PLEUNI TOUW 'Pleuni zegt precies wat 'r voor de bek komt'

Een echte Rotterdamse wordt ze genoemd, vanwege de mengeling van hard werken, nuchterheid en eerlijkheid. Toen Pleuni Touw begin jaren negentig zonder werk zat, moest en zou iedereen dat weten....

ALWEER over die brief? Het verbaasde Pleuni Touw dat interviewers daar nog jaren later op terug wilden komen. Zo bijzonder was het toch niet?

Het was wel bijzonder. In de herfst van 1990 kregen 75 Nederlandse theater- televisie- en filmproducenten een brief van actrice Pleuni Touw in de bus. Een sollicitatiebrief. 'Ik ben beschikbaar', stond erin. 'Ik wens breed te verspreiden dat ik beschikbaar ben.' Achtentwintig jaar had ze onafgebroken gewerkt, en nu zat een van de bekendste actrices van Nederland thuis. Kan gebeuren, maar een publieke persoon hoort dan een stille lobby te beginnen. Je gaat niet van de daken schreeuwen dat je werkloos bent.

Behalve Pleuni Touw. Die heeft nooit moeite gehad om te zeggen waar het op staat. Liefst met een flink volume, daar is de Rotterdamse schippersdochter mee geboren. ('We zijn een echte schreeuwfamilie', zo karakteriseerde ze ooit liefdevol haar eigen gezin). Critici vallen wel eens over die luide blijspeltoon en de hoge versnelling waarin Touw over het toneel kan razen. 'Bekaf word je ervan', schreef een Volkskrant-recensent in 1988 over haar spel. Maar iedereen die met haar heeft gewerkt prijst haar tomeloze, opgewekte inzet.

'Ze repeteerde de hele dag', herinnert Adrian Brine zich, die haar in de jaren tachtig veel regisseerde. 'In de lunchpauze deed ze gauw boodschappen en dan meteen weer repeteren. Kwam ik 's avonds thuis, ging de telefoon: ''Met Pleuni''. Op zo'n opgewonden toon, alsof ze ging zeggen: het derde bedrijf is niet goed! Dat heb je zo met acteurs, die kunnen soms alleen nog maar aan zo'n voorstelling denken. Maar bij haar was het: ''Met Pleuni. Heb je ook knoflook?''

Een echte Rotterdamse wordt ze genoemd, vanwege die mengeling van hard werken, nuchterheid en eerlijkheid. Het Nieuw Rotterdams Toneel, dat haar in 1962 contracteerde toen ze van de Arnhemse Toneelschool kwam, verliet ze omdat ze te weinig aan bod kwam. Ze solliciteerde niet bij moderne groepen als Studio en Centrum, maar bij het degelijke Ensemble. Voor 'het moeilijke experimentele toneel', zoals zij dat toen noemde, was het nog te vroeg. Ze wilde eerst het 'gewone komediespelen' leren. Later zou ze zich druk maken over de onderwaardering van het technische vak komediespelen, dat op toneelscholen nauwelijks meer wordt onderwezen.

Naast toneel deed Pleuni Touw van het begin af aan veel televisie. Ze prees zich gelukkig met de opkomst van het nieuwe medium, dat in de casting meer realisme eiste. 'In de schouwburgen spelen actrices tot hun vijftigste jaar de rollen van jonge meisjes en niemand die zich er aan stoort', mopperde ze in een interview uit 1965. 'De televisie geeft jonge mensen kansen waar we bij het toneel nog jaren op moeten wachten.'

Dat ze zich in dat sterk verzuilde bestel niet aan één omroep liet binden, tekent haar onafhankelijke geest. 'Ik heb zin om deze zomer veel op te nemen', zegt ze parmantig in hetzelfde interview. 'Voor welke omroep kan me niks schelen. Het voornaamste is dat ze betalen.'

'Ze zegt precies wat 'r voor de bek komt', zegt Koos Terpstra, die de zestigjarige Touw momenteel regisseert bij het Noord Nederlands Toneel in De Meeuw van Tsjechov. 'Ze is heel erg bereid om mee te gaan en mee te denken, maar als het voor haar niet meer klopt dat zegt ze dat onmiddellijk. Voor een regisseur niet altijd leuk om te horen. Maar het is een belangrijke eigenschap, want zo kom je wél verder. Pleuni heeft een enorme bak techniek en een grote menselijkheid, terwijl ik steeds zit te kijken of het niet kaler kan. ''Je wilt dat ik niks doe'', roept ze dan. Dat spanningsveld tasten we samen af.'

Touw speelt in De Meeuw Arkadina, een oudere actrice die haar toneelverleden romantiseert en niet open staat voor de 'nieuwe vormen' waar haar toneelschrijvende zoon Kostja van droomt. Een van de weinige mooie rollen die er geschreven zijn voor vrouwen van boven de veertig.

Die schaarste aan 'rijpere' vrouwenrollen was een van de redenen dat Touw op 52-jarige leeftijd werkloos thuis zat. Het kwam ook doordat ze heel lang haar eigen werk had gecreëerd. Samen met haar tweede echtgenoot Hugo Metsers richtte in 1981 de BV Polona op. Een eigen productiebedrijfje dat in de vrije sector voorstellingen uitbracht waar het echtpaar zelf in schitterde.

Ze deden alles zelf: stukken uitzoeken, regisseurs en medespelers vragen, en dan de schouwburgen langs om hun plannen te verkopen. Voor Pleuni was het een moeilijke tijd, zegt Hugo Metsers nu. 'Ze was er ongeschikt voor. Ik niet, ik kom uit een zakenfamilie. Ik had de textielfabriek van m'n vader overgenomen en omgebouwd tot toneelfabriek. Maar Pleun kwam met een breiwerk naar de vergaderingen en hoopte dan dat het gauw was afgelopen.' Slapeloze nachten had Touw van financiële kwesties. Metsers: 'We stonden wel eens aan het randje van de afgrond, maar ik had m'n vader beloofd dat we niet failliet zouden gaan.'

Ze hielden het hoofd boven water. Echtparentoneel was een populair genre in die tijd. Je had Luc Lutz en Simone Rooskens, André van den Heuvel en Kitty Janssen. Die echtparen zaten elkaar in de haren in komedies en blijspelen, die na een lange tournee ook op televisie werden uitgezonden. Vooral het duo Touw en Metsers sprak tot de verbeelding. Voordat zij elkaar ontmoetten waren ze al bekend, en hun sterren-huwelijk in december 1975 haalde de voorpagina's. Een pikante combinatie: twee opvallend mooie mensen, die allebei opschudding hadden veroorzaakt met schaamteloze naaktscènes. Hij in de film Blue Movie, zij in de televisieserie De Stille Kracht met de fameuze badscène waarin Touw bespuwd werd met sirih.

Touw en Metsers hielden van het grote publiek. En omgekeerd. Gerard Cornelissen, toen nog van productiebureau Bergen, zag in 1994 met eigen ogen hoeveel mensen Pleuni Touw het theater in kreeg met de voorstelling Little Voice - een geweldig publieksucces. Vooral in haar stad, Rotterdam. 'Theater Zuidplein, waar in die tijd geen hond kwam, zat 21 keer bomvol.' Het was een volksstuk, in plat Rotterdams vertaald door Jules Deelder. 'Dat volkse, daar geniet Pleuni van.'

Het ondernemersechtpaar had Cornelissen om assistentie gevraagd omdat ze het eenzame geploeter moe waren. De Nederlandse versie van de griezelmusical Little Shop of Horrors ging niet door omdat de schouwburgen hun opties op het laatste moment teruggaven. Een vleesetende plant van vijftigduizend gulden was al vervaardigd, maar Touw en Metsers moesten alle acteurs ontslaan. 'Ik heb wel één ding van hen geleerd', zegt Gerard Cornelissen. 'Ook je mislukkingen moet je vieren, anders kun je niet verder. Dus als de kinderen van Pleuni en Hugo de champagne in de koelkast zagen liggen, dat wisten ze dat het weer zo ver was.'

Waarom ze toch zelf gingen produceren? 'We moesten wel', zegt Hugo Metsers. 'We hadden gebroken met Joop van den Ende na een zakelijk meningsverschil, en toen konden we nergens anders terecht met de stukken die we wilden spelen. Je had in die tijd lepra als je in de vrije sector zat.'

Misschien was dat wel de belangrijkste reden dat Pleuni Touw begin jaren negentig zonder werk zat. De kloof met het gesubsidieerde toneel was in de voorgaande decennia te groot geworden, Touw zat in de verkeerde hoek. 'Stront, wie heeft jou gescheten', dat was volgens Touw de houding waarmee 'serieuze' acteurs het foute echtpaar in het café benaderden. Theatermaakster Annemarie Prins, die één jaar voor Pleuni in Arnhem afstudeerde, weet het zich nog goed te herinneren. 'Die gesubsidieerde gezelschappen waren kakkineus hoor, die keken heel erg op de vrije sector neer.'

Touw heeft behoorlijk last gehad van die Hollandse hokjesgeest. Veel van de toneelstukken waar zij en Metsers mee kwamen, pasten feitelijk zó in de gesubsidieerde sector. 'Ze produceerden niet om geld te maken,' zegt Gerard Cornelissen. 'Eigenlijk waren ze hun tijd vooruit, omdat ze Tsjechov speelden, maar ook van een goeie komedie hielden.' Ze namen artistieke risico's met stukken als Top Girls, over zeven vrouwen die worstelen met hun ambities. En om de kosten te dekken, verdienden ze met blijspelen hun geld.

Wekelijks stonden ze in de roddelbladen. Voor Touw en Metsers was het noodzaak: het was de enige manier waarop ze publiciteit konden genereren voor hun eigen voorstellingen. Om Top Girls te financieren ging Pleuni Touw naakt in de Playboy staan. En bij Henk van der Meyden waren ze kind aan huis, die wijdt nog altijd jaarlijks een hele Telegraaf-pagina aan 'de stille kracht van Pleuni'.

Helemaal fout natuurlijk in de ogen van cultureel verantwoord Nederland. Dat werd nog erger toen Touw en Metsers in 1988 een Vlaamse voorstelling van Wie is er bang voor Virginia Woolf in de wielen reden, omdat de BV Polona de rechten had. Die Vlaamse voorstelling was een co-productie met de Haarlemse Toneelschuur. Daar maakte Gerardjan Rijnders als antwoord een trilogie van inktzwarte echtparenstukken onder de verzamelnaam 'Wie is bang van Pleuni Touw'.

Pas in de jaren negentig is de kloof tussen de vrije sector en het gesubsidieerde toneel verkleind. De Meeuw die morgen bij het Noord Nederlands Toneel in première gaat, was zelfs een initiatief van het echtpaar Touw en Metsers. En volgend jaar doen ze samen bij het Nationale Toneel De Meiden van Genet, in een regie van Johan Doesburg. Hugo Metsers speelt 'de mevrouw' en de meiden in het stuk zijn Pleuni Touw en Annemarie Prins.

Die heeft momenteel een prachtige rol in Oud Geld. En dat dankt ze aan Pleuni Touw. 'Vijf jaar geleden stond ik voor het eerst sinds lange tijd weer op het toneel. Op mijn verjaardag kwam Pleun toen met een heel bijzonder cadeau. Ze zei: ''Als jij nou eens fotootjes zoekt van jezelf en wat knipsels, dan schrijven wij samen een brief naar de castingbureaus. Want zelf doe jij zoiets namelijk niet.''

De Meeuw van Anton Tsjechov, door het Noord Nederlands Toneel. Regie: Koos Terpsta, met Pleuni Touw als Arkadina. Première: 30 januari, Stadsschouwburg Groningen. Tournee.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden