Plasterk, bescherm de academische leraar

De minister ziet de academicus graag terug in het onderwijs, maar laat het beoordelen van goed leraarschap over aan mensen die dat vak zijn ontvlucht....

In Suezkade, de nieuwe roman van Jan Siebelink, begint de 25-jarige Marc Cordesius met hoge verwachtingen als leraar Frans aan het eerbiedwaardige gymnasium Descartes. Tijdens zijn eerste lerarenvergadering waant de erudiete Marc zich onder geestverwanten. ‘In deze ruimte heeft zich veel intellect verzameld’, denkt hij geïmponeerd. Die illusie wordt hem ontnomen.

Marc leest met zijn leerlingen toneelstukken en moderne poëzie, spreekt Frans in de klas, en maakt met hen aan de hand van een oude kaart van het metronet denkbeeldige wandelingen door Parijs. Hij maakt zijn eigen proefwerken, omdat hij die van collega’s bespottelijk makkelijk vindt. De leerlingen lopen weg met deze leraar die hen voor vol aanziet. Ook de rector, een gepromoveerd classicus, waardeert hem. Samen voeren ze gesprekken over Spinoza en Descartes. Leraressen dwepen met de jonge dandy met zijn fraaie zijden dassen. Marc voelt zich in een walhalla.

Maar de rector heeft zich omringd met slagvaardige types. Een van de conrectoren is een collega Frans. Tot Marcs verbijstering blijkt hij lesonderdelen als de passé simple en de subjonctif uit het programma te hebben geschrapt: te moeilijk voor gymnasiasten.

Ook literatuur is volkomen passé. Marc is gecommitteerde bij de examens van de conrector. De kandidaat blijkt geen Frans te spreken, maar ook de conrector is die taal nauwelijks machtig. Marc kan niet voorkomen dat de jongen voor zijn gestamel over zijn twee boeken tellende literatuurlijst een 7 krijgt. Diezelfde conrector zet dozen met ‘afgeschreven’ romans van Flaubert, Stendhal en Zola bij het vuilnis. Marc kan ze nog net redden en zet ze in zijn lokaal, een verveloos noodgebouw, dat hij op eigen kosten heeft opgeknapt.

Marcs intellectuele paradijs blijkt een wereld van handelingsprotocollen en ‘dossioma’s’ die de veel te selectieve examens moeten vervangen, zoals de docent voor de klas zal worden vervangen door de DAO – de ‘docent op afstand’, die toeziet hoe leerlingen hun leerproces vormgeven. Docenten die wel eens een boek lezen of weten wie Spinoza was, zijn de malloten van de school. De rector houdt hen te vriend, maar laat het vuile werk opknappen door zijn managers. Al snel is Marc een van de malloten. Als een collega hem op een schoolfeest beschuldigt van ‘weinig hart voor de zaak’, ontlaadt hij zijn woede: hij slaat de man tegen de vlakte.

Suezkade is een parabel over het onderwijs, geen vrolijke parodie. Leraren die het belang van kennis verdedigen en gepassioneerd lesgeven, voelen zich dikwijls door hun management weggezet als idioten of storende elementen. Suezkade is niet geschreven door een verzuurde leraar, zoals DOA-propagandisten gnuivend zullen beweren. Siebelink, die voor het fulltimeschrijverschap had kunnen kiezen, volhardde in zijn missie en sloot zich tot aan zijn pensioen op in een noodlokaal waar hij met leerlingen zijn walhalla creëerde. Hij werd gedoogd. En ja, die bevrijdende klap deelde hij ook uit.

Dat geluk hebben niet alle docenten. Onlangs werd een nieuwe vakbond opgericht door Leraren in Actie, een groep die vorig jaar buiten de bestaande bonden om, actievoerde voor betere salarissen en werkomstandigheden. De groep is het gepolder van de bonden, overheid en VO-Raad zat. Er ligt nu een ‘onderhandelaarsakkoord’ waarin sprake is van een kleine salarisverhoging en enige vermindering van de werkdruk. Dat laatste punt, waarmee de VO-Raad eerder instemde, is nu volgens diezelfde Raad onhaalbaar.

Belangrijker is dat de nieuwe vakbond, anders dan de bestaande, de getergde leraar uit Siebelinks boek, de academicus die kennis overdraagt, wél wil beschermen. Zij vinden, net als de commissie-Rinnooy Kan, dat deze leraren een hoger salaris moeten krijgen, om het nog verder ‘weglekken’ van kennis uit het onderwijs te stoppen.

Minister Plasterk nam die aanbeveling niet over. Hij vindt het een kwestie van ‘goed personeelsbeleid’ als directies op basis van functioneringsgesprekken besluiten leraren al dan niet in hogere schalen te plaatsen. Dat gaat buiten het onderwijs toch ook zo? Maar buiten het onderwijs worden managers afgerekend op resultaten; het peil van het onderwijs daalt gestaag zonder enige consequentie. Plasterk ziet de academicus graag terug in het onderwijs, maar laat het beoordelen van goed leraarschap over aan mensen die dat vak zijn ontvlucht, in baantjes die ze allesbehalve op grond van vakkennis hebben verkregen.

Zo kan het gebeuren dat je wordt beoordeeld door iemand die lager is opgeleid dan jij en die niet wordt gehinderd door enige vakkennis. Vaak is deze beoordelaar een voorstander van vernieuwingen die inmiddels verwoestend zijn gebleken; hij zet leraren voor de hoogste klassen vwo die zelf vroeger dat niveau niet konden bolwerken. Begrijpelijk dat de academici hard weghollen. Als Plasterk de leraar op zijn voetstuk wil terugplaatsen en het management in een ‘dienende rol’ wil terugduwen, moet hij Siebelinks belaagde malloten beschermen, door zeggenschap over salarissen en bevoegdheden terug te eisen. Die nieuwe vakbond moet maar eens een flinke dreun uitdelen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden