PLATEN: JAZZ

In 1965 probeerde de jury van de Pulitzer Prize Duke Ellington een speciale onderscheiding te geven voor zijn volledige werk....

Pulitzer-prijs voor bloedeloze pastiche

Wynton Marsalis & The Lincoln Center Jazz Orchestra: Blood On The Fields. Columbia CXK 57694.

Inmiddels is jazz wel degelijk salonfähig geworden. Hoe blij moeten we hiermee echter zijn als een bloedeloze Ellington-pastiche wel de Pulitzer krijgt die de grootste Amerikaanse componist altijd is onthouden? Wynton Marsalis kreeg de prijs dit jaar voor zijn 'jazz-oratorium' Blood On The Fields, en dit zegt meer over de krachtige lobby van een groot label en de 'musical director' van het prestigieuze Jazz At Lincoln Center dan over de kwaliteit van het stuk.

Blood On The Fields is in de eerste plaats lang. De versie op de driedubbel-cd duurt 2 uur en 42 minuten. Maar, om het KNMI te parafraseren, de 'gevoelslengte' is veel groter, omdat de armoede van de muzikale inhoud al die minuten ook nog eens voorbij doet kruipen.

Marsalis is in zijn onderwerpkeuze even ambitieus als in de schaal van het project: zijn libretto behandelt de slavernij in Amerika. Ook dat schreef hij zelf, vandaar de onhandige tekst vol stoplappen en clichés, die de grandeur en emotionele lading van het thema nergens recht doet. De teksten zijn ingebed in overduidelijk aan Ellington en Charles Mingus ontleende orkestraties. Daar zitten soms aardige slimmigheidjes in, zigzaggende riffs die in elkaar grijpen, worksong-achtige ritmen (met percussie-effecten verwant aan Max Roach' Freedom Now Suite), maar ze worden zo drammerig toegepast dat hun charme snel verbleekt.

De lappendeken van invloeden zou op zich nog niet zo'n bezwaar zijn, als Marsalis in staat was om net als zijn voorbeelden pakkende, ontroerende melodieën te schrijven. Die brille valt echter niet aan te leren, en dat gemis is dan ook één van de grote zwakheden van deze eeuwige student. Vooral de vrouwelijke hoofdrol, gezongen door Cassandra Wilson, verspilt haar talent met gekunsteld materiaal. Mede daardoor blijft het oratorium een droge uiteenzetting van sociaal-culturele ideetjes, en is het passend dat het spreekkoor in de verbindende teksten klinkt als een onwillig stampende schoolklas.

Elvin Jones 'Special Quartet' Featuring Wynton Marsalis: A Love Supreme, A Tribute To John Coltrane. Columbia 487899 2.

Het respect waarmee Marsalis wordt bejegend is oorspronkelijk te danken aan zijn fenomenale trompettechniek. Die wordt ruimschoots geëtaleerd op deze Japanse live-opnamen uit 1992, waarop onder andere de suite A Love Supreme wordt uitgevoerd, met de oorspronkelijke drummer van het Coltrane-kwartet. Vooral als Jones' polyritmische stormen opsteken, in de jubelende gedeelten, speelt Marsalis een ontzagwekkende en opwindende benadering van Coltranes sheets of sound, en er zullen weinig trompettisten zijn die het hem nadoen.

In de wat rustiger tempo's valt sterker op dat zijn toon een stuk kalmer en gladder is dan het smekende, predikende geluid dat de componist uit zijn tenorsax perste, dat zijn timing gelijkmatiger en soms zelfs wat lui is, zodat de geestelijke drang achter de noten die het origineel zo overdonderend maakt hier goeddeels ontbreekt. Dat geldt ook voor Coltranes ingetogen gebed Dear Lord, en alleen bij Marsalis' achteloze reeks acrobatische variaties op zijn eigen Blues To Veen lijkt hij echt zichzelf. Elvin Jones en Wynton Marsalis spelen zaterdag in de PWA Zaal.

Steve Turre: idem. Verve 537 133-2.

De 48-jarige trombonist Turre is een veteraan van vele big bands, en werkte bij het multi-instrumentale wonder Rahsaan Roland Kirk. De geest van die laatste lijkt rond te waren als Turre zeeschelpen bespeelt, met een lieflijk maar bizar geluid van ietwat onbestemde toonhoogte, vegen muzikale kleur met dezelfde sympathieke onbevangenheid waarmee Kirk door alles blies en zong wat op zijn weg kwam.

Het effect wordt spaarzaam toegepast, want dit is vooral een geacheveerde en gedetailleerde orkestplaat, gedomineerd door koperblazers en strijkers, op ritmen uit Cuba en Brazilië. De sfeer is ontspannen en goedgemutst, er wordt met groot plezier geswingd en de weidse arrangementen roepen veelkleurige beelden op.

De expressiviteit wordt nog verhoogd door sterke gastoptredens: van Cassandra Wilson, de oude maar vitale salsa-zangeres Graciela Perez, en van Turre's grote voorgangers Britt Woodman en J.J. Johnson. Zaterdag speelt Turre op het Dakterras.

Ronnie Earl and the Broadcasters: The Colour Of Love. Verve 537 562-2.

Jazz en blues, ontstaan uit dezelfde bron, zijn tegenwoordig grotendeels gescheiden. De blues is een afzonderlijk, nauw begrensd genre geworden waarbinnen nieuwe vormen nauwelijks mogelijk lijken. Ronnie Earl is bluesgitarist, maar zijn grote interesse in jazz zet hem ertoe aan in het cd-boekje Lester Young, Charlie Parker en Billie Holiday te bedanken, en bovendien Round Midnight op te nemen en Coltranes Lonnie's Lament te citeren in het titelnummer.

Hoewel hij afgezien daarvan binnen de formele conventies van de blues blijft, vult hij die in met de vindingrijkheid en harmonische avontuurlijkheid die goede jazz-improvisatie kenmerkt. In zijn stijl zijn niet alleen sporen terug te vinden van bluesgroten, maar ook van Wes Montgomery, Carlos Santana en het klaterende, melodieuze country-getokkel uit de blanke blues van Dicky Betts en de Allman Brothers Band. Geen toeval, er doen wat Brothers mee, en Gregg Allman draagt een mooie zangpartij bij. Verder wordt er alleen gezongen door Earls gitaar, maar die slaagt er ook tijdens de lange solo's in te boeien en te ontroeren. Ronnie Earl speelt zaterdag in de Mondriaan Zaal.

Frank van Herk

Candy Dulfer biedt

minder dance

dan zwijmelsoul

Candy Dulfer: For The Love Of You. Ariola 74321 468622.

Sinds haar debuut Saxuality kent Candy Dulfers plaatverkoop een dalende lijn. Hits waren er op de twee volgende platen niet te vinden, en de mengvorm van jazzrock, funk en ballads leek ook nauwelijks tot nieuwe invalshoeken te leiden. Jammer, want Dulfer bleek vooral als saxofoniste per plaat beter te worden.

Op haar voorlaatste en minst geslaagde plaat Big Girl was de rol van medecomponist en gitarist Ulco Bed al teruggedrongen ten gunste van producer/ toetsenist Thomas Bank, op For The Love Of You is Bed helemaal niet meer van de partij.

Candy Dulfer produceerde de plaat samen met Bank. En het zijn Banks wat stroperige toetsenarrangementen die de boventoon voeren. Typisch een r & b-geluid dat het in Amerika goed doet, zoals de plaat ook een aalgladde vormgeving kent. Weinig rock 'n' roll en weinig dance. Wel veel zwijmelsoul.

Er wordt veel gezongen, maar ook de hulp van Trijntje Oosterhuis en Berget Lewis kan niet verhullen dat het allemaal wat bleekjes klinkt. Het bruist niet, het swingt niet en het klinkt allemaal veel te bedacht. Dat Candy Dulfer nog weer feller en voller saxofoon is gaan spelen, valt op de plaat te weinig op.

Vrijdagavond in de Statenhal zal dat hopelijk anders zijn, maar op For The Love Of You horen we te weinig altsax en te veel synthesizers.

Buckshot Lefonque. Music Evolution. Columbia 4841956.

Arme Branford Marsalis. Maakt hij, door samen te werken met hiphop-musici, eindelijk eens een plaat die jazz terugbrengt naar de straat, en dan wordt hij niet gewaardeerd. Voor de kids is het allemaal te moeilijk en jazzfans vonden het een te grote knieval voor de commercie.

Toch heeft zijn Buckshot Lefonque-project een vervolg gekregen in het onlangs verschenen Music Evolution. Opnieuw is het een breed gestileerd geheel. Jazz, hiphop, soul en zelfs de samba-piano van Joey Calderazzo maken Music Evolution in elk geval zeer afwisselend. Wat een beetje hinderlijk overkomt is Marsalis' neiging alles uit te willen leggen. Over hiphop als jazzmuziek van de jaren negentig waren we al eens geïnformeerd door Guru, die met zijn Jazzmatazz toch net iets directer te werk ging.

Door steeds te roepen dat jazzmusici meer naar hiphop moeten luisteren en rappers meer naar jazz, bereik je niet veel. Dat predikantentoontje wordt op den duur zelfs hinderlijk.

Muzikaal zijn de meeste nummers gelukkig dik in orde. Prikkelend zijn de bijdragen van rapper The Unknown Soldier, en Guru, nog altijd de rapper met de warmste stem. Het verrassendst is Samba Hop, waarin de door Marsalis gepropageerde versmelting van muziekstijlen het best lukt. Samba en hiphop, dat gaat ook goed samen.

Gijsbert Kamer

Robben Ford: Tiger Walk. Blue Thumb Records BTR 70122.

Voor de opname van Tiger Walk heeft jazzrock-gitarist Robben Ford zijn drie begeleiders waarschijnlijk de studio ingestuurd met de opdracht zo betekenisloos mogelijk te spelen. In tien nummers excelleert de leider in futloze bluesy gitaarriffs, waartussen elke samenhang ontbreekt. Zijn ronde gitaargeluid piept licht in de langer aangehouden noten, maar verder is het, een wah-pedaal ten spijt, vlakheid troef. Dat Ford, die begin jaren tachtig deel uitmaakte van de fusiongroep Yellowjackets, zich niet geroepen voelde fusion van het stigma elevator music af te helpen, is tot daar aan toe. Maar dat hij drummer Steve Jordon mechanisch drumpatronen laat herhalen is onvergeeflijk.

Alex Burghoorn

Peyroux volgt

het spoor van

Billie Holiday

Madeleine Peyroux: Dreamland. Atlantic 82946-2.

Eens in de zoveel jaar dient zich een zangeres aan van wie wordt gezegd dat ze 'net als Billie Holiday' klinkt. In de popbladen was die kwalificatie weggelegd voor nieuwe talenten als Jhelisa en Nicolette, en ook Erykah Badu is al eens met de grote jazzzangeres vergeleken. Voor de grap, moet je aannemen, want zo Holiday-achtig zijn hun interpretaties nu ook weer niet.

De Amerikaanse, gedeeltelijk in Parijs opgegroeide Madeleine Peyroux (23) is een ander geval. Wie Dreamland opzet, ondergaat een schok: dat weemoedige timbre, die lome frasering, dat subtiele trekken aan de toon - sprekend Holiday. Ook in haar repertoirekeuze blijft Peyroux dicht bij Holiday. Ze zingt stukken uit Holidays tijd (Getting Some Fun out of Life) en eigen werk dat ze inpast in dezelfde sfeer, tot en met een lievig La Vie en Rose.

Aan Holidays ritmische finesse kan ze niet te tippen, maar gelukkig is Peyroux uit op meer dan imitatie. Dank zij producer Greg Cohen volgen de arrangementen eerder het spoor van Tom Waits en Cassandra Wilson dan van de jaren-dertigjazz, met eenzame Leger des Heils-trompetjes, basmarimba en banjo. Dreamland is een curieus debuut, dat vooral de vraag oproept hoe Peyroux de rest van haar carrière zal inrichten. Vanavond treedt ze op tijdens het North Sea Jazz Festival.

Roy Hargrove's Crisol: Habana. Verve 537 563-2.

Jazz en Cuba hebben een lange gemeenschappelijke geschiedenis, die teruggaat tot de jaren veertig, toen New-Yorkse jazzvernieuwers als Dizzy Gillespie samenwerkten met Cubaanse slagwerkers en arrangeurs. Op Habana voegt Roy Hargrove (1969) zich in die traditie, met een sterrenbezetting waarin hij werkt met Amerikaanse, Puorto-Ricaanse en Cubaanse solisten, onder wie de altist Gary Bartz, drummer Horacio 'El Negro' Hernandez, en pianist Chucho Valdez van Irakere.

Crisol ('smeltkroes') klinkt niet puur Afro-Cubaans; ook uit Jamaica komen klanken overgewaaid. De leider is ditmaal niet gecast als de jonge trompetgod die de hele plaat moet dragen, en dat komt zijn muziek ten goede. Habana klinkt vrijer en meer ontspannen dan zijn voorgaande cd's.

Leukste nummer is het trage O My Seh Yeh, dat met zijn obsessieve herhalingen en bezwerende koorzang ver afstaat van de neo-bop waar Hargrove bekend mee werd. Heel verfrissend. Zaterdag speelt Hargrove's Crisol op het Dakterras.

Doc Cheatham & Nicholas Payton. Verve 537 062-2.

Vorige maand overleed trompettist Doc Cheatham, een paar dagen voor zijn 92ste verjaardag. Samen met zijn 23-jarige collega Nicholas Payton zou de vitale old timer vanavond op het North Sea Jazz Festival spelen, maar zijn muzikale kleinzoon - die vorig jaar in Den Haag met zoveel overmacht generatiegenoot Roy Hargrove overtroefde - moet het nu in zijn eentje doen.

De september vorig jaar opgenomen cd demonstreert hoe gezellig het had kunnen worden. In veertien merendeels bedaard vertolkte klassiekers (Stardust, Jeepers Creepers) brengen Cheatham en Payton een hommage aan Louis Armstrong, waarin Cheathams iets dunnere toon ruimschoots wordt gecompenseerd door zijn wijze notenkeuze. In negen stukken is Cheatham ook als zanger te horen: wat beverig, maar heel innemend.

Barbara Dennerlein: Junkanoo. Verve 537122-2.

Barbara Dennerlein (1964) is een vingervlugge Hammond-organiste, die het voor een Europese muzikante opvallend goed doet in de USA. Op haar tweede Verve-cd wordt de Duitse muzikante begeleid door Randy Brecker, Dennis Chambers, David Murray, Howard Johnson en nog wat grote namen uit de Amerikaanse jazz.

In acht composities van Dennerlein biedt Junkanoo (de naam verwijst naar een carnavalsfeest op de Bahama's) capabele, maar keurig-nette souljazz met een latin-touch, die zaterdag op North Sea hopelijk wat heftiger uit zal pakken. Trap die Hammond op z'n staart, Barbara!

Third Rail: South Delta Space. Antilles 533 965-2.

Hoe je kippevel verwekt met een Hammond-orgel, demonstreren de oude rotten Bernie Worrell en Amina Claudine Myers op de nieuwe cd van freefunk-gitarist James Blood Ulmer. In het lange openingstuk Dusted ('I wanna be dusted', luidt de simpele, als een mantra herhaalde tekst) klinkt een oeroud soul-orgeltje uit de Delta; funky en ook een beetje sacraal.

Bassist Bill Laswell en Meters-drummer Joseph 'Zigaboo' Modeliste completeren de fraaie bezetting van dit kwintet, dat helaas nauwelijks van plan blijkt de mouwen op te stropen.

Met Ulmers prikkeldraadlijnen en Modelistes New Orleans-drums komt Blues March een eind in de richting, maar Ulmers slome ballads maken South Delta Space minder zinderend dan had gekund. Zaterdag speelt Third Rail in het Congresgebouw.

Gato Barbieri: Qué Pasa. Columbia 67855.

De Argentijnse tenorsaxofonist Gato Barbieri (1934) bezit een weergaloos, schrijnend geluid dat de film Last Tango in Paris aan een passend geluidsdecor hielp. Zijn bijdragen aan freejazz-klassiekers als Liberation Music Orchestra zijn nog evenmin vergeten, maar het is lang geleden dat El Gato een behoorlijke plaat maakte.

Zijn nieuwe cd is bar en boos: supermarktmuziek waarin de nog altijd fiere tenor is verlijmd met de triviale ritme-tracks van producer Philippe Saise. Zondag is Barbieri in Den Haag.

Erik van den Berg

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.