voor de musical Rent, Carré plat. Ze staan aan de vooravond van hun nieuwe theatervoorstelling, Ngoro ngoro. En dan is er ook nog de vpro-jeugdserie Zaai, populair bij kinderen, cult onder jongeren en studenten, jeugdsentiment voor ouderen. Er is een Zaai-website, en er was al een Zaai-fanclubdag. Hun alter ego's Ingrid en Irma, boerenmeisjes op kaplaarzen, zijn ook komend tv-seizoen te zien. Statement van Ingrid: 'Dús', lijzig stopwoordje dat inmiddels op grote schaal geïmiteerd wordt. Alledaagse constatering van Irma: 'D'r gebeurt hier ook nooit niks' - veelbetekenende opmaat voor roerende kinderfantasieën.

Van zo'n opsomming van hun activiteiten bollen de wangen van Plien vanzelf. En Bian ca doet er, met grote blauwe ogen, het zwijgen toe. 'Zitten we vorige week gezellig met z'n tweeën Laura Ashley-boeken te lezen, vraagt m'n oom opeens' - Plien zet een lage stem op - 'wanneer de eerste try-out is.' Bianca: 'Ben je d'r helemaal uit.' Plien: 'Pís-zenuwachtig word je ervan.'

Plien en Bianca zijn nog even vrij. Plien zit al weken tussen de verhuisdozen, Bianca was op vakantie in Italië. 'Als we vakantie hebben nemen we ook vakantie van elkaar.' Moet ook wel, anders gaat het werk eeuwig door. Altijd is er overleg, over het lettertype op het affiche, over de begroting, de catering, de kleedster die hoognodig moet worden gecontracteerd. Plien: 'Ik heb er soms een takkenhekel aan dat we elkaar alleen nog spreken over dingen waar we het met andere vriendinnen nooit over hebben.'

Ze leerden elkaar kennen op de Kleinkunstacademie. Karin Bloemen was een van hun docenten. In hun klas - collega-leerlingen: Ellen ten Damme, Paul de Munnik - had iedereen één uitgesproken talent. 'Wij konden van alles een beetje. Vaak hadden we het gevoel voor spek en bonen mee te doen.' Plien en Bianca deden van meet af aan alles samen. Herkenden elkaar als geestverwanten. Lieten zich inspireren door kleinkunst-misbaar. 'Iedereen h d wat. De een had anorexia, de ander z'n vader was alcoholist. Wij hadden niks.'

Plien: 'Had een van die wijven hoofdpijn, ging de hele klas meteen in de mineurstemming - hé wijffie, gaat 't?' Bianca: 'Zei ik: 't wordt ons teveel, we moeten éven naar de wc.' Plien: 'Stonden we het daar uit te proesten.'

Toch duurde het nog even voor de definitieve samenwerking tot stand kwam. Bianca werd gevraagd voor de kro-serie Linda, Linda. 'Ik wou me overal mee bemoeien maar dat was helemaal niet de bedoeling.' Plien koos voor de musicals Carlie en Willeke. 'En ik maar denken: wanneer ontdekken ze het? Wanneer vinden ze uit dat ik niks kan?'

Bij Changez!, hun eerste theaterprogram ma, viel alles op zijn plaats. Deze amu sante, door Kees Prins geregisseerde, vlak achter elkaar uitgevoerde korte sketches com bi neerde moeiteloos Baywatch, de Vogeltjes dans, terlenka pakjes en de neusfluit. Er was veel jubelzang, maar sommige critici waren not amused. Te veel meligheid en oninteressante ongein, oordeelden ze. 'Dat vonden we kortzichtig. Het gaat bij ons over relaties, over hoe mensen elkaar dwars kunnen zitten, over hoe ze zichzelf in de weg zitten. Alleen: we willen dat er niet te dik bovenop leggen. Wij hebben een hekel aan het stramien van sketch-liedje-sketch, en dan nog even een verplicht momentje van ontroering.'

In de opvolger Biks! excelleerden, net als in de tv-serie Zaai, boerenmeisjes op kaplaarzen. Hoogte punt van de voorstelling was de act met twee mannen die, mét pols tasjes, doodgemoedereerd op een naturistencamping strandvolleybal staan te spelen. Bianca: 'Mannen zijn vaak een beetje wee.' Plien: 'En een beetje viezig.' Bianca: 'Ze hangen over je heen. Ze nemen soms bezit van je. Zoals de schouwburgdirecteur die zonder te kloppen je kleedkamer binnenkomt, ziet dat je je staat om te kleden en zegt: wat maakt het uit, we zijn toch allemaal artiesten?'

Plien: 'En intussen maar naar je tieten loeren.' Zo gaat achter een hilarische podium-act ook een vleugje intimidatie schuil. En een beetje seksisme. Plien en Bianca kijken met priemende blikken om zich heen. Schieten in de lach als ze een te blonde dame met te grote pet zien. Voor buitenbeentjes hebben zij voortdurend oog. 'Treurige mensen en losers zijn interessant. Voor ons in elk geval inspirerend.'

Tegenover Plien woont een vrouw die dagelijks in haar blootje op het balkon staat. Ze wuift Plien vriendelijk toe. Ze is stamgast van de bar om de hoek, weet ze. 'Ik zie ze dagelijks, de alleenstaanden die hun levens in eenzaamheid achter de gokkast slijten. Ze noemen me "schat". Ze zijn 's ochtends al dronken. Wat is er voor nodig om zo te worden?, denk ik dan. Volgens mij niet eens zoveel. Je hebt een normaal maatschappelijk leven achter de rug, je gaat scheiden, je kunt opeens de huur niet meer betalen, je raakt dakloos en húp, je eindigt met een fles drank in de goot.'

Plien en Bianca verzamelen hun observaties in opschrijfboekjes. Daarin ook: bizarre associaties en vage ideeën, opgedaan tijdens een ritje in de trein of een bezoek aan het café. Of tijdens een avondje zappen. Bianca imiteert meteen een tmf-veejay, meisje dat met opgetrokken knieën in de bank zit en - te gek! cool - een interviewtje doet. Plien: 'Zie ik in een oorlogsfilm allerlei darmen op het strand, schrijf ik op: ''Iets met darmen'.' Nog geen twee weken later zijn die darmen alweer gesneuveld.' Bianca: 'Duidelijk is altijd wél wat voor mensen we zullen spelen en hoe die eruit komen te zien.'

Soms verrichten ze veldwerk. Voor hun nieuwe voorstelling Ngoro ngoro - de titel verwijst naar een nationaal park in Tanzania - togen ze naar het Amsterdamse restaurant Le Garage. Plien: 'We waren benieuwd of ze er zouden zijn: van die vrouwen met een bontje, een chic colbertje, te veel goud, te veel bruin.' Bianca: 'Ze waren er.' Plien: 'Vrouwen die de-vrouw-van zijn. Die zich één keer per maand op kosten van hun man klem vreten bij Joop Braakhekke.' Ze zwijgen even. Bian ca: 'Het is natuurlijk ook heel triest. Zolang ze met z'n tienen zijn lijkt het nog heel wat, maar als je ze isoleert blijft er niets van over.' Plien: 'We vragen ons af hoe die vrouwen er thuis bij zitten. Hun levens duren vast te lang en zijn lang niet grappig. Hun relaties lopen misschien op de klippen maar dat willen ze niet weten.' Over ongeluk kun je filosoferen, over buitenstaanders kun je bakkeleien. 'Is misschien ook wat kort door de bocht. Mensen die er buitenstaan vinden zelf soms helemaal niet dat ze er buitenstaan.'

Zelf was Bianca ook min of meer een buitenbeentje. Ze groeide op vlakbij het Noord Hollandse Schagen, en bezocht vanaf haar tiende de balletacademie. Vrij snel werd duidelijk dat ballet niet haar toekomst zou worden. 'Ik was toen ongeveer net zo lang als ik nu ben. Grote voeten, ontluikende borsten en al haar onder de oksels. Op school was ik verre van schattig. Grote bek en zo. Thuis deed ik er het zwijgen toe - uitgeput als ik was door de energie-uitbarstingen van overdag.' Plien was vroeger juist de braverik, vlijtig schoolmeisje uit Huizen dat zich spiegelde aan haar stoere nichtje. 'In zekere zin ben ik een lafaard. Een zacht ei.'

Allebei groeiden ze op in een harmonieus gezin. De ouders van Bianca deden aan amateurtoneel. 'Wij woonden aan een lange sloot. Bij elk bruggetje lag een dorpje. Zij regisseerden alle dorpjes.' De moeder van Plien is verpleegster, haar vader schreef een column over auto's in De Gooi en Eemlander. 'En hij is een begenadigd muzikant, bekend van bruiloften en partijen.' Bianca: 'Onze ouders springen nog altijd in de bres met adviezen.' Plien: 'Zo van: ik heb hier nog een ratel - k n jij daar wat mee?' Bianca: 'Tijdens het Oerol-festival kwam mijn vader ons een geluidsinstallatie brengen omdat wij die vergeten waren. Ging ie ook heel zoet de knoppen uitleggen - dit is play, dit is eject.' Plien: 'Een soort seksuele voorlichting.'

Scène uit Zaai. Irma is jaloers op Ingrid, omdat zij een abonnement op de Cora heeft, mét als welkomstgeschenk kniekousjes. Ze zoekt ruzie, maar Ingrid bezorgt Irma een flesje eau de cologne, als goedmakertje. ''t Kan gerolen', zegt ze ook nog zoet, in dat merkwaardige, van Terschelling gestolen dialect. 'Ik heb er de bon.'

Er gebeurt ogenschijnlijk niks, daar aan dat hek in het weiland van de Hoeksche Waard. Maar in de hoofden van Irma en Ingrid gebeurt des te meer. Ze fantaseren over het lot van een geit of Circus Nasibal of een vliegende schotel. Ze brengen, in flanellen pyjamaatjes met bloemetjesmotief, de nacht door in een tent. 'Maar ze durven uiteindelijk niet veel. Ze dralen. Net als wij.'

Zaai is, goedbeschouwd, een ode aan kinderfantasieën, tegen een decor dat tijdloos is en zoete herinneringen oproept aan zorgeloze kinderjaren. Plien: 'Een wereld om jaloers op te zijn. Klein en overzichtelijk, zonder gedoe, gedomineerd door de vraag of er piepschuim in het zadel van de fiets van je moeder zit.' Bianca: 'Ik wóón in die wereld.' In Groot schermer, waar ze met haar vriend een boerderij heeft betrokken, lopen de boerenkinderen uit de buurt - korte broek, kaplaarzen - uit als er een nest jonge katjes is. 'Ik hoor ze achter de heg overleggen, ze durven amper te vragen of ze mogen kijken. Het duurt een uur voor ze binnen zijn, en als ze eindelijk in de keuken staan, zeggen ze niks.'

Plien: 'Heel wat leuker dan die gisse Ams terdam-Zuid-kinderen die we op het jaarlijkse Cinekid-festival treffen. Ze imiteren Ir ma en Ingrid veel te goed.' Bianca: 'Mijn over buurmeisje zat de hele zomer met een tafeltje langs de kant van de weg. Daarop lagen kettinkjes en kraaltjes. Geen mens kwam langs maar ze was onvermoeibaar. "Spullen te koop!", riep ze, "spullen te koop!" '

Op Amsterdam, waar ze ook een tijd woonde, raakte ze uitgekeken. 'De onverschilligheid begon me in toenemende mate te ergeren. Stond ik vrolijk op, was ik alweer chagrijnig als ik bij het repetitielokaal aankwam. Onder weg te veel vervelende mensen gezien. Daph ne Deckers vertelde het laatst heel treffend. "Gaat deze tram naar het Leidseplein?", had ze gevraagd. En de conducteur: "Ja, gisteren nog wel".'

Plien woont nog steeds in Amsterdam. 'Maar als de bel gaat, verstop ik me onder de tafel. Ik heb lang niet altijd zin in bezoek. Mijn huis is heilig voor me. Als ik thuiskom van een voorstelling heb ik een paar uur nodig om tot mezelf te komen.'

Zo scheppen ze allebei hun eigen wereld. Nauwelijks ongewenste indringers, nauwelijks besef van de afschrikwekkende waan van de dag. In de krant slaan ze de buitenlandpagina's maar liever over. Wat hun werkelijk ontregelen kan: dierenleed. Plien sombert nog na over een reportage die ze zag waarin ezeltjes in India gemaltraiteerd worden. 'Ik heb eerder compassie met dieren dan met mensen.' Samen bespreken ze het wel en wee van hun katten. Poes Ventje die een meisje werd omdat vanwege blaasgruis zijn piemel moest worden geamputeerd, poes Toon die zijn poot kwijtraakte omdat hij - naar alle waarschijnlijkheid - in een poezenval werd gelokt. Toen Bianca dat nieuws hoorde - een kwartier voor de voorstelling - was ze amper in staat om te spelen. Oprecht verbaasde blik. 'Dat is toch niet vreemd?'

Als het over mensen gaat laten Plien en Bianca hun behoedzaamheid varen. Komt de lesbienne ter sprake die hen stalkte, barst de hilariteit los. 'Die pot is vrijwilligster in het theater in Woerden, zet er maar gerust in, daar komen we toch nooit meer. Ze drong om de haverklap onze kleedkamer binnen. Bleef maar colaatjes aanbieden. Uiteindelijk hebben we een belichter voor de deur gezet.' Ze hebben sowieso nogal veel vrouwelijke fans. 'Werden we geïnterviewd voor de Gaykrant, was het twee uur durende gesprek bijna afgelopen, kwam eindelijk de vraag waarop we al de hele tijd hadden gehoopt. "Mag ik jullie een persoonlijke vraag stellen?" En wij: "Ga je gang." De interviewster: "Zijn jullie lesbisch?" Niet dus, maar, zeiden wij er nog bij: 'Als jou dat goed uitkomt, mag je best zeggen van wél.' Nooit meer iets van gehoord. Het interview is nimmer verschenen.'

Bianca woont samen met cabaretier Diederik van Vleuten, bekend van zijn theaterprogramma's met Erik van Muis win kel en zijn imitaties van Ronald Koeman en Hugo Camps in het tv-programma Studio Spaan. 'En thuis imiteert hij, als hij de krant leest, Meneer Konijn, met Mr. Bean-allure - zijn beste creatie.' Plien is nog steeds single. 'Ik zou best wel een vriend willen. Al is het maar voor de financiën.' Dat Bianca een vriend kreeg, was even wennen. 'Niet meer de vanzelfsprekendheid van urenlange telefoongesprekken, of van eindeloos kopjes koffie drinken.' Maar hun samenwerking zullen ze voortzetten. En hun innige contact zal blijven bestaan, veronderstellen ze. Ze wisselen weer veelbetekenende blikken uit. En barsten los. Over hun vriendschap met de illusionist Hans Klok, in wiens verdwijntrucs ze bovenmatig geïnteresseerd zijn.

Over Chazia Mourali. 'Die zo vol is van zichzelf dat ze verbijsterd was toen ze in het postkantoor niet geholpen werd. Hoewel het loket al gesloten was. "Maar ik ben Chaellipse ziaellipse", riep ze ontsteld uit. Het werkte mooi niet.' Bianca: 'Mag ik zeggen dat ik Patty Brard wél leuk vind?' Plien: 'En dat Laurentien best een mooie meid is?' Samen lobbyden ze voor een interview in de Beau Monde. Dat leek hun wel leuk, een fotosessie voor zo'n glamourous blad. Maar de redactie weigerde. Plien: 'Dat is dan ook een hard oordeel hè.'

Nu krijgt Bian ca de slappe lach. De tranen staan haar in de ogen. 'Stel je toch voor dat je zestig bent, en dat je niemand meer hebt.' Plien: 'Als ik naar die eenzame mensen in de bar bij mij om de hoek kijk, denk ik weleens: als dat maar niet mijn voorland is. Je weet het nooit zeker. Of je nou een sociaal vangnet hebt of niet.' Bianca: 'Soms ben ik wel eens bang dat wat ons nu overkomt maar een paar jaar duurt en dat we dan in een ouwe doos belanden.' Plien: 'Dat we hooguit voort bestaan als gimmick. Plien & Bianca - wie waren dat ook alweer?'

Zolang dorpelingen maar kinderen op de wereld blijven zetten die in dorpen blijven wonen. 'Die niet te veel rationaliseren. Want dan verdwijnt de onbevangenheid.'

Bianca klaart op. 'Als we bejaard zijn, gaan we hele dagen klaverjassen. We barsten van de vrije tijd. We stikken van de schapen en de koeien. En we genieten van het meisje aan de overkant, met haar kralen en kettinkjes.'

Plien: 'Spullen te koop!'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden