PLATEN: POP

Howlin' Wolf komt..

tot zijn recht in

ambient-dub-mix

Little Axe: The Wolf that house built. Okeh/Epic EK 64254.

Blues van de jaren negentig. The wolf that house built van Little Axe is een geslaagde poging de traditionele blues met behulp van de moderne electronika te vertalen naar het hier en nu. Je moet van goeden huize komen om zo'n ambitieus plan ook te doen slagen, maar de muzikanten op dit album zijn ook niet de minsten: achter Little Axe verschuilen zich Skip MacDonald, zijn maatjes van Tackhead en producer Adrian Sherwood. De muzikale experimenten van dit gezelschap zijn altijd al uitzonderlijk, maar in dit geval hebben ze zichzelf overtroffen. 'The World's first ambient dub blues project', zoals de hoessticker vermeldt, is een plaat die de produktie-esthetiek van de nieuwe electronische muziek combineert met de traditie. Roots-stijlen als blues en gospel zijn op zo'n manier bewerkt, dat ze het goed zouden doen in de chill-out-ruimte van een house-party.

Meester-producer Adrian Sherwood heeft al zijn kwaliteiten in de strijd geworpen. Zijn eigen dubstijl met de vreemd ruimtelijke echo-effecten, samples van blues-grootheden als Howlin' Wolf en Son House vormen een fraaie combinatie met de ingetogen spelende band, met naast McDonald bassist Doug Wimbish, Keith LeBlanc (drums) en Talvin Singh (tabla's en percussie).

The wolf that house built is een uitzonderlijke plaat, die de blues in een geheel nieuw kader plaatst.

Nerve: Blood & gold. Play It Again Sam BIAS 315 CD.

Het tweede album van Nerve, de Brits-Nederlandse groep van Tom Holkenborg en Phil Mills, die sinds het debuut Cancer of choice (1993) is uitgegroeid tot de belangrijkste industriële metal-band van Nederland. Blood and gold bevat net als zijn voorganger beklemmende en vooral snoeiharde industriële muziek, die ditmaal meer dan zijn voorganger in de songvorm is gegoten. Blood & gold gaat in alle opzichten een flinke stap verder dan de debuut-cd, vooral doordat het duo er in is geslaagd om produktioneel het onderste uit de kan te halen. Van het openingsnummer Blood tot aan het slotnummer Gold klinkt de muziek als een klok, waarbij de harde passages op subtiele wijze worden afgewisseld door zachtere delen, zoals het zweverige slot van Gaia. Een plaat van internationale klasse.

Matthew Sweet: 100 % Fun. Zoo 2445 11081 2.

Matthew Sweet is een van die Amerikaanse singer-songwriters die zich laten inspireren door de song-traditie die loopt van The Beatles via 10 CC tot aan jaren negentig-groepen als Crowded House. Sweet schrijft mooie, melodieuze songs, waarin hij geen geheim maakt van hun oorsprong.

Hij doet dat met klasse, al gaat hij soms wel erg ver in het kopiëren van het verleden. Zo heeft hij voor Lost my mind niet alleen de harmonische kleuren van de psychedelische Beatles (ten tijde van Rubber Soul) overgenomen, maar daar ook de herkenbaar zweverige Mellotron-sound aan toegevoegd - en zelfs een hakkerige gitaarsolo in George Harrison-stijl.

Sun Electric: Live. Apollo Amb 5938 CD.

Een ambient-uitstapje van het Duitse duo Sun Electric (Thom Thiel en Max Loderbauer), die een optreden in juli 1994 tijdens het Tripping on sunshine-festival in Kopenhagen op de plaat zetten. Drie lang uitgesponnen stukken met zweverige keyboardlijnen en dwarrelende melodieën en melodietjes: Live toont Sun Electric in een uiterst ontspannen stemming. Muziek voor een lome zomerdag.

Sven Väth: The remixes. Eye Q. 4509 99702-2.

Various: Behind the eye vol II. Eye Q. 4509-99092-2.

Sven Väth is al een aantal jaren de bekendste en populairste dj's van Duitsland. Vergeleken bij de harde trance-stijl van zijn dj-sets klinken zijn eigen platen minder dansvloer-gericht. Zo was het vorig jaar verschenen Harlequin, robot & ballet dancer een experimentele combinatie van electronische stijlen (van ambient tot trance), die opvallend braaf klonk vergeleken bij zijn spetterende dj-stijl.

Met The remixes neemt Väth revanche: deze nieuwe bewerkingen (remixes) van diverse album-tracks overtreffen in bijna alle gevallen het origineel. Dat is natuurlijk vooral de verdienste van de diverse producers die verantwoordelijk waren voor deze (al eerder op 12-inch verschenen) remixen, zoals Underworld, Hardfloor en Speedy J., die het oorspronkelijke materiaal geheel naar hun eigen stijl omvormden.

Op Väths label Eye Q. verscheen ook een tweede verzamelaar in de Behind the eye-serie, met een aantal recente Duitse clubhits, zoals The orange theme van Cygnus X, die nog eens duidelijk maken dat de Duitse trance een heel eigen stijl heeft ontwikkeld. Met zijn harde beats, neo-symfonische arrangementen en electronische strijkers lijkt ze vooral de soundtrack-traditie van Duitse Krimi's verder te voeren. GvV

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden