PLATEN: KLASSIEK

De stem van God straalt niet zo bij René Jacobs..

Scarlatti: Il primo omicidio, o.l.v. René Jacobs. Harmonia Mundi 44122 (2 cd's)

Hoe klinkt de stem van God? Bij Alessandro Scarlatti is Hij een castraat in de alt-categorie, en zingt: 'Kaïn, waar is Abel?'

Kaïn houdt zich van de domme. Il primo omicidio, 'de eerste moord', heette het oratorium dat Scarlatti in januari 1707 liet uitvoeren in Venetië. In de uitvoering onder leiding van René Jacobs klinkt de Schepper wat aamborstig, niet zo stralend als men zich van een Voce di Dio voorstelt. Het is de stem van Jacobs zelf, en het is de vraag of hij er goed aan gedaan heeft zijn onvast geworden geluid nog eens te laten vereeuwigen in vier niet zo snelle, maar in lyrisch-expressief opzicht wel veeleisende nummers van de aria-grootmeester Scarlatti.

Voor doorgewinterde Jacobsbewonderaars is het een kans de pionier nog een keer aan het werk te horen als countertenor. Anderen moeten met enige toegeeflijkheid om Hem heenluisteren. Maar dat kan ook best, want er zijn nog 24 andere aria's en duetten in dit oratorium voor zes solisten. Een heel mooie aria is die van de gestorven Abel (Graciela Oddone), die vanuit de hemel zijn treurende ouders Eva en Adam toezingt. Van belang is ook een lofzang van de broers op de broederliefde, een duet waarin Kaïn zijn moordneigingen al voor zich uit prevelt.

Eva heeft, bij monde van Dorothea Röschmann, een ontroerende spijtaria, nog over dat oude geval met die appel, en ze bidt prachtig in g-mineur. Maar het best bedeeld is haar eerstgeborene, de achtergestelde fruitkweker Kaïn die na zijn uithaal gedoemd is tot eeuwige rouw. De alt Bernarda Fink is zijn magnifieke pleitbezorgster. Jacobs geeft Kaïn een geestige boerse fagot mee in het continuo van zijn eerste huppelaria, en laat de strijkers van zijn Akademie für Alte Musik Berlin vlammen sproeien bij zijn wraak-aria.

Voor de tekst op het doosje heeft Harmonia Mundi een overspannen videoverhuurder ingeschakeld ('als een verismo opera', 'bijbelse barokthriller'), maar daar trekken we ons niets van aan. Wat Scarlatti met stemmen doet, en wat hij in zijn ritornelli uithaalt met luttele instrumenten, het blijft verbazend. De duivel is tussen haakjes een bas.

Monteverdi, Tancredi e Clorinda; Il ballo delle ingrate, o.l.v. Rinaldo Alessandrini. Opus 111, OPS 1961.

Een van de fraaiste Scarlattiproducties van de afgelopen jaren is de kerstcantate Abramo, il tuo sembiante, uitgevoerd door Concerto Italiano (1996). Het barokensemble van Rinaldo Alessandrini heeft bij verschillende optredens gemengde gevoelens achtergelaten, maar op de plaat doet de groep het prachtig. Ook weer met Rosa Dominguez (Venus) en Francesca Russo Ermolli (Cupido), die in de onderwereld op bezoek gaan bij Pluto. In het voorportaal van de hel zien ze een schimmendans die onwezenlijk langzaam begint. Het tempo verdubbelt zich tot een snelle horlepiep, waarna de doden afscheid nemen met amechtige stemgeluidjes, en begeleid door harmonieën die theoretisch gesproken in staat van ontbinding verkeren.

Het is het Ballo delle ingrate, een theatrale episode uit het Achtste Madrigaalboek van Monteverdi. Alessandrini combineert het met het vechtmadrigaal Il combattimento di Tancredi e Clorinda tot een mini-double bill. De stemmen zijn expressief tot in kleinste versiering. De strijkers en luitisten tonen begrip tot in de laatste doodszucht. Woord en toon zijn één, en het liefdevolle opnameduo Yolanta Skura en Laurence Heym van Opus 111 heeft er kennelijk weer vlakbij gestaan zonder de boel op stang te jagen.

Lully: Acis et Galatée, o.l.v. Marc Minkowski. Archiv 453 4972 (2 cd's).

Na de herontdekkingen van Rameau en Charpentier is langzamerhand ook het theaterwerk van Jean-Baptiste Lully aan de orde gekomen. De hofcomponist van de Zonnekoning was dus wat later aan de beurt, niet omdat hij (naar verluidt) zo'n rotzak was, maar omdat het lastiger te doorgronden is wat tijdgenoten in hem hoorden. Lully werd beschouwd als een genie, maar als je zijn pompeuze balletten en het gekwebbel van zijn recitatieven hoort, denk je: hoe heeft hij die schijn zo op kunnen houden?

Het zit hem waarschijnlijk in onze opvatting van wat pompeus is en wat echt. Bij Lully zit veel grootheid in de vocale franje en in de instrumentale omlijsting. Minder noodzakelijk is het op zoek te gaan naar de laatste waarheid in refreinen als 'De liefde die ons gevangen houdt, zal onze tedere honger stillen', zoals de herders Tircis en Aminte uitkramen in Acis & Galatée.

Marc Minkowski en zijn Musiciens du Louvre kunnen tevreden zijn met de live-opname van deze grote pastorale. De koren hebben transparantie, men zegt kssjt tegen het spook van de statigheid, en in de instrumentale episoden komt Minkowski dicht in de buurt van wat je geraffineerde Lully-shuffles mag noemen. Wat de recitatieven betreft heeft Minkowski de steen der wijzen niet kunnen vinden. Zijn solistencast bevat, naast interessante stemmen als die van Véronique Gens en Françoise Masset, ook die van Howard Crook en andere zeurkousen.

Roland de Beer

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden