PLATEN: KLASSIEK

Mendelssohn volgens..

Neville Marriner:

lomp en lijzig

Mendelssohn en Brahms. Dmitry Sitkovetsky/Neville Marriner. Hännsler LC 6047.

Het regent vioolconcerten. Repertoirestukken worden in rotten van twee uitgebracht, alsof Mendelssohns concert in e al niet in twintig of dertig versies op cd staat, vaak schappelijk geprijsd. Met Zukerman, met Nigel (popster) Kennedy, met Jascha (historisch) Heifetz, met (nog historischer) de jonge Menuhin en Furtwängler, met (onovertroffen) Milstein en Abbado, met Monica (darmsnaar) Huggett, en met Emmy Verhey en Arpad Jóo, die er ook heel sympathiek mee voor de dag zijn gekomen.

Violisten laten zich daar niet graag door van de wijs brengen, en voor hen is het goed dat de industrie niet bij machte is te pauzeren. Maar het is onduidelijk wat de koper aanmoet met de jongste uitvoering van Dmitry Sitkovetsky, gedirigeerd door Neville Marriner.

Het is niet waarschijnlijk dat Mendelssohn erop uit is geweest de koper anno 1996 te vervelen. Maar wat er licht en feestelijk is aan zijn opus 64, wordt door Marriner lomp aangezet, met hulp van een groot bezette Academy of St. Martin in the Fields. Waar men betoverende lyriek verwacht, daar toont Mendelssohn zich van zijn lijzigste kant. Volgens Marriner althans, en hij heeft Sitkovetsky, toch geen zwakke violist, daar geheel van kunnen overtuigen.

Hun Brahms is er een die zijn muziek niet in noten heeft geschreven, maar in sponzen aan de lijn heeft gehangen. Aanbevolen blijft, onder meer, de uitvoering van Krebbers en Haitink.

Tsjaikovski en Sibelius. Vadim

Repin/Emmanuel Krivine. Erato 4509-98537.

Deze vioolconcerten-cd is bekroond met de gouden stemvork ofwel de Diapason d'or. Een Franse prijs die naar het schijnt wordt toegekend en uitgedeeld nog voor de plaat is opgenomen. Vadim Repin is een bescheiden poëticus die zich correct uitdrukt, in fijn gearticuleerde melodielijnen.

Zijn sof is dat The London Symphony en de Franse maataangever Krivine niet verder komen dan profielloos cliché-sentiment (in Tsjaikovski) en onbestudeerd herrieschoppen (Sibelius, derde deel). Dubbel pech: er is net een indrukwekkende Sibelius uitgebracht met Anne-Sophie Mutter. Ook Midori heeft het mooi gedaan. Oude standaards zijn die van Heifetz en Oistrakh.

Vieuxtemps en Lalo. Sarah Chang/ Charles Dutoit. EMI 72435 55292.

'Begeleidingen' staan doorgaans lager op de repetitie-agenda's dan symfonisch competitiewerk. Dat heeft helaas ook zijn consequenties voor het vioolconcert van Lalo (1823-1892), die Charles Dutoit en het Concertgebouworkest met zijn titel Symphonie (sic) espagnole niet heeft kunnen misleiden. Sarah Chang, een hoogbegaafd piepkuiken dat mondiaal furore maakt door gewoon te spelen wat ze op papier ziet staan, wordt hier (live) toegedekt met seguidilla's en habanera's die klinken als log georkestreerde tango's. Vieuxtemps' concert nr 5 (met het Philharmonia Orchestra) komt er iets beter vanaf, maar niet zo goed als bij Shlomo Mintz en Zubin Mehta.

Prokofjev, vioolconcerten en solo-sonate. Gil Shaham/André Previn. DG 28944 77582.

Previn is een dirigent die ernst maakt met concertwerk. Het is te horen aan het vitale, niet feilloos-exacte, maar thematisch geprofileerde weerwerk dat Gil Shaham krijgt in de concerten van Prokofjev. Shaham weet raad met diens passagewerk en fenomenale intervalsprongen, beter dan met de desperate bedoelingen die daarachter schuilen. Maar in de passages van poëtische bevlieging is Shahams onbevangenheid op z'n plaats.

Cho-Liang Lin, Paul Crossley: Frans werk. Sony SK 66 839. Anne Akiko Meyers, André-Michel Schub: The American Album. RCA 9026 68114.

De jonge Amerikaanse Anne Akiko Meyers is, na de schijnbaar verplichte cd-excercities met vioolconcerten van Lalo, Bruch en Mendelssohn, toegekomen aan het stellen van een daad. Gehuld in stars and stripes siert ze haar 'American Album': sonatewerk van Piston, Copland en Ives, opgenomen met pianist André Schub. Meyers' zoetgetimbreerde spel verdraagt zich beter met Copland dan met de brutaal dooreengesneden echo's van het religieuze kinderkamp in Ives' Sonate nr 4 - die wordt herleid tot salonromantiek. Maar dat die Ives er is, is een verrijking. Van belang is de Franse bloemlezing van Cho-Liang Lin en de pianist Paul Crossley. De bekende sonates van Debussy en Ravel zijn misschien wel eens nòg beter gespeeld, maar het is fraai dat ze hier in verband staan met Ravels vroege sonate ('posthume') en Berceuse sur le nom de Fauré, en met de zelden op de plaat gezette sonate van Poulenc. Die krijgt een stijlvolle, verbluffend energieke uitvoering - met een middendeel waarin de quasi-salonromantiek zich verheft tot grote kunst. RdB

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden