Gastcolumn

Pleidooi voor hogere arbeidsparticipatie is politiek theater

Bedrijfsvriendelijke politici die 'vurig' pleiten voor meer arbeidsparticipatie, zitten daar vaak helemaal niet op te wachten. Filosoof Stephan Huijboom pleit voor het invoeren van een collectief kortere werkweek. 'Zo neemt de werkloosheid af en neemt onze mentale gezondheid toe.'

Minister Asscher van Sociale Zaken coacht werkzoekende 55-plussers tijdens een UWV- training in Amsterdam.Beeld anp

Over het belang van arbeidsparticipatie lijken zowat alle politici het eens te zijn, maar tegelijkertijd wordt er geen overheidsbeleid gevoerd dat specifiek gericht is op het structureel verminderen van werkloosheid. Wat is er toch aan de hand?

Soms wordt gezegd dat zogeheten 're-integratietrajecten' mensen aan een baan kunnen helpen, wat op individueel niveau ongetwijfeld waar is, maar op collectief niveau helaas niet. Het 're-integratiebeleid' is uitsluitend gericht op begeleiding bij solliciteren - in de vorm van disciplinering, omscholing en taalcursussen - en veronderstelt ten onrechte het bestaan van voldoende vacatures. In Nederland zijn namelijk 574.000 mensen geregistreerd als werkloos op zo'n 140.000 vacatures. Ons land kent officieel al jaren een vacaturetekort dat rond de half miljoen ligt.

De werkelijke werkloosheid ligt echter veel hoger; het zogeheten onbenutte arbeidsaanbod lag in 2015 op 1,1 miljoen mensen. Vele ontmoedigden, die logischerwijs niet langer in kansloze begeleidingsprojecten willen meedraaien omdat ze weten dat er toch geen banen zijn.

Robotarmen

Ook paste Nederland begin vorig jaar de officiële werkloosheidsdefinitie aan, waardoor iedereen die tussen de een en de twaalf uur per week werkt, maar graag meer dan twaalf uur zijn handen uit de mouwen zou willen steken, nu niet langer als werkloos geregistreerd staat. Iemand die enkele uurtjes per week werkt, heeft immers toch die uurtjes werk en beschikt toch over 'een echte baan'? De versnippering van voltijdbanen die in Nederland gaande is, maskeert veel werkloosheid. Het zou beter zijn om in werkloosheidspeilingen aan mensen te vragen hoeveel uren zij feitelijk werken en hoeveel zij zouden willen werken, om hen vervolgens op basis daarvan als gedeeltelijk werkloos te kunnen meetellen in de statistieken.

Maar we zijn er nog niet. Het lijkt er namelijk sterk op dat de werkgelegenheid in de toekomst structureel zal afnemen. Op het gebied van automatisering, digitalisering/informatisering en robotisering is immers veel gaande. Bankzaken doet bijna iedereen tegenwoordig zelfstandig online, en in havengebieden en sommige fabrieken worden mensenarmen langzaamaan door robotarmen vervangen. De Nederlandse economie heeft na een jarenlange dip weer dezelfde productieomvang als in 2008, maar met 200.000 voltijd arbeidsplaatsen minder. Het risico op toenemende structurele 'technologische' werkloosheid is reëel, omdat bovengenoemde automatiseringsprocessen de effecten van vergrijzing lijken te overstijgen.

Werkrecht

Dat plaatst het publieke debat over arbeidsparticipatie in een ander daglicht. Machthebbende politici zeggen volledige arbeidsparticipatie enorm belangrijk te vinden, terwijl ze intussen blijven vasthouden aan het idee van begeleiding naar niet-bestaand werk. Tegelijkertijd zouden werklozen de 'verantwoordelijkheid' of zelfs de 'plicht' hebben om te werken. Een opmerkelijke argumentatie, want hoe kan een werkloze de 'plicht' hebben om te werken zonder het bijbehorende récht op werk? Er is feitelijk immers niet genoeg werk.

Werkplicht veronderstelt werkrecht, maar dat laatste wordt verwaarloosd. En dat nog wel terwijl de overheid een grondwettelijk vastgelegde taak heeft om voldoende werkgelegenheid na te streven, zoals arbeidseconoom Paul de Beer heeft opgemerkt. 'Volgens artikel 19, lid 1 van de Nederlandse grondwet is 'bevordering van voldoende werkgelegenheid (...) voorwerp van zorg der overheid.''

Het is voor sommigen allicht oud nieuws, maar de conclusie dringt zich op dat veel pleidooien voor een hogere arbeidsparticipatie politiek theater zijn. Als de werkloosheid werkelijk nabij de nul procent zou liggen, zouden bedrijven niet meer tegen werknemers kunnen zeggen dat in hun plaats genoeg anderen klaar staan. Die chantagemacht verdwijnt bij volledige werkgelegenheid.

Burn-outs

Bedrijven hebben in dat opzicht baat bij een zekere mate van werkloosheid. Bedrijfsvriendelijke politici die we 'vurig' zien pleiten voor almaar meer participatie, zitten dan ook het minst te wachten op krachtige looneisen van werknemers. Hun retorische pleidooi voor 'meer arbeidsparticipatie' snijdt vakbonden en linkse partijen echter wel de pas af. De kiezer hoort linksom en rechtsom hetzelfde verhaal en kan daardoor in verwarring raken.

Politici hebben echter een maatschappelijke plicht om structurele werkloosheid drastisch terug te dringen. Met enkel sollicitatiebegeleiding gaat dat zoals gezegd niet lukken. Als werk schaarser wordt, dan moet dit simpelweg eerlijker over de bevolking worden verdeeld, middels bijvoorbeeld collectieve arbeidstijdverkorting (met behoud van salaris voor lagere inkomens). Dat kan gefinancieerd worden uit een verhoging van vermogensbelasting en vennootschapsbelasting.

Een collectief kortere werkweek is gezien het snel stijgende aantal burn-outs ook gewoon een heel gezond idee. Uit cijfers van het CBS blijkt dat in 2007 één op negen werknemers een burnout kreeg. In 2014 was dit al één op zeven. Die stijging heeft te maken met de oplopende menselijke arbeidsproductiviteit. Enerzijds werken mensen zich steeds vaker kapot om méér in minder tijd gedaan te krijgen en anderzijds ligt de werkloosheid al jaren erg hoog. Dat is niet alleen zorgelijk, het is ook onnodig.

Stephan Huijboom is filosoof.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden