PLATEN: JAZZ

Peterson en Terry:..

bejaarde heren

in gezellig gesprek

Jacky Terrasson: idem. Blue Note CDP 7243 8 29351 2 4

Oscar Peterson: The More I See You. Telarc CD-83370

Dat het ooit zo vooruitstrevende Blue Note geen bijzonder label meer is, blijkt uit cd's als de eersteling van Jacky Terrasson: weer een relatief jonge (30) pianist die goed naar Herbie Hancock, McCoy Tyner en Keith Jarrett heeft geluisterd.

De Franse Amerikaan doet wel moeite om te verrassen: steeds met het tempo goochelen, of donderende fortissimo's abrupt afwisselen met losse, zachte nootjes, zoals die waar Count Basie de lucht mee uit zijn orkest liet lopen. For Once in my Life gaat van start met een timmerend basloopje in zevenkwarts latin. De trucs zijn echter niet meer dan de show waarmee iets doodgewoons en weinig samenhangends wordt gepresenteerd; na een paar keer is de lol eraf en zet je zo'n cd nooit meer op.

Oscar Peterson heeft ook altijd iets gehad van een showpianist, maar hoe cynisch het ook mag klinken, de beroerte die hem in 1993 trof heeft zijn spel simpeler en doeltreffender gemaakt. Hij waagt zich niet meer aan furieuze double time passages; binnen die grenzen zijn de solo's geloofwaardig maar bekend.

Op de veelal matig snelle, bluesachtige stukken voert hij gezellige conversaties met bejaarde heren die ook al jaren niets verrassends hebben gezegd: trompettist Clark Terry en altist Benny Carter.

De swing is heerlijk ontspannen (Ray Brown speelt bas), en doordat iedereen met zijn warme, sympathieke stijl vergroeid is, zullen liefhebbers veel plezier beleven aan de herkenning van oude vrienden. FvH

Johnny Griffin: Chicago, New York, Paris. Verve 527 367-2.

Tenorsaxofonist Johnny Griffin (67) zal zich wel eens afvragen waarom het fortuin van zijn negen jaar jongere, maar muzikaal geenszins superieure collega Joe Henderson voor hem onbereikbaar blijft. Anderzijds heeft hij geen reden tot klagen over de artistieke kans die Henderson's platenlabel hem nu biedt: een cd met de beste musici uit de Verve-stal, zoals Roy Hargrove, Christian McBride en Kenny Barron.

Griffin gaat op Chicago, New York, Paris met hoorbaar genoegen aan de slag en hij bewijst dat hij nog altijd tot de meest enthousiasmerende saxofonisten behoort. Maar of dat op de tegenwoordige jazzmarkt voldoende is voor een miljoenenverkoop, moet worden betwijfeld. BV

Béla Fleck: Tales From the Acoustic Planet. Warner Bros 9362-45854-2.

De banjo is dan misschien een rariteit in de moderne jazzmuziek, dat maakt de Amerikaanse banjospeler Béla Fleck nog geen onbegrepen eenling. Met zijn Flecktones legde hij een aantal in de Verenigde Staten goed verkochte cd's vast, die zowel bij jazzfans als bij ruimdenkende liefhebbers van country-picking in de smaak vielen.

Tales From the Acoustic Planet onderstreept nog eens dat Fleck in beide werelden thuis is. In veertien zeer afwisselend bezette stukken speelt hij zowel met gerenommeerde jazzsolisten als saxofonist Branford Marsalis en pianist Chick Corea, als met de country-muzikanten Sam Bush en Matt Mundy (mandoline), Kenny Malone (slagwerk) en Stuart Duncan (fiddle).

Composities als Up and Running zitten vol ritmische capriolen en kwikzilveren harmonieën, waarin Fleck onder meer fraai weerwerk krijgt van zijn vaste begeleiders: bassist Victor Wooten en 'Futureman' op de curieuze drumitar, een zelfgebouwd, met de hand bespeeld slagwerkinstrument.

Tegenover het opwindende Cheeseballs in Cowtown staan helaas ook nogal wat pluizige softjazz-ballads (First Light, Three Bridges Home) waarin de zoete hobo van Oregon-lid Paul McCandles de jazz & bluegrass-cocktail in limonade verandert. EvdB

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden